Een lied dat dertig jaar op zijn betekenis wachtte

Ik zit met tranen in mijn ogen naar een lied te luisteren waarvan ik de woorden dertig jaar lang niet heb begrepen. Nirvana, van Elbosco. Een nummer uit de jaren negentig dat ik ooit op een cassettebandje zette ter nagedachtenis aan mijn oom Aat. Waarom ik juist dit lied uitkoos, heb ik nooit kunnen verklaren. Ik verstond nauwelijks wat er gezongen werd en kende de betekenis van de tekst niet. Het was de muziek die mij raakte, het gevoel dat erbij hoorde en de troost die ik erin vond.

De aanleiding om het nummer opnieuw op te zoeken was eigenlijk heel eenvoudig. Voor de sabbat rond mijn verjaardag mocht ik een lied aanreiken dat ik graag wilde horen. Het eerste nummer dat in mijn gedachten opkwam, was Nirvana. Nu leek het me niet bepaald een goed plan om een New Age-nummer in de Adventkerk te laten draaien. Dat zou waarschijnlijk nogal wat teweegbrengen, als het al werd geaccepteerd. Uiteindelijk koos ik voor The Power of Your Love, een prachtig christelijk lied dat eveneens veel voor mij betekent. Lees mijn blog van vorige week die daar over ging hier…

Toch bleef dat eerste nummer in mijn hoofd zitten. Ik herinnerde mij het cassettebandje dat ik ooit voor (over) oom Aat had gemaakt en realiseerde mij dat ik eigenlijk nooit had uitgezocht wat er gezongen werd. Tegenwoordig kunnen we binnen enkele ogenblikken muziek terugvinden, teksten opzoeken en vertalen. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Die zoektocht bracht mij terug naar Rotterdam-Zuid, naar een sabbatmorgen in mei 1996 en naar een man die een bijzondere plaats in mijn leven heeft ingenomen.

De glazenwasser van Rotterdam-Zuid…

Oom Aat werd op 31 augustus 1933 geboren in Rotterdam. Hij was de broer van mijn moeder, een lieve, bescheiden man en een harde werker. Als glazenwasser was hij een bekende verschijning in Rotterdam-Zuid. Op lange houten ladders stond hij vier of vijf verdiepingen hoog de ramen te wassen. Het soort werk waarvan je je tegenwoordig nauwelijks kunt voorstellen dat iemand het op die manier uitvoerde. Hij kende de wijk en de wijk kende hem.

Als jongetje liep ik daar rond zonder mij ooit onveilig te voelen. Iedereen kende oom Aat en daardoor “kenden” ze mij ook, zo voelde dat. Rotterdam-Zuid was destijds al een wijk waar mensen van buitenaf hun oordeel over hadden. Een wijk die veranderde, waar steeds meer mensen met verschillende culturele en religieuze achtergronden kwamen wonen en waar sommigen liever met een boog omheen liepen. Voor mij was het gewoon de wijk van mijn oom. Een plek waar ik mij thuis voelde.

Oom Aat was adventist in hart en nieren. Zijn hele leven stond in het teken van zijn geloof. Hij had ooit een grote liefde, Rita, geloof ik, gehad, een vrouw die geen adventist was. Uiteindelijk had hij de relatie om die reden verbroken. Hij is nooit getrouwd en heeft tot het overlijden van zijn moeder, mijn oma Mima, bij haar gewoond. Daarna ging hij zelfstandig wonen. Hij heeft ook nooit een nieuwe liefde gevonden.

Zijn geloof was, denk ik wel eens, zijn grote liefde. Het was voor hem een overtuiging waarnaar hij zijn leven inrichtte. Hij was daarin streng voor zichzelf en tegelijkertijd een warme, lieve man. Iemand die zijn overtuigingen serieus nam en zijn medemens met vertrouwen tegemoet kon treden. Dat laatste werd op een bijzondere manier zichtbaar in de band met zijn islamitische buurman.

Ik weet niet meer of die buurman van Turkse of Marokkaanse afkomst was. Wat ik wel weet, is dat zij goed met elkaar konden opschieten. De buurman was betrokken, maakte zich weleens zorgen om oom Aat en keek naar hem om. Ze hadden ook iets praktisch gemeen. De voedingsvoorschriften binnen de islam en het adventisme kennen sterke overeenkomsten, waardoor ze elkaar af en toe iets lekkers konden toestoppen zonder dat hun verschillende geloofsovertuigingen daarbij in de weg zaten. Gewoon twee buren die iets met elkaar deelden.

De buurman had bovendien een sleutel van het huis van oom Aat. Voor mijn ouders was hij het noodadres. Wanneer zij hem niet konden bereiken of wanneer er iets aan de hand was, konden ze deze buurman bellen.Dat zegt nogal wat over het vertrouwen dat mijn oom in hem had. Een man die zo overtuigd vanuit zijn christelijke geloof leefde, vertrouwde zijn islamitische buurman de sleutel van zijn woning toe. Voor oom Aat was hij iemand die hij kende, iemand op wie hij kon rekenen.

Op zaterdag 11 mei 1996 zou dat vertrouwen een bijzondere betekenis krijgen.

Een stille sabbatmorgen…

Oom Aat had kanker. Zijn ziekte had zijn leven getekend en uiteindelijk zou hij eraan overlijden, als was het diep in zijn reservetijd.Op die sabbatmorgen konden mijn ouders hem niet bereiken. Ze hebben geprobeerd contact te krijgen en uiteindelijk zijn buurman gebeld met de vraag of hij even wilde gaan kijken. Hij had immers de sleutel. De buurman ging naar binnen en vond oom Aat overleden in zijn stoel. Zijn voeten waren van het voetenbankje afgegleden en de kerkradio stond nog aan, op ruis inmiddels… Oom Aat luisterde elke sabbat vanuit huis naar de kerkdienst. We weten niet precies op welk moment hij is overleden. Waarschijnlijk ergens tijdens die ochtend, terwijl hij naar de dienst luisterde. Toen hij werd gevonden, was de uitzending inmiddels afgelopen. De radio stond nog aan, zonder uitzending.

Het was stil in de kamer...

Zijn buurman bleef bij hem totdat mijn ouders vanuit huis naar Rotterdam waren gereden. Daarna hebben mijn ouders nog een tijd bij hem gezeten, voordat de artsen kwamen en hij werd meegenomen. Ik draag dat beeld nog altijd met mij mee. Oom Aat, die zijn hele leven zo trouw was geweest aan zijn geloof, op sabbatmorgen in zijn eigen stoel, met de kerkradio aan. Zijn leven was geëindigd en zijn lijden was voorbij.

Hij is 62 jaar geworden!!

Een cassettebandje vol herinneringen…

Na zijn overlijden maakte ik een cassettebandje. Ik zocht een aantal nummers bij elkaar die voor mij verbonden waren met oom Aat. Muziek die uitdrukte wat ik voelde en die mij hielp om zijn overlijden een plek te geven. Een van die nummers was Nirvana van El Bosco. Waarom juist dat nummer op het bandje terechtkwam, wist ik niet. Ik verstond de tekst niet en had geen idee wat de woorden betekenden. Het was puur mijn gevoel dat mij vertelde dat dit lied bij mijn oom hoorde. Die keuze was destijds ook een beetje tegendraads. New Age-muziek werd en wordt binnen mijn familie, en de adventkerk, niet bepaald omarmd. Mijn ouders hadden er hun bedenkingen bij en maakten zich weleens zorgen over mijn belangstelling voor die muziek.

Ik herinner me nog dat ik op mijn slaapkamer een hangmat had hangen. Daar lag ik regelmatig in, met alle lichten uit, kaarsjes in de vensterbank en zachte New Age-muziek op de achtergrond. Mijn moeder kwam dan weleens kijken, bezorgd over wat zich daar allemaal afspeelde. Tot ze dichterbij kwam en ontdekte dat haar zoon gewoon heerlijk in zijn hangmat lag, genietend van een zak chips. Dan was ze weer gerustgesteld. Ik houd van die muziek. Van de rust, de sfeer en de ruimte die erin zat. Kennelijk vond ik in Nirvana iets wat aansloot bij mijn verdriet om oom Aat. Iets wat ik niet kon uitleggen en waarvoor ik op dat moment ook geen woorden nodig had. Dus zette ik het op dat bandje.

Het cassettebandje ben ik inmiddels kwijtgeraakt. Mogelijk ligt het nog ergens beneden in een kist. Ik hoop dat ik het ooit terugvind, want het bewaart iets van de jongen die ik toen was en de manier waarop ik mijn oom wilde herinneren. Dertig jaar lang bleef dat nummer voor mij verbonden met oom Aat, zonder dat ik werkelijk begreep wat er gezongen werd. Tot vandaag!!

De woorden die ik nooit had verstaan…

Terug in het heden zoek ik de tekst van Nirvana op. Ik lees de woorden, laat ze vertalen en probeer te begrijpen wat ik al die jaren heb gehoord. Het nummer bevat elementen uit drie religieuze tradities. Het begint met Latijnse woorden uit het evangelie van Lucas, over tekenen aan de hemel en ontreddering onder de volkeren. Vervolgens klinkt een tekst die is gebaseerd op het begin van het evangelie van Johannes, waarin wordt gesproken over het Woord dat in het begin bij God was en waardoor alles is ontstaan. Daarna wordt diezelfde gedachte verbonden aan Boeddha en vervolgens aan Allah. Tussendoor klinkt steeds het woord Nirvana.

Het is geen theologisch zuivere weergave van de drie religies. Vooral de voorstelling van Boeddha als schepper wijkt af van de boeddhistische leer. Voor mijn persoonlijke verbinding met het lied is dat onderscheid niet bepalend. Wat mij raakt, is dat ik ineens drie elementen herken die zo bijzonder verbonden zijn met het leven en overlijden van oom Aat.

Het christendom brengt mij terug naar zijn leven, zijn geloof en de overtuiging waaraan hij zijn hele leven trouw bleef. Een man die zelfs zijn grote liefde liet gaan omdat zijn geloof voor hem zo wezenlijk was. Een man die op sabbatmorgen, luisterend naar zijn kerkdienst, zijn laatste adem uitblies.

De islam brengt mij bij zijn buurman. De man die zijn vertrouwen had gekregen, die zijn sleutel bewaarde en die door mijn ouders werd gebeld toen zij zich zorgen maakten. De man die hem vond en bij hem bleef totdat zijn familie arriveerde.

En dan is er het boeddhisme, met het begrip Nirvana. In het boeddhisme verwijst Nirvana naar de bevrijding van het lijden en de kringloop van wedergeboorte. Een betekenis die ik destijds niet kende en die mij nu ineens diep raakt:

Want oom Aat had kanker...

Zijn lichaam was ziek en zijn leven kende daardoor lijden. Op die sabbatmorgen kwam daar een einde aan. Rustig, in zijn eigen stoel, tijdens of rond de kerkdienst waarnaar hij luisterde. Binnen het adventistische geloof rust een overledene in het graf tot de wederkomst van Christus. Er is geen bewust ervaren wachttijd waarin iemand de jaren voorbij ziet gaan. Voor degenen die achterblijven kunnen tientallen jaren verstrijken, terwijl voor degene die rust de opstanding het eerstvolgende bewuste moment is.

Dat is een andere geloofsopvatting dan de boeddhistische leer over Nirvana. Toch krijgt dat woord in dit lied voor mij nu een heel persoonlijke betekenis. Het einde van zijn lijden en de rust die daarop volgt. Voor oom Aat, vanuit zijn eigen geloof bezien, is de wederkomst het eerstvolgende moment dat hij bewust zal ervaren. De tijd die wij hier doorbrengen, bestaat voor hem niet als een lange periode van wachten.En ineens begrijp ik waarom dat nummer zo bijzonder bij zijn verhaal past. Ik heb dertig jaar geleden op gevoel een lied gekozen waarvan ik nu pas ontdek hoe mooi de woorden aansluiten bij zijn leven én overlijden.

Dertig jaar later…

Daar zit ik dan, met tranen in mijn ogen.

Omdat ik dertig jaar geleden een nummer uitkoos dat binnen mijn familie vanwege het New Age-karakter niet vanzelfsprekend geaccepteerd zou zijn. Een nummer waarvan ik de woorden niet verstond en waarvan ik de betekenis niet kende. En nu ontdek ik dat de symboliek ervan zo ongelooflijk mooi aansluit bij het leven en overlijden van mijn oom.

Zijn christelijke geloof. Zijn islamitische buurman. De bevrijding van zijn lijden.

Drie elementen die destijds al aanwezig waren en die ik nu terugvind in de muziek die ik voor hem uitkoos. Ik geloof niet in toeval. Dat betekent niet dat ik iedere gebeurtenis kan verklaren of dat ik precies weet waarom iets op een bepaald moment gebeurt. Ook nu weet ik niet waarom dit lied juist in deze periode weer zo nadrukkelijk in mijn gedachten kwam.

De vraag om een lied voor mijn verjaardag was de aanleiding. Daardoor begon ik opnieuw te zoeken en kwam ik uiteindelijk bij de tekst terecht. Pas daarna realiseerde ik mij dat oom Aat op 11 mei 1996 is overleden. Dit jaar is dat precies dertig jaar geleden.

Dertig jaar waarin dat lied zijn plaats in mijn herinnering heeft behouden, zonder dat ik wist wat er werkelijk gezongen werd. Dertig jaar waarin het leven verderging en de herinnering aan oom Aat op de achtergrond aanwezig bleef. En dan ineens komt alles samen.

Je zou zelfs nog wat kunnen spelen met dat getal. Drie religieuze tradities, een nul als cirkel zonder begin of einde (het oneindige), en precies dertig jaar tussen zijn overlijden en deze ontdekking. Het is wat vergezocht en tegelijk vind ik het een mooie gedachte. Een cirkel die zich na dertig jaar en drie geloofstromen of gedachtes lijkt te sluiten.

Wat mij uiteindelijk het diepst raakt, is de menselijkheid die in dit verhaal besloten ligt. Een man die zijn hele leven trouw bleef aan zijn geloof. Een wijk waarin mensen elkaar kenden. Een christen en een moslim die elkaar vertrouwden, iets lekkers deelden en naar elkaar omkeken. Een buurman die op het moment dat het erop aankwam zijn sleutel pakte en ging kijken. En een jongen die zijn oom verloor en zonder de woorden te begrijpen muziek uitkoos die al die herinneringen nu met elkaar verbindt.

Ik zou willen dat ik dat cassettebandje terugvond. Om nog eens te luisteren naar de nummers die ik destijds voor oom Aat bij elkaar zocht. Om weer even te voelen wat ik toen voelde en te ontdekken wat ik in die muziek probeerde te bewaren. Vandaag heeft dat ene lied een betekenis gekregen die ik dertig jaar geleden niet onder woorden kon brengen. Of wellicht was die betekenis er al die tijd al en moest ik haar alleen nog maar (opnieuw) ontdekken. Ik weet alleen dat ik vandaag opnieuw naar Nirvana luister en dat oom Aat ineens weer heel dichtbij is.

Zijn geloof. Zijn buurman. Zijn rust
samen met een lied dat dertig jaar op zijn betekenis wachtte.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.