Over terugkijken zonder spijt
Soms denk ik terug aan het kind dat ik vroeger was. Niet met spijt, maar met een soort mildheid die ik toen nog niet kende. We doen vaak alsof groei betekent dat je iets achterlaat, maar steeds vaker voel ik dat het vooral betekent dat je iets meeneemt – jezelf, maar met meer begrip.
Er zijn keuzes die ik nu anders zou maken. Gesprekken die ik niet voerde, woorden die ik te lang inslikte, momenten waarop ik me groter voordeed dan ik was. Maar als ik eerlijk ben, deed ik wat ik kon met wat ik wist. En dat is genoeg. Misschien is dat wel de moeilijkste vorm van vergeving: Die aan jezelf.
Toen ik jonger was, dacht ik dat volwassenheid betekende dat je alles zeker wist. Dat je een plan had, een richting, een vaste overtuiging. Nu weet ik dat volwassenheid vooral bestaat uit het leren leven met twijfel. Dat je soms midden in het leven staat en toch niet weet waar het naartoe gaat – èn dat dat oké is.
Tijdens mijn wandelingen dacht ik vaak aan de jongen die ik ooit was. Vol plannen, vol bewijsdrang. Iemand die het leven wilde begrijpen voordat hij het durfde te leven. Ik zou hem nu willen zeggen dat hij niets hoeft te bewijzen. Dat het goed is om te voelen, te struikelen, te vallen en weer op te staan. Dat hij zichzelf niet hoeft te worden – hij is het al, alleen nog niet gewend aan het idee.
Ik zou hem ook vertellen dat sommige dingen tijd nodig hebben. Dat je niet alles tegelijk hoeft te weten of te doen. Dat er een verschil is tussen stilstand en rust. En dat zelfs de omwegen ergens toe dienen, ook al zie je dat pas veel later.
Terugkijken is soms pijnlijk omdat je ziet wat je niet wist. Maar het is ook troostrijk, omdat je beseft hoeveel je sindsdien geleerd hebt. Niet in prestaties, maar in zachtheid. In de manier waarop je nu kijkt naar wat ooit onbegrijpelijk leek.
De mens die ik vroeger was, verdient geen oordeel, maar erkenning. Hij was het begin van wie ik nu ben. En zonder hem was ik nooit op pad gegaan, nooit verdwaald, nooit gevonden.
Dus als ik terugdenk, is het niet met spijt, maar met dankbaarheid. Voor de fouten, de leermomenten, de stiltes en de stappen. Want elke versie van jezelf hoort erbij – ook die nog niet wist hoe het moest, maar het toch probeerde.
