In mijn handen

3 april 2011 stierf mijn moeder plotseling…
Op Valentijnsdag 2013, twee jaar later, stierf mijn vader in mijn handen..
.

Alsof hij had gewacht tot een mooi moment dat hij weer naar haar toe mocht.

(Zij geloofden niet in een directe stap naar een hemel, maar pas op moment van wederkomst van Jezus die hen gezamenlijk naar de Hemel zou brengen. Echter de tijd dat je dood bent is voor de overledene een tijdloze periode. Zij zijn dus nog niet samen, maar deze tijd is voor hen niet bestaand en dus zijn ze voor hen samen).

Wat een vreemde troost zit er in die gedachte. Alsof het universum toch nog een klein beetje recht deed aan iets wat zo pijnlijk scheef was gegaan. Want het overlijden van mijn moeder heeft hij nooit kunnen begrijpen. Niet kunnen bevatten. Niet kunnen plaatsen. Zonder haar verder leven was voor hem eigenlijk geen optie. Hij zei het geregeld zo, hij leefde de laatste twee jaar in dit besef.

Hij vond dat zij had moeten blijven. Niet voor hem – voor haar. “Zij was socialer”, zei hij vaak. Zij had nog een leven kunnen hebben, mensen om zich heen, gesprekken, warmte. Zeker in die laatste periode, toen hij afhankelijk van haar was, was haar plotselinge vertrek voor hem onbegrijpelijk. Hij was boos. Op God. Op het lot. Op de willekeur waarmee zijn liefde zo werd weggerukt.

Twee zware jaren volgden.

En in die twee jaren mocht ik vaker dan ooit gewoon bij mijn vader zijn. Niet als zoon-met-verplichtingen, maar als mens bij een mens, als een zoon bij zijn vader. Ik zat bij hem op zijn kamer. We praatten. Uren soms. Mijn vader was een uitzonderlijk intelligente man, met ideeën die zelden in één richting liepen. Hij las meerdere boeken tegelijk, op zoek naar patronen, naar overlappende waarheden. Geen kennis om te bezitten, maar om te begrijpen.

Hij zei mij ooit: “Uit sprookjes halen mensen verhalen en lessen. Maar weet je dat je er ook geschiedenis uit kunt halen?” Ik keek hem aan. Onwaarschijnlijk. Hij glimlachte. “Wie een verhaal verzint, kan het nooit helemaal verzinnen. Hij stopt er zijn eigen wereld in. Zijn tijd. Zijn omgeving. Zijn waarheid. “Jij zou dat toch ook doen als je een verhaal verzint?” Maar hoe filter je dan wat verzonnen is en wat echt? “Dat hoeft niet,” zei hij. “Neem meerdere verhalen uit dezelfde tijd en uit dezelfde streek. Waar ze overeenkomen, daar ligt – op zijn minst – de waarheid dichtbij.” Ik hing aan zijn lippen. Niet omdat ik alles begreep, maar omdat het klopte.

Terugkijkend denk ik soms dat het misschien goed was dat mama eerder ging. Hun liefde was zo volledig, zo één, dat ik me afvraag of zij hem had kunnen loslaten als zij hem was verloren. Ik heb nooit gezien dat ze het oneens waren. Nooit. Op één moment na.

Ik had een conflict op mijn werk en vroeg hem om raad. Hij gaf me een duidelijk advies. Maar toen mama binnenkwam, draaide zijn antwoord bijna 180 graden. Mama vond iets anders, en ineens was dat het juiste pad. Ik volgde zijn eigen advies en stelde op dat moment geen vragen. En zijn advies werkte!

Toen ik hem, in de laatste 2 jaar, daarmee confronteerde, leerde hij mij misschien wel de mooiste les van zijn leven. “Nooit,” zei hij, “zou ik tegenover mama een andere lijn kiezen, de moeder van mijn kinderen. We trekken altijd één lijn. Maar mama had niet altijd gelijk. Die keer wist ik wat jij moest doen,” zei hij zacht. “Ook al zou mama het geen goed idee vinden. Daarom gaf ik jou twee verhalen.” Ik glimlachte. Mama heeft het misschien nooit geweten. Al denk ik soms dat ze het wél wist – ergens tussen hen twee, zonder ons erbij.

Die twee jaren waren misschien de enige tijd in mijn leven waarin ik mijn vader echt heb ontmoet. Alles wat hij zei, kwam volledig uit hemzelf. Niet meer gefilterd door zorgen, door rollen, door verantwoordelijkheden. En wat ben ik dankbaar dat ik daar was. Zo vaak. Zo gewoon.

Nu mis ik die gesprekken. Steeds vaker. Steeds meer. Ik heb niet naar al zijn lessen geluisterd. Misschien heeft het mijn huwelijk gekost. Misschien ook niet. Maar in mijn werk, in hoe ik met mensen omga, probeer ik hem nog steeds te horen. Zijn stem. Zijn nuance. Zijn menselijkheid. Hoe mooi zou het zijn als ik nog één keer bij je kon zitten, pap, en jou al mijn vragen te stellen…

Nog één gesprek
Nog één gedachtewisseling
Kon het nog maar, één keer

Ik mis je.
Ik houd van je.

Op Valentijnsdag van dit jaar schreef ik een blog over deze dag en de week die eraan vooraf ging. Deze kan je hier vinden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.