Deze blog raakte mij. Niet alleen omdat hij iets zegt over motivatie, ook omdat hij raakt aan een fundamentele vraag die we ons in het onderwijs veel vaker zouden mogen stellen.
Al generaties lang vragen we kinderen: “Wat wil je later worden?” Een arts, timmerman, leraar, programmeur of ondernemer. Een logische vraag, al voelt het steeds meer alsof we daarmee beginnen bij het verkeerde vertrekpunt. Een beroep is immers een middel, geen doel.
Wat als we een andere vraag centraal zouden zetten?
“Welke bijdrage wil jij leveren aan de wereld?”
Op het moment dat een kind ontdekt dat zijn of haar talenten van betekenis kunnen zijn voor anderen, verandert de motivatie. Dan draait leren niet langer alleen om cijfers, diploma’s, status of een toekomstige baan. Dan krijgt leren een diepere betekenis. Je ontwikkelt jezelf niet uitsluitend om verder te komen, je ontwikkelt jezelf omdat je iets wilt toevoegen aan het leven van anderen.
Dat vraagt ook iets van ons onderwijs. Natuurlijk blijven taal, rekenen en vakkennis onmisbaar. Tegelijkertijd verdienen verantwoordelijkheid, samenwerking, empathie en maatschappelijke betrokkenheid een veel prominentere plaats. Niet als losse projecten of burgerschapslessen, eerder als de rode draad die door het hele onderwijs loopt.
Want uiteindelijk is de belangrijkste vraag niet welk beroep een leerling later kiest.
De belangrijkste vraag is welke impact hij of zij wil hebben op de mensen om zich heen.
Misschien ontstaat juist daar de meest duurzame vorm van motivatie: niet vanuit de ambitie om zelf succesvol te zijn, eerder vanuit het verlangen om van betekenis te zijn voor een ander. Dat is niet alleen een krachtig uitgangspunt voor het onderwijs. Het is een krachtig uitgangspunt voor het leven.
Motivatie ontstaat wanneer je iets betekent voor een ander
Deze blog is een vrije vertaling en bewerking van een inspirerend artikel van de Noorse schrijver Arne Sigurd Rognan Nielsen. Het oorspronkelijke artikel vind je hier. (in het Noors)
Er lijkt een tijd te zijn aangebroken waarin bijna alles draait om persoonlijke ontwikkeling. We worden uitgenodigd om de beste versie van onszelf te worden, onze doelen scherp te formuleren, productiever te leven en iedere dag een stap dichter bij succes te komen. Boekenkasten vullen zich met titels over discipline, doorzettingsvermogen en zelfoptimalisatie. Sociale media laten een eindeloze stroom zien van mensen die hun volgende mijlpaal vieren en toch knaagt er iets.
Want wie eerlijk naar zichzelf kijkt, herkent waarschijnlijk ook die dagen waarop al die mooie doelen ineens verrassend weinig kracht blijken te hebben. De wekker gaat na een slechte nacht. De agenda loopt over. De mailbox groeit sneller dan je hem kunt leegmaken. Wat gisteren nog voelde als een inspirerende ambitie, lijkt vandaag vooral een verplichting.
Dat roept een interessante vraag op.
Waar komt motivatie eigenlijk vandaan?
We denken vaak dat motivatie ontstaat vanuit onszelf. Vanuit onze dromen, onze ambities en onze persoonlijke doelen. Dat klinkt logisch. Tegelijkertijd blijkt de werkelijkheid vaak veel menselijker dan dat.
Denk eens aan ouders die wekenlang functioneren op veel te weinig slaap, zonder dat zij iedere ochtend bruisend van energie uit bed springen. Denk aan een leidinggevende die na een zware week toch nog tijd vrijmaakt voor een medewerker die ergens mee worstelt. Denk aan collega’s die een stap extra zetten omdat ze weten dat een ander het moeilijk heeft. Niemand doet dat omdat het perfect past binnen een persoonlijk ontwikkelplan. Ze doen het omdat iemand op hen rekent.
Juist daarin schuilt een bijzondere vorm van motivatie.
Op het moment dat onze inspanning betekenis krijgt voor een ander, blijken we veel meer te kunnen dragen dan we zelf voor mogelijk hielden. Vermoeidheid verdwijnt niet. Tegenslagen blijven bestaan. Toch ontstaat er iets wat sterker is dan enthousiasme alleen. Er ontstaat een reden om door te gaan.
Het tegenovergestelde zien we eveneens.
Wanneer alles draait om onze eigen prestaties, wordt iedere tegenvaller automatisch een oordeel over onszelf. Een training overslaan voelt als falen. Een mindere werkdag lijkt een bewijs dat we tekortschieten. Een week waarin niets lukt, verandert al snel in een week waarin we aan onszelf gaan twijfelen.
Dat is een zware manier om te leven.
We worden tegelijkertijd werknemer, coach, supporter, beoordelaar en projectleider van ons eigen bestaan. Iedere dag opnieuw. Geen wonder dat zoveel mensen zich uitgeput voelen, terwijl ze voortdurend bezig zijn met zichzelf verbeteren.
Misschien zoeken we de bron van motivatie wel op de verkeerde plek.
Wie voortdurend naar zichzelf kijkt, ontdekt na verloop van tijd vooral zijn eigen onzekerheden. Wie zijn blik iets verder naar buiten richt, ontdekt iets heel anders.
Wie heeft vandaag iets aan mijn aanwezigheid? Wie merkt het verschil doordat ik mijn werk zorgvuldig doe? Wie kan verder omdat ik verantwoordelijkheid neem?
Dat hoeven geen grootse daden te zijn. Sterker nog, de mooiste bijdragen zijn vaak nauwelijks zichtbaar. Een collega die zich gehoord voelt. Een klant die met vertrouwen verder kan. Een kind dat merkt dat er echt naar hem wordt geluisterd. Een vriend die na een gesprek weer moed heeft gekregen. Juist in die kleine momenten ontstaat betekenis. En betekenis blijkt een veel krachtigere brandstof dan succes.
Dat geeft ook rust. Niet iedere dag hoeft uitzonderlijk te zijn. Niet iedere ochtend begint met inspiratie. Niet ieder doel hoeft vandaag bereikt te worden. Soms is het voldoende om op te staan omdat iemand op jouw aanwezigheid rekent. Dat is geen zwakke vorm van motivatie, dat is volwassen motivatie.
De afgelopen jaren zijn we steeds meer gaan geloven dat alles uit onszelf moet komen. Wilskracht. Discipline. Mindset. Alsof de mens een op zichzelf staand project is dat voortdurend geoptimaliseerd moet worden. Toch zijn wij, diep van binnen, sociale wezens. We ontlenen betekenis aan verbinding. We groeien doordat we iets kunnen betekenen voor anderen. We houden meer vol wanneer onze inspanning verder reikt dan ons eigen succes.
Misschien ligt daarin wel een belangrijke les voor onze tijd.
Niet dat persoonlijke ontwikkeling onbelangrijk is. Integendeel. Alleen krijgt die ontwikkeling pas werkelijk betekenis wanneer zij niet uitsluitend om onszelf draait. Want uiteindelijk onthouden mensen zelden hoeveel doelen wij hebben bereikt.
Ze herinneren zich vooral hoe ons leven het hunne een beetje mooier, lichter of waardevoller heeft gemaakt.