Ik ken “Think of Laura” (van Christopher Cross) al heel lang, al van ver voor het Spotify-tijdperk. Ik heb het nog op cassettebandjes staan die ik allang niet meer afspeel, kleine tastbare relicten van een tijd waarin je een liedje niet zomaar oversloeg, maar letterlijk moest doorspoelen. Soms zet ik Spotify nu op de automatische piloot, laat ik de algoritmes hun werk doen, en dan komen er ineens van die vergeten parels voorbij. Liedjes die een oude deur op een kier zetten. Zo ook dit lied. Het heeft me altijd geraakt, maar deze keer, midden in de stroom van de afgelopen maanden en misschien wel jaren, raakte het me dieper dan normaal. Misschien omdat ik al zo lang in een fase van reflectie zit, waarin ik niet alleen kijk naar wat er om me heen gebeurt, maar vooral naar wat er in mij beweegt/verschuift (zoals ik dat in mijn persoonlijke drieluik heb genoemd). Ik sta vaker stil bij de mensen die ik liefheb, maar ook bij degenen die ik liefhad. Bij wie er nog zijn, bij wie onderweg zijn afgevallen, en bij hen die er al veel langer niet meer zijn maar toch weer dichterbij komen naarmate ik zelf meer stilsta.
In dat moment, toen dat herkenbare gitaartje inzette en de stem van Christopher Cross zachtjes de kamer vulde, voelde het alsof het lied even een sluier optilde. Alsof het iets zichtbaar maakte wat er altijd al was, maar wat ik in de hectiek van het leven soms vergeet: het stille, zachte gemis. Niet het rauwe, schreeuwende gemis van vlak na een verlies, maar het warme gemis dat je bijna liefdevol kunt vastpakken. De aanwezigheid van mensen die mij hebben gevormd, zelfs nu ik ze al jaren niet meer in levenden lijve zie. Mijn ouders. Mijn opa en oma van vaders kant. En vooral Pipa en Mima, mijn grootouders van moeders kant, bij wie de fundamenten liggen van mijn liefde voor Noorwegen. Bij hen zit een deel van mijn oorsprong, alsof zij mij destijds al iets meegaven wat ik pas nu ten volle begin te begrijpen. Het lied trok die herinneringen zachtjes naar voren, niet om me verdrietig te maken, maar om me eraan te herinneren hoeveel van hen nog altijd met me meereist.
Misschien is dat wel de kracht van dit nummer: het heeft een bijzondere eenvoud die je bijna ongemerkt raakt. Cross zingt niet groots en meeslepend, niet vanuit dramatiek, maar vanuit een menselijke zachtheid die uitnodigt tot herinneren zonder te verstarren. De regel “laugh, don’t cry – I know she’d want it that way” is geen poging om pijn weg te poetsen; het is meer een liefdevolle fluistering die erkent dat verdriet onderdeel is van liefde, maar niet het hele verhaal hoeft te zijn. Het raakt aan dat gebied waar rouw en dankbaarheid elkaar ontmoeten, waar je niet meer probeert vast te houden aan wat was, maar accepteert dat liefde een andere vorm kan aannemen wanneer iemand er niet meer is.
Terwijl ik naar het lied luisterde, voelde ik hoe rouw zich in de loop der jaren kan omvormen. Eerst is het een ruwe steen die je nauwelijks kunt vastpakken zonder je te snijden, maar na verloop van tijd wordt het een glad object dat je in je binnenzak meedraagt. Het breekt je niet meer bij elke aanraking; het herinnert je. Het definieert je niet, maar het vormt je. De mensen die ik mis, lopen niet meer naast me op de tastbare manier van vroeger, maar ze zijn er in details: in de manier waarop ik naar de wereld kijk, in hoe ik mijn kinderen zie opgroeien, in de keuzes die ik maak, in de zachtheid die ik probeer te bewaren ondanks alles. Het lied gaf die innerlijke aanwezigheid weer even woorden.
“Think of Laura” gaat over een jonge vrouw die veel te vroeg werd weggehaald, en toch voelt het alsof het nummer veel meer wil zeggen dan dat ene verhaal. Voor mij gaat het over iedereen die we in de loop van ons leven verliezen en die we, bewust of onbewust, blijven meedragen. Over hoe herinnering een vorm van voortleven wordt. Over hoe je iemand terugvindt in muziek, in geuren, in momenten die je overvallen, in stilte of juist midden in een drukke dag. Over hoe liefde, als het echt is geweest, weigert om zomaar te verdwijnen.
Als Cross zingt dat hij haar voelt “wanneer hij zingt”, herkende ik zo’n moment direct. Er zijn tijden dat ik tijdens het wandelen ineens het gevoel krijg dat iemand met me meeloopt – niet letterlijk, maar als een innerlijke aanwezigheid die je soms alleen kunt voelen als je vertraagt. Misschien is dat waarom het lied nu zo binnenkwam: omdat ik zelf al zo lang op reis ben, niet naar een bestemming maar naar een soort innerlijke openheid, een bewustzijn dat pas zichtbaar wordt als je het toelaat. Ik ben het leven opnieuw aan het leren lezen, en in dat leerproces horen ook de stemmen van degenen die er niet meer zijn.
Aan het einde van het lied stelt Cross een bijna kinderlijke vraag: “Hey Laura, where are you now?” Dat is een zin die niet gaat over geografie maar over verlangen. Het is de vraag die iedereen die ooit iemand verloor weleens heeft gesteld, in stilte of hardop. Maar de zin erna – “I think you’re here, taking our tears away” – voelt als een soort afronding. Niet letterlijk, niet feitelijk, maar als een poëtische manier om te erkennen dat liefde ook na het verlies een rol blijft spelen. Het is alsof het lied zegt dat de aanwezigheid van geliefden zich niet laat begrenzen door het fysieke.
Misschien is dat ook wat ik zelf steeds meer begin te begrijpen, mede door mijn reis in de Miracle Roadmap: dat het niet draait om loslaten of vasthouden, maar om iets veel eerlijkers en rustigers – het verleden radicaal aanvaarden. Het besef dat het is zoals het is, dat het niet anders had kunnen zijn, en dat je precies staat waar je nu hoort te staan, met alles wat je hebt meegemaakt, met alles wat je hebt verloren, met alles wat je hebt moeten doorleven om hier te komen. En dat geldt net zo goed voor de mensen die ik mis. Zij zijn gegaan op hun moment, hoe pijnlijk dat ook was, maar in datzelfde perspectief zijn zij precies waar zij moeten zijn. Niet weggevaagd, niet vergeten, maar opgenomen in een groter verhaal waar wij slechts delen van kennen.
Think of Laura wordt daardoor geen lied over rouw, maar een lied over die vorm van aanvaarding die je langzaam leert wanneer je ophoudt te vechten tegen hoe het leven zich heeft ontvouwd. Een aanvaarding waarin herinnering niet het verleden vasthoudt, maar het verleden een plek geeft in het heden. Een aanvaarding die niet vraagt om verdriet weg te duwen, maar om het een plaats te geven tussen alles wat je liefhebt en alles wat je hoopt. Terwijl ik luisterde, merkte ik hoe het lied precies dat venster opende: een zachte ruimte waarin verdriet niet meer in de weg staat van wie ik aan het worden ben, maar onderdeel is van dat worden.
En misschien raakt het lied daarom zoveel mensen. Omdat het die zachte waarheid fluistert dat we niet hoeven te helen door te vergeten, maar door te erkennen dat iedere stap die we zetten, ook de moeilijke, deel uitmaakt van onze reis. Dat de mensen die we hebben verloren geen leegte achterlaten, maar een aanwezigheid in een andere vorm. En dat het uiteindelijk goed is zoals het is – niet omdat het makkelijk is, maar omdat het leven zich soms alleen laat begrijpen wanneer je stopt met terugduwen en begint met toestaan. In dat licht voelt Think of Laura als een uitnodiging: om te herinneren, om te koesteren, om te accepteren, en om onderweg af en toe stil te staan bij wie er met je meeloopt, zichtbaar of onzichtbaar.
