A Pinch of Wisdom

Een ogenschijnlijk eenvoudige vraag aan een professor die al meer dan vijftig jaar lesgeeft. Wat zou u anders doen als u opnieuw twintig was? Douglas Davies, hoogleraar religiewetenschappen aan Durham University, hoeft niet lang na te denken. Eigenlijk niet zoveel, antwoordt hij. Hij beschouwt zichzelf als een geluksvogel, onder andere omdat hij destijds kon studeren zonder collegegeld te betalen. Hij zou willen dat studenten die mogelijkheid vandaag nog steeds hadden. De financiële toegankelijkheid van onderwijs speelt daarbij een belangrijke rol, evenals de invloed die betalen heeft op de verhouding tussen student en universiteit. Onderwijs dreigt een transactie te worden, waarbij de student betaalt en de instelling geacht wordt iets meetbaars terug te leveren.

En dan zegt Davies iets wat mij onmiddellijk raakt. Kennis kun je overdragen binnen zo’n transactionele verhouding. Wijsheid laat zich niet op dezelfde manier uitwisselen. Wanneer hem wordt gevraagd wat het verschil is tussen kennis en wijsheid, antwoordt hij bijna onbeholpen: “It’s knowing stuff to understanding yourself in relation to all that stuff.”

Het klinkt bijna kinderlijk eenvoudig, met dat voortdurend terugkerende woord stuff. Toch zit er in die ene zin een wereld aan betekenis. Het gaat om hoe jij jezelf leert begrijpen in verhouding tot alles wat je weet. Hoe die kennis jouw kijk op de wereld verandert, hoe anderen naar diezelfde wereld kijken en hoe jij je vervolgens tot hen verhoudt. Dat is een voortdurend proces van ontdekken, onderzoeken, uitdagen en opnieuw begrijpen. Volgens mij raakt Davies daarmee aan de essentie van onderwijs.

De grenzen van wat je weet

Ik gebruik al jaren een beeld om mijn gedachten over kennis en wijsheid uit te leggen. Het is een gedachte die zich in de loop van de tijd, tijdens allerlei gesprekken, heeft ontwikkeld. Stel je voor dat al jouw kennis zich bevindt in een klein kubusje van één bij één bij één centimeter. Alles wat jij weet, begrijpt en hebt geleerd, bevindt zich binnen die kubus. De inhoud bedraagt één kubieke centimeter en de zes buitenvlakken vormen samen een oppervlakte van zes vierkante centimeter. Die buitenvlakken vertegenwoordigen de grens tussen wat jij weet en alles wat zich buiten jouw kennis bevindt.

Wanneer je meer leert, groeit de kubus. Stel dat hij twee bij twee bij twee centimeter wordt. Je kennis is dan acht keer zo groot geworden, terwijl het oppervlak waarmee jouw kennis aan het onbekende grenst, is verviervoudigd tot vierentwintig vierkante centimeter.

Hoe meer je weet, hoe groter het oppervlak wordt waarop je kunt ontdekken wat je allemaal nog niet weet.

En juist daar wordt het interessant. Want die buitenvlakken vertegenwoordigen de grenzen van jouw kennis. Wijsheid ontstaat in de manier waarop je met die grenzen omgaat. In het besef dat jouw kennis, hoe omvangrijk ook, nooit de volledige werkelijkheid omvat. In de bereidheid om vragen te stellen, naar anderen te luisteren, je eigen overtuigingen te onderzoeken en te accepteren dat iemand anders vanuit een ander perspectief tot een andere conclusie kan komen.

Wijsheid betekent dus ook dat je weet dat je niet alles weet. Dat je bereid bent jezelf voortdurend uit te dagen en je inzichten opnieuw tegen het licht te houden. Daarvoor heb je kennis nodig. Heel veel kennis zelfs. Zonder inhoud heeft die kubus nauwelijks betekenis en ontbreekt de basis om verbanden te ontdekken. Kennis is daarmee een noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van wijsheid, terwijl wijsheid uiteindelijk bepaalt hoe je met die kennis omgaat.

Wat leren we eigenlijk?

Wanneer ik naar het onderwijs van vandaag kijk, heb ik regelmatig het gevoel dat we vooral bezig zijn met de inhoud van die kubus. We verzamelen kennis, formuleren leerdoelen, toetsen wat leerlingen hebben onthouden en beoordelen hun prestaties aan de hand van cijfers. Dat heeft een belangrijke functie. Tegelijkertijd vraag ik me af hoeveel aandacht we besteden aan de vraag wat die kennis uiteindelijk met een leerling doet.

Neem geschiedenis. Natuurlijk moeten leerlingen weten wanneer de Tweede Wereldoorlog plaatsvond, welke landen betrokken waren en hoe de gebeurtenissen zich ontwikkelden. Die kennis vormt de basis. De betekenis wordt veel groter wanneer zij ook begrijpen hoe de Eerste Wereldoorlog, de Vrede van Versailles, de economische omstandigheden en de politieke ontwikkelingen tijdens het interbellum hebben bijgedragen aan de voedingsbodem waarin het nationaalsocialisme kon groeien.

Dan gaat geschiedenis verder dan het onthouden van gebeurtenissen. Leerlingen ontdekken hoe onzekerheid, angst, propaganda en het aanwijzen van zondebokken een samenleving kunnen beïnvloeden. Ze leren verbanden herkennen en kunnen zich vervolgens afvragen wat die inzichten betekenen voor de wereld waarin zij vandaag leven. Daarbij vraagt wijsheid ook om zorgvuldigheid. Niet iedere ontwikkeling van vandaag is vergelijkbaar met die van bijna honderd jaar geleden. Juist het kunnen herkennen van overeenkomsten én verschillen maakt historisch inzicht waardevol.

Hetzelfde geldt voor natuurkunde. Je kunt leerlingen formules laten leren over energie, warmte en straling. Die kennis is noodzakelijk om te begrijpen hoe onze fysieke wereld functioneert. Wanneer leerlingen vervolgens ontdekken hoe deze natuurkundige principes samenhangen met klimaatverandering, krijgt die kennis een bredere betekenis. Ze begrijpen hoe iets werkt en kunnen nadenken over de gevolgen voor onze samenleving en de verantwoordelijkheid die daarmee samenhangt.

Een docent Nederlands kan grammatica en spelling onderwijzen en leerlingen tegelijkertijd laten ontdekken welke invloed woorden hebben op mensen. Hoe taal kan verbinden, overtuigen, kwetsen en uitsluiten. Dat raakt aan mijn blog Woorden doen ertoe, waarin juist die menselijke betekenis van taal centraal staat.

In al deze voorbeelden blijft kennis onmisbaar. De werkelijke verdieping ontstaat wanneer leerlingen leren wat die kennis betekent voor hun verhouding tot zichzelf, tot anderen en tot de wereld.

De Bijbel is een sprookjesboek

Bijna veertig jaar geleden zat ik op een protestants-christelijke middelbare school. Een van mijn docenten was Bert Terwel, onze godsdienstleraar. Aanvankelijk was hij natuurlijk meneer Terwel. Na een bijzondere wandeltocht van Zuid-Limburg naar Noord-Luxemburg, samen met onze leraar Duits Bram Vermeulen, werd dat Bert. Die verandering in aanspreekvorm zegt eigenlijk al iets over de relatie die hij met zijn leerlingen wist op te bouwen.

Bert had een bijzondere manier van lesgeven. Iedere week gaf hij ons een stelling mee waarover we moesten nadenken. De volgende les zouden we die bespreken. Het waren vragen waarop je niet eenvoudig een antwoord uit een boek kon halen. Hij wilde dat we zelf nadachten, onze overtuigingen onderzochten en leerden luisteren naar andere inzichten.

Totdat hij op een dag de volgende stelling meegaf:

De Bijbel is een sprookjesboek.

Op een protestants-christelijke school was dat kennelijk een stap te ver. Leerlingen kwamen ermee thuis, ouders reageerden en uiteindelijk kreeg Bert te horen dat deze manier van lesgeven niet gewenst was. Hij probeerde nog uit te leggen dat het geen persoonlijke overtuiging was die hij ons wilde opleggen. Het was een stelling, bedoeld om ons aan het denken te zetten. De discussie die de week erop had moeten plaatsvinden, kwam er nooit.

Mijn vader steunde hem. Hij vond het juist prachtig dat een docent leerlingen op deze manier uitdaagde om over geloof en overtuigingen na te denken.

Wat mij aan die gebeurtenis nog altijd bezighoudt, is dat de school vermoedelijk haar christelijke identiteit wilde beschermen, terwijl Bert zijn leerlingen juist wilde helpen die identiteit beter te begrijpen. Die twee bedoelingen hoeven elkaar helemaal niet uit te sluiten. Je kunt ergens diep in geloven en tegelijkertijd bereid zijn de fundamenten van dat geloof te onderzoeken. Sterker nog, volgens mij krijgt een overtuiging pas werkelijk betekenis wanneer je bereid bent haar kritisch te bekijken.

Bert wilde ons laten nadenken over waarom we geloofden wat we geloofden. Hij nodigde ons uit om de grenzen van onze eigen kenniskubus te onderzoeken. En juist die ruimte werd op dat moment begrensd.

Kleine momenten van inzicht

Douglas Davies gebruikt in het gesprek nog een prachtige omschrijving. Hij vertelt hoe wijsheid gedurende een mensenleven ontstaat uit kleine momenten van inzicht die zich langzaam opstapelen. Little blobs of insight. Kleine beetjes inzicht die op zichzelf nauwelijks bijzonder hoeven te lijken en uiteindelijk samen iets waardevols vormen.

Ik moet daarbij denken aan MIMS, Meaningless Important Moments. Die ogenschijnlijk onbeduidende momenten in ons leven waarvan we vaak pas veel later ontdekken hoeveel betekenis ze hebben gekregen.

Die stelling van Bert Terwel was zo’n moment.

Ik weet niet meer welke hoofdstukken we destijds allemaal hebben behandeld. Ik kan niet reproduceren welke leerdoelen bij zijn lessen hoorden en welke cijfers ik ervoor haalde. Wat ik wel weet, is dat ik bijna veertig jaar later nog altijd zijn manier van lesgeven herinner. Zijn bereidheid om vragen te stellen, zijn belangstelling voor onze gedachten en zijn overtuiging dat onderwijs verder moest gaan dan het overdragen van informatie.

Ik herinner me hem als een van de beste docenten die ik ooit heb gehad. Ook als mens.

En dan realiseer ik me hoe bijzonder het is dat juist een gesprek met een andere docent, professor Douglas Davies, mij helpt om beter te begrijpen waarom Bert Terwel zoveel indruk op mij heeft gemaakt. Beiden houden zich vanuit hun vakgebied bezig met religie, overtuigingen en de betekenis die mensen aan hun bestaan geven. Beiden laten zien hoe belangrijk het is om kennis te verbinden aan de manier waarop we onszelf en anderen begrijpen.

Een docent van bijna veertig jaar geleden en een professor die ik vandaag hoor spreken, komen op die manier samen in één gedachte. Ook dat is een klein moment van inzicht.

Wat blijft er over van onderwijs?

Davies vertelt zijn studenten dat velen van hen later belangrijke posities in de samenleving zullen bekleden. Sommigen zullen leidinggeven, verantwoordelijkheid dragen en beslissingen nemen die gevolgen hebben voor andere mensen. Daarvoor hebben ze volgens hem meer nodig dan informatie. Ze hebben wijsheid nodig.

Dat geldt wat mij betreft voor iedere leerling, ongeacht welke opleiding iemand volgt of welke plaats iemand later in de samenleving inneemt.

We hebben mensen nodig die kennis bezitten en tegelijkertijd begrijpen dat hun eigen perspectief beperkt is. Mensen die verbanden kunnen leggen, die bereid zijn hun overtuigingen te onderzoeken en die verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van hun handelen. Mensen die begrijpen dat een ander vanuit een andere achtergrond, ervaring of overtuiging naar dezelfde werkelijkheid kan kijken.

Daarvoor is onderwijs nodig dat verder gaat dan kennisoverdracht. Onderwijs waarin ruimte bestaat voor twijfel, nieuwsgierigheid en het stellen van ongemakkelijke vragen. Waarin een docent leerlingen uitdaagt om zelfstandig te denken en waarin het onderzoeken van een overtuiging wordt gezien als een mogelijkheid om dieper te begrijpen.

Dat vraagt ook iets van docenten en onderwijsinstellingen. Want wie leerlingen werkelijk wil leren denken, moet accepteren dat zij vragen stellen waarop niet onmiddellijk een antwoord beschikbaar is. Dat zij bestaande opvattingen ter discussie stellen en af en toe tot conclusies komen die we zelf niet hadden verwacht.

Juist daar kan onderwijs zijn grootste betekenis krijgen.

Ik denk nog even terug aan Bert Terwel. Aan die ene stelling die hij ons meegaf en het gesprek dat nooit heeft plaatsgevonden. Bijna veertig jaar later denk ik er nog altijd over na. Zijn les werd destijds afgebroken, terwijl de gedachte die hij ons meegaf kennelijk nooit helemaal is verdwenen.

En dat brengt mij terug bij Douglas Davies en zijn ogenschijnlijk eenvoudige woorden over kennis en wijsheid.

Een diploma kan laten zien wat iemand heeft geleerd. Het vertelt ons veel minder over de manier waarop iemand zichzelf heeft leren begrijpen in verhouding tot die kennis, tot andere mensen en tot de wereld.

Daar ligt voor mij de werkelijke betekenis van onderwijs. Leerlingen helpen hun kubus te vullen met kennis en hen tegelijkertijd leren omgaan met de wereld die zich buiten die kubus bevindt.

En als een docent daar gedurende een schoolloopbaan een paar kleine momenten van inzicht aan kan bijdragen, kan dat zomaar een leven lang doorwerken.

A Pinch of Wisdom.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.