Lange tijd dacht ik dat Mimah een Engels woord op haar eigen manier uitsprak. Wanneer ik iets liefs tegen haar zei, haar vertelde hoe mooi ik haar vond of woorden gebruikte waarvan zij kennelijk vond dat ik ze weer eens iets te soepel uit mijn mond liet rollen, keek ze me aan en zei ze: “Mistari, mistari, mistari.” Ik hoorde mystery. Geen idee waarom dat woord in die situatie logisch zou zijn, al zijn er meer dingen tussen mensen die geen uitleg nodig hebben om toch begrepen te worden. Ik wist in ieder geval wat ze bedoelde. Daar kwam Ante weer met zijn mooie woorden.
Tot ik ontdekte dat mistari helemaal geen verkeerd uitgesproken Engels is. Het is Swahili. Het meervoud van mstari, een woord dat onder andere lijn, tekstregel of vers kan betekenen. Mistari ya Biblia: Bijbelverzen. Toen ik dat las, moest ik lachen. Mijn bijnaam is apostel en kennelijk loop ik ondertussen in Kenia verzen uit te spreken tegen een vrouw die mij daar fijntjes op wijst. Het verhaal werd in één klap veel leuker dan het al was.
Tegelijk zette het me aan het denken, omdat wij in het Nederlands een merkwaardige verhouding hebben met mensen die weggoed met woorden zijn. “Jij kunt mooi praten” klinkt lang niet altijd als een compliment. We kennen de gladde prater, de verkoper die je iets aansmeert, de charmeur die precies weet welke woorden nodig zijn om iets gedaan te krijgen. Wie gemakkelijk praat, kan kennelijk ook gemakkelijk verdacht worden van een bedoeling achter die woorden. Taal wordt dan geen manier om iets over te brengen, het wordt een instrument waarmee je iemand kunt bespelen.
Ik heb in mijn leven veel aan woorden gehad. Een groot deel van mijn werk bestaat eruit. Adviseren is praten en vooral luisteren, inzichten delen, prioriteiten helpen bepalen en af en toe een boodschap brengen waarvan je vooraf weet dat iemand er niet op zit te wachten. Ook een negatieve boodschap kun je zo brengen dat de ander zich gerespecteerd voelt. Dat vraagt niet om de waarheid mooier te maken dan zij is. Het vraagt om aandacht voor degene tegenover je. Woorden hebben inhoud en tegelijk hebben ze temperatuur. Dezelfde boodschap kan koud worden neergelegd of met warmte worden overgebracht, zonder dat er inhoudelijk één feit verandert.
Ik denk dat ik daar goed in ben. Dat mag ik na al die jaren ook gewoon van mezelf zeggen. Ik kan praten, ik kan woorden vinden en ik voel meestal vrij goed aan wat woorden bij iemand doen. Dat vermogen kun je inzetten om iemand ergens naartoe te bewegen. Je kunt het ook inzetten om iemand werkelijk te bereiken. Het verschil zit niet in hoe mooi de woorden klinken. Het verschil zit in wat je ermee probeert te doen.
Bij Mimah hoef ik daar niet lang over na te denken. Ik vind haar ongelooflijk mooi en lief. Wanneer ik dat tegen haar zeg, komt dat niet voort uit een ingewikkelde communicatiestrategie. Ik zeg het omdat ik het denk en omdat ik wil dat zij weet dat ik het denk. Zij kan vervolgens naar me kijken met die blik waarin tegelijk plezier en een lichte beschuldiging zitten en opnieuw zeggen: “Mistari.” Alsof ze me betrapt heeft op een nieuwe reeks mooie praatjes. En ik zie ook wat die woorden met haar doen. Ze maken haar blij. Dat maakt mij weer blij. Veel ingewikkelder hoeft menselijke communicatie volgens mij niet altijd te zijn.
Toch maken we haar geregeld ingewikkelder. We lijken voorzichtig te zijn geworden met complimenten, zeker wanneer ze persoonlijk worden. Daar is een begrijpelijke kant aan. Een compliment is pas prettig wanneer de ontvanger het ook als prettig kan ervaren. Context doet ertoe, net als de verhouding tussen twee mensen, de manier waarop iets wordt gezegd en de ruimte die iemand heeft om er anders op te reageren. Respectvol spreken betekent ook opletten wat jouw woorden bij de ander doen. Juist daarin zit het verschil tussen aandacht geven en aandacht opeisen.
Die gevoeligheid hoeft ons alleen niet stil te maken. Ik zou het jammer vinden wanneer voorzichtigheid uiteindelijk betekent dat we aardige gedachten steeds vaker voor onszelf houden. Wanneer iemand iets doet wat je raakt, kun je dat zeggen. Wanneer iemand bijzonder aardig voor je is, kun je benoemen hoe fijn je dat vindt. Wanneer je bewondering hebt voor de manier waarop iemand in het leven staat, hoeft die bewondering niet in je hoofd opgesloten te blijven. En wanneer iemand die je dierbaar is prachtig voor je staat, kan het heel waardevol zijn dat diegene dat niet zelf hoeft te raden.
We bewaren opvallend veel mooie woorden voor momenten waarop ze bijna te laat komen. Bij jubilea vertellen we wat iemand voor ons betekent. Bij een afscheid spreken we onze waardering uit. Tijdens een uitvaart horen mensen hoeveel liefde en bewondering iemand in zijn leven heeft opgeroepen, terwijl degene over wie het gaat die woorden niet meer kan horen. Kennelijk bezitten we de woorden wel. De vraag is waarom we zo vaak wachten met ze uitspreken.
Een mooi woord hoeft geen verborgen agenda te hebben. Een compliment hoeft geen transactie te zijn. Liefdevolle taal hoeft niets terug te vragen. Natuurlijk bestaan gladde praatjes en natuurlijk kunnen woorden worden gebruikt om mensen te beïnvloeden. Dat gegeven maakt oprechte woorden niet minder oprecht. Het vraagt alleen dat we eerlijk blijven over onze bedoeling en aandacht houden voor degene die ze ontvangt.
Dat is uiteindelijk wat Mimah mij met één Swahiliwoord opnieuw heeft laten zien. Zij gebruikt mistari wanneer ik weer eens woorden vind die volgens haar net iets te mooi klinken. Eerst hoorde ik een verkeerd uitgesproken Engels woord. Daarna ontdekte ik regels, verzen en taal. Inmiddels hoor ik er iets anders in: de vrijheid om wat mooi is ook mooi te benoemen.
Dus laat het mistari zijn.
Als iemand belangrijk voor je is, vertel het. Als iemand je raakt, geef daar woorden aan. Als je dankbaar bent voor wat iemand doet, laat die dankbaarheid niet alleen een gedachte blijven. En als iemand tegenover je staat van wie je hart vanzelf wat zachter wordt, hoef je niet altijd verstandig genoeg te zijn om daarover te zwijgen.
Woorden kunnen misleiden en woorden kunnen beschadigen. Ze kunnen ook verwarmen, verbinden en iemand voor een ogenblik laten voelen dat hij of zij werkelijk wordt gezien. Daar hoeven we niet zuinig mee te zijn.