Een vriendin van mij noemt mij weleens gekscherend “Apostel Paul”.
Dat is natuurlijk zwaar overdreven. Toch bleef die opmerking ergens hangen. Niet omdat ik mezelf wil vergelijken met Paulus. Hoe meer ik over Paulus begon te lezen, hoe meer ik voelde hoe onmogelijk zo’n vergelijking eigenlijk is. Een apostel uit een totaal andere tijd vergelijken met een wandelende blogger uit Nederland slaat natuurlijk nergens op.
En toch bleef er iets knagen.
Niet op het niveau van religie of status. Wel op het niveau van karakter, innerlijke drijfkracht en de manier waarop iemand door het leven beweegt. Die zoektocht begon eigenlijk al eerder. In een eerdere blog schreef ik al over mijn naam Ante, afkomstig uit Kinderen van de grote Fjelds. Daarin trekt een jongen van noord naar zuid op zoek naar een betere wereld voor zijn broertjes en zusjes. Jaren later liep ik zelf van Noord-Nederland naar Zuid-Nederland met Walking for Humanity, vanuit precies datzelfde verlangen naar meer menselijkheid.
Dat voelde voor mij nooit als toeval.
Ik geloof namelijk niet dat belangrijke lijnen in een mensenleven zomaar ontstaan. Niet de verhalen die je raken. Niet de thema’s die telkens terugkeren. En eerlijk gezegd geloof ik ook niet dat namen volledig betekenisloos zijn. Alsof sommige namen langzaam zichtbaar maken welke zoektocht al die tijd al onder je leven aanwezig was.
En dus kwam vanzelf de volgende vraag: Waarom heet ik eigenlijk Paul?
Toen ik mij begon te verdiepen in Paulus, viel mij vooral één ding op: de intensiteit waarmee hij leefde. Voor Paulus was geloof niet iets naast zijn leven. Het was zijn leven. Alles stond ermee in verbinding:
zijn reizen,
zijn gesprekken,
zijn conflicten,
zijn schrijven,
zijn verlangen om mensen wakker te schudden.
Dat herken ik. Niet in geloofszekerheid. Daar verschillen wij fundamenteel in. Paulus leek uiteindelijk overtuigd van een absolute waarheid. Ik ben veel meer een zoeker. Iemand die blijft onderzoeken waarom mensen doen wat ze doen. Waarom angst ontstaat. Waarom groepen tegenover elkaar komen te staan. Waarom menselijkheid soms zo snel verdwijnt zodra mensen elkaar niet langer volledig als mens zien.
En toch herken ik iets van dezelfde innerlijke drang.
Wanneer iets mij raakt, blijft het niet bij een mening. Dan ontstaat er beweging. Dan worden het gesprekken, blogs, wandelingen, projecten en eindeloze pogingen om te begrijpen wat er in mensen gebeurt. Misschien herken ik Paulus daarom ook niet zozeer in verbinding, maar juist in de worsteling ermee.
Want ik wil wel degelijk dat mensen elkaar blijven vinden. Ik wil dat mensen elkaar blijven zien als mens. Alleen merk ik ook hoe moeilijk dat wordt wanneer ik geconfronteerd word met uitspraken, politieke ideeën of vormen van framing die in mijn ogen juist ontmenselijken. Dan verdwijnt mijn zachtheid soms. Dan reageer ik fel. Harder dan ik eigenlijk zou willen.
Niet omdat ik mensen haat, eerder omdat ik diep voel hoe gevaarlijk het wordt wanneer groepen mensen steeds minder als volledig mens worden gezien. Wanneer angst langzaam belangrijker wordt dan medemenselijkheid. Wanneer politieke winst gebouwd wordt op het aanwijzen van zondebokken.
Dat vuur herken ik ook ergens in Paulus.
Niet als een rustige vredesfiguur, want dat was hij helemaal niet. Paulus kon scherp zijn. Confronterend. Soms zelfs hard. Zijn overtuiging brandde zo sterk dat hij regelmatig in conflict terechtkwam. Misschien raakt mij dat juist omdat ik dezelfde spanning herken:
hoe blijf je trouw aan wat je diep vanbinnen als menselijk en moreel juist ervaart zonder zelf langzaam harder te worden?
Dat is geen theoretische vraag meer voor mij. Dat voel ik bijna dagelijks wanneer ik discussies voer over polarisatie, vluchtelingen, extreemrechts of ontmenselijking. Ik merk dan dat er in mij twee bewegingen tegelijk bestaan:
de behoefte om te beschermen,
en het verlangen om menselijk te blijven.
Misschien is dat uiteindelijk ook waarom Paulus mij fascineert. Niet omdat hij perfect was. Juist omdat hij zo menselijk was. Vol vuur. Vol overtuiging. Vol strijd.
En voortdurend onderweg tussen liefde, conflict, gemeenschap en oordeel. En misschien is dat uiteindelijk wat mij zo raakt in die naam. Niet dat ik Paulus bén. Wel dat ik ergens iets herken van dezelfde onderstroom:
de behoefte om niet alleen voor jezelf te leven,
het gevoel dat woorden verantwoordelijkheid dragen,
en de worsteling om menselijkheid te beschermen zonder zelf volledig te verharden.
Misschien is dat wat namen soms doen. Niet ons leven voorspellen. Wel langzaam zichtbaar maken welke vragen al die tijd ongemerkt met ons mee zijn gelopen.