Een nieuwsbericht over de politie trok mijn aandacht. Vanaf 1 januari 2027 organiseert de politie geen externe bijeenkomsten met een religieus karakter meer. Geen iftar, geen kerstviering, geen paasviering, geen Chanoeka, geen Diwali. Medewerkers kunnen dergelijke bijeenkomsten nog steeds bezoeken wanneer dat voor hun werk van belang is. Ze kunnen contacten onderhouden, vertrouwen opbouwen en signalen uit een gemeenschap ophalen. Ze nemen daar vanuit hun politiefunctie alleen niet deel aan religieuze rituelen. Het uitgangspunt is eenvoudig: de politie wil midden in de samenleving staan en tegelijkertijd als organisatie religieus neutraal blijven.
Toen ik het bericht voor het eerst las, dacht ik eigenlijk: prima. De kop suggereerde voor mijn gevoel aanvankelijk iets groters dan wat er werkelijk veranderde. Dat de politie een moskee bezoekt tijdens een iftar, aanwezig is bij een christelijke bijeenkomst of contact onderhoudt met een joodse, hindoeïstische of andere geloofsgemeenschap lijkt mij juist waardevol. Politiewerk draait ook om kennen en gekend worden. Om mensen te spreken voordat er problemen ontstaan en aanwezig te zijn op plaatsen waar verschillende delen van onze samenleving samenkomen. Zelf als politie een religieuze viering organiseren vind ik van een andere orde. Ik begrijp heel goed dat je daarvan zegt dat het niet bij een neutrale overheidsorganisatie hoort.
Daarmee leek het verhaal voor mij eigenlijk klaar. Totdat ik ging kijken waar deze verandering vandaan kwam en hoe JA21 erop reageerde.
Op 2 juli diende JA21-Kamerlid Ingrid Coenradie samen met enkele andere Kamerleden een motie in. De tekst daarvan is interessant, juist omdat de redenering zo helder wordt opgeschreven. De motie stelt dat de politie kampt met personeelstekorten en hoge werkdruk, vervolgens staat er dat van de politie als gezagsdrager een “neutrale en gezagsuitstralende houding” mag worden verwacht. Daarna volgt het verzoek aan de regering om ervoor te zorgen dat politie-eenheden geen capaciteit, middelen of faciliteiten meer inzetten voor het organiseren van iftars.
Daar kun je op zichzelf een redenering in zien. Een politieorganisatie hoort neutraal te zijn. Het organiseren van een religieuze bijeenkomst behoort niet tot haar kerntaken. Politiecapaciteit is schaars. Wie vanuit die uitgangspunten redeneert, kan tot de conclusie komen dat de politie geen religieuze bijeenkomsten behoort te organiseren.
Alleen staat dat niet in de motie.
Er staat niet dat de politie moet stoppen met het organiseren van religieuze bijeenkomsten. Er staat dat de politie moet stoppen met het organiseren van iftars. Eén specifieke religieuze traditie wordt eruit gehaald. De islamitische.
De politie is vervolgens met die politieke opdracht aan de slag gegaan en heeft er precies datgene van gemaakt wat je van een neutrale overheidsorganisatie zou mogen verwachten. Als neutraliteit het uitgangspunt is, kan neutraliteit niet afhankelijk zijn van het geloof waarover we spreken. Vanaf 1 januari organiseert de politie daarom geen externe religieuze bijeenkomsten meer. De politie noemt zelf Kerst, Ramadan, Pasen, Chanoeka, Diwali, Poerim en Holi Phagwa. Iedereen valt onder dezelfde regel. Niemand krijgt een voorkeurspositie.
Dat vind ik zuiver. Sterker nog, ik vind dat de politie daarmee precies heeft gedaan wat in de motie als principiële reden werd aangevoerd. Neutraliteit betekent immers dat dezelfde maatstaf voor iedereen geldt. Zodra je voor de ene godsdienst andere regels hanteert dan voor de andere, heb je het principe zelf verlaten.
Toen kwam de reactie van Ingrid Coenradie.
Bij Nieuws van de Dag vertelde zij dat ze niet helemaal tevreden was met wat er van haar motie terecht was gekomen. Haar woorden laten weinig ruimte voor onduidelijkheid: “Mijn motie ging over dat agenten geen Iftars zouden moeten organiseren. Kerst is een landelijke feestdag en moet gewoon gevi
erd blijven worden.”
Daar verandert voor mij het hele verhaal.
Tot dat moment kon je de motie nog lezen vanuit een discussie over de neutraliteit van de politie, waarbij de iftar het concrete voorbeeld was dat aanleiding gaf tot die discussie. De reactie van Coenradie haalt die mogelijkheid weg. De politie neemt haar neutraliteitsargument serieus, past het gelijk toe op iedere religie en precies op dat moment blijkt die gelijkheid voor haar niet de gewenste uitkomst te zijn. Haar motie ging over de iftar. Kerst moet gevierd blijven worden.
Dan gaat het dus niet langer over neutraliteit.
Neutraliteit kent geen voorkeursgeloof. Een overheid die zegt geen islamitische religieuze bijeenkomst te organiseren omdat zij neutraal wil zijn, kan vanuit datzelfde principe niet zelf een christelijke religieuze bijeenkomst blijven organiseren. Natuurlijk heeft Kerst een bijzondere culturele plaats in Nederland. Natuurlijk is het een landelijke feestdag en vieren ook veel mensen zonder christelijke geloofsovertuiging Kerst. Dat verandert alleen niets aan de vraag waar deze discussie over gaat. Het gaat niet over de vraag of Nederlanders thuis een kerstboom mogen neerzetten, of winkels kerstversiering mogen ophangen, of mensen Kerst mogen vieren. Het gaat over een overheidsorganisatie die vanuit haar neutrale positie religieuze bijeenkomsten organiseert.
Precies daar wordt voor mij zichtbaar wat er achter de oorspronkelijke motie zit. Zodra dezelfde regel ook de christelijke traditie raakt, wordt de regel onwenselijk. De iftar moet verdwijnen vanwege neutraliteit. Kerst moet kunnen blijven omdat Kerst bij Nederland hoort. Daarmee wordt feitelijk een onderscheid gemaakt tussen twee religieuze tradities en de plaats die zij volgens deze politieke redenering binnen een overheidsorganisatie mogen innemen.
Ik noem dat religieuze discriminatie.
Het gaat mij daarbij niet om het zoeken naar een zo zwaar mogelijk woord. Het gaat mij om wat discriminatie in de kern betekent: mensen of groepen verschillend behandelen op grond van een kenmerk dat voor de situatie geen verschillend criterium rechtvaardigt. Wanneer het criterium neutraliteit is, kan de religie zelf onmogelijk bepalen of die neutraliteit wel of niet geldt. Anders is neutraliteit alleen nog een woord dat wordt gebruikt wanneer het uitkomt.
Daar raakt deze discussie voor mij ook aan het extreemrechtse gedachtegoed dat ik vaker bij JA21 herken. Het eigene krijgt een vanzelfsprekende plaats binnen de nationale gemeenschap, terwijl wat als vreemd wordt gezien aan andere voorwaarden wordt onderworpen. De christelijke traditie wordt onderdeel van “onze cultuur” en krijgt daarmee een positie die de islamitische traditie niet krijgt. Dat onderscheid wordt extra zichtbaar doordat de politie het juist weigert te maken. De politie zegt in feite: als wij neutraal zijn, behandelen wij al deze religies volgens hetzelfde principe. De reactie vanuit JA21 is vervolgens dat dit niet de bedoeling was.
Ik vind het belangrijk om dat hardop te benoemen, juist omdat extreemrechts gedachtegoed zich niet altijd presenteert met grote woorden of openlijke uitsluiting. Het kan ook zichtbaar worden in een ogenschijnlijk overzichtelijke discussie over een maaltijd op een politiebureau. De werkelijke betekenis verschijnt zodra een algemeen principe consequent wordt toegepast en iemand vervolgens bezwaar maakt omdat het eigen geloof of de eigen culturele traditie ineens onder diezelfde regel valt.
Daarom vind ik uiteindelijk niet het besluit van de politie het belangrijkste nieuws. Ik vind het een verstandig besluit. De politie blijft gemeenschappen bezoeken en blijft investeren in verbinding, terwijl zij zelf geen organisator meer is van externe religieuze bijeenkomsten. Dat is een verdedigbare invulling van neutraliteit en het geldt voor iedereen.
Het interessante zit in wat daarna zichtbaar werd. Een motie die neutraliteit als argument gebruikte, blijkt volgens de eigen indiener specifiek bedoeld te zijn voor een islamitische traditie. Zodra neutraliteit werkelijk neutraal wordt, volgt protest omdat Kerst buiten die regel zou moeten vallen.
Democratische waarden krijgen betekenis wanneer ze voor iedereen gelden, ook voor mensen die anders geloven, anders leven of een andere achtergrond hebben. Gelijkheid vraagt van ons dat we voor iedereen dezelfde maatstaf hanteren, ongeacht welke traditie iemand viert of hoe vertrouwd die traditie voor ons voelt.
De politie heeft dat in dit geval begrepen.
JA21 laat met de reactie van Coenradie voor mij opnieuw zien waarom ik die partij extreemrechts noem.
Bronnen
- Tweede Kamer, motie-Coenradie c.s., 2 juli 2026: Motie over het niet inzetten van politiecapaciteit, middelen of faciliteiten voor het organiseren van iftars
- Politie Nederland, 21 september 2026: Nieuw handelingskader externe bijeenkomsten met religieus karakter
- Nieuws van de Dag, reactie Ingrid Coenradie: Politie mag geen religieuze bijeenkomsten meer organiseren of faciliteren
- Nieuws van de Dag, aankondiging en citaat Coenradie: Raymond Mens en Ingrid Coenradie te gast bij Nieuws van de Dag