De democratische plicht voor de vier grootste partijen om samen te werken

In een post (ik denk een repost van iemand anders, maar dat is niet geheel duidelijk eruit op te maken) gaat mr. Mart Kievits (in strafrecht en privaatrecht, tevens docent Politie Academie) op bijzondere wijze om met de feiten. In een post over de rechtstaat als moreel wapen worden partijen die de rechtsstaat beschermen weggezet als gijzelaars ervan. Partijen die werkelijk een loopje met de rechtsstaat nemen als slachtoffer geportretteerd. Partijen worden beticht dat ze miljoenen (het zijn er net 2 miljoen, dat klinkt al heel anders!) kiezers buiten spel zette, en dat zelfs structureel, aldus het stuk.

Dat een politieke partij uitsluiten feitelijk een politieke keuze is, gebaseerd op principes en keuzes die gewoon niet verenigbaar zijn, wordt eenvoudig overheen gestapt. En ook dat de uitgesloten partijen (en dan met name de PVV) feitelijk juist in hun partijprogramma en hun uitspraken ECHT ruim een miljoen mensen buiten spel willen zetten en hun basisrechten willen ontzeggen. En dus ECHT tegen de grondwet in gaan. Een gevaarlijke ontwikkeling, in mijn ogen. Zeker met de achtergrond in de rechten van de (re-)poster.

Mijn reactie spreekt dan ook de verbazing uit dat je met deze titel dit kan posten. Het is de basis van zijn vakgebied om op te komen voor de feiten en dat doet hij hier glashelder niet. Hierop komt een reactie van een naamloze toetsenbordridder die vervolgens mij wegzet als iemand die het niet snapt omdat (?) ik géén titels (wat trouwens ook al een aanname is, ik draag ze in ieder geval niet – zoveel is bekend) heb. Zijn naam doet vermoeden dat hij/zij/het ook rechten heeft gestudeerd: Eurolawyers Associates. Deze inhoudsloze reactie wordt geliked door twee mensen. Op mijn vraag om dan vooral aan te tonen waar ik het mis heb, wordt – eigenlijk zoals altijd – niet meer gereageerd. Niet van de originele poster, niet van de toetsenbordridder en niet van de likers, ondanks mijn tags.

Even later komt er wel een mooie inhoudsvolle reactie van Willem van den Belt waarvan titel, achtergrond en werk, als niet geconnecte onduidelijk blijft. Hij schrijft: “Zou het niet een plicht moeten zijn dat bv de 4 grootste politieke partijen met elkaar moeten samenwerken. Ook al zijn er flinke tegenstellingen, dit lijkt mij hoe een democratie werkt.”

Het is deze reactie die mij motiveerde deze blog te schrijven. Sorry voor de lange inleiding, maar ik moest het even kwijt. Ik vind het namelijk bijzonder dat we op een podium als LinkedIn en met de (schijnbare) statuur van deze personen er op deze wijze wordt gedacht en gereageerd. Ik schrik daarvan… Maar goed, in deze laatste reactie schuilt een interessante gedachte die het verdient om verder te verkennen. Dus terug naar waar ik het over wil hebben:

Zou het een plicht moeten zijn voor de vier grootste partijen om samen te werken?

Het klinkt sympathiek: De vier grootste partijen die samen de verantwoordelijkheid nemen voor het land. Democratie als samenwerking, niet als strijd. In theorie lijkt het een manier om polarisatie te voorkomen en stabiliteit te brengen. Maar in de praktijk zou het juist het tegenovergestelde kunnen bereiken.

Want als de vier grootste partijen verplicht zijn om samen te werken, verdwijnt het echte politieke debat. Dan wordt beleid een compromis op een compromis, en wordt verandering onmogelijk. In plaats van koersvast bestuur krijg je grijs bestuur – beleid dat niemand echt wil, maar waar iedereen net mee kan leven. En dat is zelden de basis voor vooruitgang.

Verandering ontstaat niet uit gemiddelden. Verandering ontstaat als mensen met visie durven zeggen: “Het moet anders.” De geschiedenis laat zien dat hervormingen juist kwamen van partijen die tegen de stroom in durfden te roeien – niet van brede coalities die alles gladschuurden omwille van stabiliteit.

Na bijna zeventien jaar rechts beleid – waarin sociale voorzieningen zijn uitgekleed, publieke sectoren zijn uitgehold en de kloof tussen arm en rijk is gegroeid – is er eerder behoefte aan richting dan aan spreiding. Aan herwaardering van solidariteit en menselijke maat. Niet aan nóg een ronde van pappen en nathouden om iedereen te vriend te houden.

Er ligt nu juist een kans (hoe breed de coalitie ook zal worden) om over links te gaan regeren. Een samenwerking tussen partijen die in hun kern dezelfde waarden delen: Sociale rechtvaardigheid, gelijke kansen, duurzaamheid en een eerlijke verdeling van lasten en lusten. Een coalitie die ondanks het aantal partijen juist stabiel kan zijn, omdat de onderliggende visie verbindt. Een kabinet waarin de meerderheid van Nederland zich herkent – maar dat vooral plannen heeft die iedereen vooruithelpen, ook zij die er niet op gestemd hebben.

De oppositie kan in dat scenario haar rol glansrijk vervullen: Kritisch volgen, alternatieven aandragen, de regering scherp houden. En over vier jaar kan de kiezer oordelen of deze nieuwe koers echt tot verbetering heeft geleid. Dát is democratie zoals het bedoeld is: Dynamisch, toetsbaar en inclusief.

Een coalitie van gelijkgestemden is niet per definitie een gevaar voor de democratie; het kan juist zorgen voor duidelijkheid, rust en consistentie. De kiezer weet dan waarvoor hij stemt, en ziet dat terug in het beleid. Democratie is niet dat iedereen altijd meedoet – democratie is dat iedereen kán meedoen, en dat meerderheden gevormd worden op basis van overtuiging, niet op verplichting.

De kracht van een democratie zit niet in het gedwongen samenwerken van tegenpolen, maar in het respectvol ruimte geven aan verschil. Juist dát onderscheidt een volwassen democratie van een bestuurstafel waar iedereen bang is om kleur te bekennen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.