Wat Jezus écht bedoelde met Ekklesia
Onlangs had ik een korte gedachtewisseling met Peter Scheele, bekend auteur van verschillende boeken. Vaak kan ik het goed vinden met wat hij schrijft, soms ook niet. Dit keer ging het over zijn blog “De kerk is een vreemde instelling”, waarin hij schreef dat de kerk een vreemde instelling is en God rare kostgangers heeft. Met de titel was ik het direct eens, en dus las ik door. Zijn boodschap vat ik samen als “eenheid in verscheidenheid” – iets wat ik volledig onderschrijf. Hij brengt de verbindende schakel in het geloof in Jezus Christus ter sprake. Ook zijn oproep om verbonden te blijven steun ik van harte. Het is precies waar ik met mijn reis Walking for Humanity ook naar streef.
Wat Jezus werkelijk zei
Toch raakte deze blog bij mij een ander besef. Ik ben ook gelovig, geloof ook in de persoon Jezus, maar het is voor mij niet datgene waarop ik verbinding zoek. Bovendien denk ik dat zelfs Jezus dat niet zocht of voorleefde. Het instituut kerk is voor mij een duidelijk teken waar het mis is gegaan in de mensheid en in haar zoektocht naar het leven dat Jezus ons voorleefde. Als ik de Bijbel doorzoek naar aanwijzingen dat we kerken moeten bouwen, instituten moeten oprichten of hiërarchieën moeten vormen, dan stokt mijn zoektocht al snel.
Ik vroeg daarom aan Peter op basis van welke Bijbeltekst hij meent dat de kerk een goddelijk instituut is. Hij verwees naar Mattheüs 16:18:
“En Ik zeg je: jij bent Petrus, en op deze rots zal Ik Mijn kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.”
(Herziene Statenvertaling)
Een duidelijke tekst, zou je zeggen. Toch schuilt er meer achter. Het evangelie van Mattheüs is oorspronkelijk geschreven in het Koinè-Grieks, terwijl Jezus zelf waarschijnlijk Aramees sprak. Hij zal iets gezegd hebben als: “Anta kepha, w‘al ha-kepha ebneh edti.” Wat zoveel betekent als: “Jij bent rots, en op deze rots zal Ik Mijn gemeenschap bouwen.” In de oorspronkelijke Griekse tekst staat het woord ekklesia – dat betekent niet kerk, maar gemeenschap, samenkomst. Jezus riep dus niet op om een instituut met regels te bouwen, maar om een gemeenschap van mensen te vormen.
Samenkomen in Zijn naam
Dat wordt ook bevestigd in Mattheüs 18:19-20:
“Verder zeg Ik u: als twee van u op aarde iets éénparig begeren om dat te vragen, dan zal het hun ten deel vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Want waar twee of drie in Mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.”
Geen tempel, geen organisatie — maar eenvoudig en liefdevol samenzijn. In Johannes 4:21-24 zegt Jezus zelfs: “Er komt een tijd dat u de Vader niet op deze berg en ook niet in Jeruzalem zult aanbidden.
De ware aanbidders zullen de Vader aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt zulke mensen om Hem te aanbidden.”
Daarmee verschuift Jezus het centrum van aanbidding weg van een plaats, naar een innerlijke verbinding. Geen stenen muren, maar de mens zelf als tempel van liefde.
Van geloof naar gemeenschap
Het mooiste vind ik dat Jezus nergens verwacht dat je je bij een kerk moet aansluiten. Sterker nog, Hij heeft nooit gevraagd om een dergelijk instituut op te richten. Wat Hij wél vroeg, is om elkaar lief te hebben. Johannes 13:34-35 zegt:
“Een nieuw gebod geef Ik u: Dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen erkennen dat u Mijn discipelen bent, als u liefde onder elkaar hebt.”
Het draait dus niet om organisatie, maar om relatie. Niet om regels, maar om liefde. Niet om het bouwen van kerken, maar om het bouwen van verbinding tussen mensen.
Zelfs in de eerste christelijke samenkomst, zoals beschreven in Lukas 22:19, zien we dat:
“Hij nam het brood, dankte, brak het en gaf het hun, zeggende: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doe dat tot Mijn gedachtenis.” Geen ceremonie, geen eredienst, maar een maaltijd – een moment van samen zijn, delen en herinneren.
De boodschap voor nu
Als we door de geschiedenis heen kijken, zien we dat de vertaling van ekklesia als kerk de bron is geweest van veel verwarring en zelfs pijn. Waar de mens Zijn plan in menselijke structuren probeerde te passen, verloren we wat Hij werkelijk voor ogen had: samen leven. Liefdevol naar de ander kijken, openstaan voor elkaar, en samen de toekomst vormgeven.
Voor mij is dat de essentie van Zijn boodschap. En het mooie is: Die geldt voor iedereen. Of je nu in God, Jezus, Allah, of welke godheid of in helemaal niets (of alleen jezelf) gelooft – we kunnen allemaal leven vanuit liefde en menselijkheid.
Dat is de kern van elk geloof, want dat is de kern van de mens zelf.