We hebben geleerd dat democratie betekent dat de meerderheid beslist, ik schreef hier eerder ook al over, toen naar aanleiding van een filmpje over roken in de bus. Het is een gedachte die zo vanzelfsprekend klinkt dat we haar nauwelijks nog ter discussie stellen. Bij verkiezingen tellen we stemmen, verdelen we zetels en kijken we welke partijen samen een meerderheid kunnen vormen. Wie 76 zetels achter zich weet te verzamelen in de Tweede Kamer, heeft voldoende steun om voorstellen aangenomen te krijgen. Althans, wanneer ook de verdere parlementaire procedures worden doorlopen. De meerderheid bepaalt de richting en de minderheid moet zich daarbij neerleggen. Zo werkt democratie, denken we.
Toch vertelt deze uitleg slechts een deel van het verhaal. Want wanneer democratie uitsluitend zou betekenen dat de meerderheid haar wil kan opleggen, wat blijft er dan over voor degenen die nooit tot die meerderheid behoren? Wat gebeurt er met mensen die vanwege hun afkomst, geloof, overtuiging of maatschappelijke positie onvoldoende invloed hebben om hun belangen via de stembus veilig te stellen? En wat betekent democratie voor iemand die iedere verkiezing opnieuw aan de verliezende kant staat?
Daar begint een wezenlijk andere kijk op onze democratische rechtsstaat. De meerderheid heeft de bevoegdheid om besluiten te nemen, terwijl de rechtsstaat grenzen stelt aan de manier waarop die macht wordt uitgeoefend. Juist die begrenzing maakt het mogelijk dat ook minderheden hun rechten behouden, ongeacht welke politieke partijen op dat moment regeren.
De meerderheid heeft gewonnen
Onze politieke cultuur draait voor een belangrijk deel om winnen en verliezen. Op verkiezingsavonden spreken we over historische overwinningen, pijnlijke nederlagen en verschuivende machtsverhoudingen. Politieke partijen vieren hun zetelwinst en proberen vervolgens hun verkiezingsprogramma zoveel mogelijk te verwezenlijken. Dat is begrijpelijk, want mensen stemmen op partijen omdat zij bepaalde veranderingen willen zien.
Toch ontstaat er een probleem wanneer een verkiezingsoverwinning wordt beschouwd als een onbeperkte machtiging om die veranderingen door te voeren.
Een politieke meerderheid heeft immers geen automatisch moreel gelijk. Zij vertegenwoordigt een opvatting die op dat moment voldoende parlementaire steun heeft verzameld. Dat zegt iets over de politieke verhoudingen en de mogelijkheid om besluiten te nemen. Het zegt op zichzelf weinig over de rechtvaardigheid, menselijkheid of gevolgen van die besluiten.
Dat onderscheid lijkt in het huidige maatschappelijke debat steeds gemakkelijker verloren te gaan. Zeker wanneer onderwerpen als migratie, asielopvang en nationale identiteit ter sprake komen, klinkt regelmatig de gedachte dat de meerderheid eindelijk moet kunnen bepalen wat er gebeurt. Partijen als JA21 en FVD vertegenwoordigen opvattingen over migratie en nationale identiteit die bij een deel van de bevolking steun vinden. Wanneer dergelijke partijen politieke invloed verwerven, ontstaat bij hun aanhangers begrijpelijkerwijs de verwachting dat hun standpunten ook in beleid worden omgezet.
Dat is onderdeel van het democratische proces. Tegelijkertijd blijft iedere regering, ongeacht haar politieke samenstelling, gebonden aan de rechtsstaat. Ook een uitgesproken rechtse of radicaal-rechtse parlementaire meerderheid kan niet zonder meer voorbijgaan aan grondrechten, gelijke behandeling en de internationale verplichtingen die Nederland is aangegaan.
De politieke kleur van een regering verandert niets aan de menselijke waardigheid van degenen over wie zij besluiten neemt.
Wanneer Nederland namens iedereen spreekt
Een treffend voorbeeld van de verwarring tussen een uitgesproken mening en een democratische meerderheid zien we in de discussies over asielzoekerscentra.
Op Facebook bestaat een groep die zich presenteert onder de naam ‘Nederland zegt nee tegen een azc’. Alleen die naam roept al een interessante vraag op. Wie is Nederland eigenlijk? En wanneer mag een groep mensen haar eigen opvatting presenteren als de overtuiging van een heel land?
Nederland bestaat uit miljoenen mensen met uiteenlopende ervaringen, belangen en overtuigingen. Mensen die zich zorgen maken over de komst van een opvanglocatie verdienen het om serieus genomen te worden. Vragen over veiligheid, leefbaarheid, voorzieningen en de draagkracht van een gemeenschap zijn legitiem en horen thuis in een open democratisch gesprek. Tegelijkertijd wonen in datzelfde Nederland mensen die opvang noodzakelijk vinden, die zich inzetten voor vluchtelingen of die zelf ooit bescherming hebben moeten zoeken.
Een Facebookgroep vertegenwoordigt de mensen die zich bij die groep aansluiten. Zij spreekt daarmee nog niet namens Nederland.
De naamgeving laat zien hoe gemakkelijk een eigen overtuiging kan worden verheven tot een vermeende collectieve waarheid. Wanneer voldoende mensen hetzelfde roepen, kan het gevoel ontstaan dat daarmee ook het recht is verworven om de uitkomst te bepalen.
Daarbij raakt iets belangrijks uit beeld. Een asielzoeker is geen abstract onderdeel van een beleidsprobleem. Het is een mens met een geschiedenis, verwachtingen, onzekerheden en een toekomst die voor een belangrijk deel afhankelijk is geworden van besluiten van anderen.
We mogen discussiëren over aantallen, procedures, opvanglocaties en de grenzen van wat een samenleving kan dragen. Daarover kunnen redelijke mensen diepgaand van mening verschillen. De menselijke waardigheid van degenen om wie het gaat, hoort daarbij geen inzet van politieke onderhandelingen te worden.
Een meerderheid kan besluiten dat het asielbeleid strenger moet worden. De uitvoering van dat beleid blijft gebonden aan wettelijke en mensenrechtelijke grenzen. En ook waar beleid juridisch mogelijk is, blijft de morele vraag bestaan hoe wij met kwetsbare mensen willen omgaan.
Waarom de rechtsstaat de meerderheid begrenst
Hier komen we bij een onderscheid dat in het dagelijks taalgebruik gemakkelijk verloren gaat. Democratie en rechtsstaat zijn nauw met elkaar verbonden, terwijl ze ieder een eigen functie vervullen.
Het democratische beginsel geeft burgers invloed op de politieke macht en maakt besluitvorming door gekozen vertegenwoordigers mogelijk. De rechtsstaat stelt grenzen aan die macht en beschermt burgers tegen willekeur. In onze parlementaire democratische rechtsstaat komen beide samen.
Daarom kennen we grondrechten, onafhankelijke rechters, rechtsbescherming en internationale mensenrechtenverdragen. Daarom kan een regering niet uitsluitend op basis van politieke populariteit bepalen welke bevolkingsgroepen nog aanspraak mogen maken op fundamentele rechten.
Die bescherming is vooral belangrijk voor mensen die weinig politieke invloed hebben.
Een religieuze minderheid hoeft haar vrijheid van godsdienst niet iedere vier jaar opnieuw te verdienen. Iemand met een afwijkende politieke overtuiging behoudt het recht om die overtuiging uit te dragen, ook wanneer vrijwel niemand het ermee eens is. En iemand die bescherming zoekt tegen vervolging mag niet uitsluitend worden beoordeeld op de vraag of de meerderheid van de bevolking hem welkom vindt.
Dat betekent overigens niet dat iedere politieke wens van een minderheid moet worden ingewilligd. Ook minderheden hebben geen onbeperkt recht om hun voorkeuren aan anderen op te leggen. De bescherming waar het om gaat, betreft fundamentele rechten, gelijke behandeling en de mogelijkheid om als volwaardig mens aan de samenleving deel te nemen.
Juist daarin ligt de betekenis van een democratische rechtsstaat. Politieke macht wordt verdeeld en gecontroleerd, zodat zij nooit volledig afhankelijk wordt van de overtuigingen van degenen die haar tijdelijk bezitten.
Wat de geschiedenis ons probeert te vertellen
Vandaag had ik op Facebook een discussie waarin de Tweede Wereldoorlog ter sprake kwam. Iemand reageerde dat hij daar niets mee had. We leven immers nu en niet vroeger.
Ik begrijp dat mensen zich vooral bezighouden met de wereld waarin zij vandaag leven. Toch vind ik het een zorgwekkende gedachte wanneer we het verleden daarmee zijn betekenis voor het heden ontnemen.
Geschiedenis is immers meer dan een verzameling gebeurtenissen die inmiddels voorbij zijn. Zij laat zien waartoe mensen en samenlevingen in staat zijn, welke ontwikkelingen daaraan voorafgingen en hoe vanzelfsprekendheden kunnen verdwijnen wanneer we onvoldoende aandacht hebben voor de kwetsbaarheid ervan.
De geschiedenis van Europa in de jaren dertig leert ons onder andere dat democratische instituties niet vanzelfsprekend bestand zijn tegen politieke radicalisering. De opkomst van het nationaalsocialisme laat zien hoe gevaarlijk het wordt wanneer bevolkingsgroepen stelselmatig worden buitengesloten, politieke tegenstanders hun legitimiteit verliezen en de rechtsstaat geleidelijk wordt ondermijnd.
Dat betekent niet dat iedere hedendaagse politieke ontwikkeling vergelijkbaar is met de opkomst van het nazisme. Historische vergelijkingen vragen om zorgvuldigheid. Wie iedere tegenstander onmiddellijk als fascist bestempelt, verliest het vermogen om wezenlijke verschillen te herkennen.
Tegelijkertijd mogen we de geschiedenis ook niet zo ver van ons af plaatsen dat haar waarschuwingen betekenisloos worden.
Fascisme en autoritair denken zijn geen verschijnselen waar uitsluitend mensen met een linkse politieke overtuiging zich tegen zouden moeten verzetten. De afwijzing van fascisme hoort thuis in een brede democratische overtuiging, waarin politieke vrijheid, menselijke waardigheid en de rechtsstaat centraal staan.
Daarbij moeten we onderscheid blijven maken tussen antifascisme als beginsel en de uiteenlopende groepen die onder de naam Antifa opereren. Het verwerpen van fascisme betekent niet dat iedere methode die in naam van antifascisme wordt gebruikt daarmee gerechtvaardigd is. Ook de verdediging van democratische waarden vraagt respect voor de rechtsstaat.
Het wezenlijke inzicht is dat de bescherming van democratie geen exclusieve verantwoordelijkheid van één politieke stroming kan zijn. Wie werkelijk waarde hecht aan vrijheid en democratie, moet bereid zijn die waarden ook te verdedigen wanneer zij ten goede komen aan mensen met wie hij het fundamenteel oneens is.
Dat is een les uit de geschiedenis die haar betekenis nooit verliest.
De meerderheid van vandaag kan morgen verliezen
Er zit nog een bijzondere gedachte achter de bescherming van minderheden. Politieke meerderheden zijn immers tijdelijk.
Een partij die vandaag regeert, kan morgen in de oppositie belanden. Een overtuiging die vandaag breed wordt gedragen, kan over enkele decennia nog slechts door een kleine groep worden gedeeld. Maatschappelijke opvattingen veranderen, nieuwe generaties stellen andere vragen en politieke verhoudingen verschuiven voortdurend.
Wie vandaag vindt dat een meerderheid vrijwel onbeperkt haar wil moet kunnen doorvoeren, moet zich daarom afvragen hoe hij daarover denkt wanneer hij zelf tot de minderheid behoort.
Zou hij dan nog steeds vinden dat de meerderheid alles mag bepalen? Zou hij accepteren dat zijn vrijheid van meningsuiting wordt beperkt omdat zijn opvattingen onvoldoende steun krijgen? Zou hij het vanzelfsprekend vinden wanneer zijn geloof, levenswijze of maatschappelijke positie afhankelijk wordt van de politieke voorkeur van anderen?
Juist daarom is de bescherming van minderheden uiteindelijk ook een bescherming van onszelf.
We weten immers nooit welke positie wij in de toekomst zullen innemen. En zelfs wanneer we ons hele leven tot een politieke meerderheid blijven behoren, kunnen we op andere terreinen tot een minderheid behoren. Door onze gezondheid, onze overtuigingen, onze afkomst, onze persoonlijke omstandigheden of eenvoudigweg doordat ons leven een onverwachte wending neemt.
De bescherming die we vandaag aan anderen bieden, vormt de zekerheid waarop we morgen zelf moeten kunnen vertrouwen.
Menselijkheid laat zich niet wegstemmen
Wat mij in het huidige maatschappelijke debat vooral bezighoudt, is de manier waarop mensen steeds gemakkelijker worden teruggebracht tot de groep waartoe zij behoren.
De vluchteling wordt een asielprobleem. De politieke tegenstander wordt een bedreiging. De andersdenkende wordt iemand die de samenleving in de weg staat. En zodra mensen voornamelijk als vertegenwoordigers van een ongewenste groep worden gezien, wordt het gemakkelijker om hun persoonlijke omstandigheden buiten beschouwing te laten.
Daar ligt voor mij een belangrijke verantwoordelijkheid van iedereen die deelneemt aan het democratische gesprek.
We hoeven het niet eens te zijn over migratiebeleid, economische keuzes of de inrichting van onze samenleving. Politieke verschillen horen bij democratie en geven haar betekenis. Juist doordat mensen verschillend denken, ontstaat de noodzaak om argumenten uit te wisselen, belangen af te wegen en gezamenlijk besluiten te nemen.
Die verschillen mogen ons alleen nooit ontslaan van de verantwoordelijkheid om de ander als mens te blijven zien.
Dat vraagt iets van politici die beschikken over een meerderheid. Het vraagt evenzeer iets van burgers die hun mening uiten op sociale media, deelnemen aan demonstraties of zich verzetten tegen besluiten die hun omgeving raken.
Want democratie leeft uiteindelijk niet uitsluitend in het parlement. Zij leeft ook in de manier waarop wij met elkaar omgaan wanneer onze belangen uiteenlopen.
De vraag is dan hoeveel ruimte we bereid zijn te laten voor iemand die anders denkt, anders leeft of zich in een kwetsbare positie bevindt. Hoeveel verantwoordelijkheid voelen we voor mensen die onze politieke overtuigingen niet delen? En blijven we hun rechten verdedigen wanneer dat ons persoonlijk niets oplevert?
Daar wordt zichtbaar welke betekenis we werkelijk aan democratie geven.
Wat betekent winnen eigenlijk?
We keren terug naar de oorspronkelijke mythe.
In een democratie wint de meerderheid. Zo lijkt het tijdens verkiezingen, bij parlementaire stemmingen en wanneer politieke partijen erin slagen hun plannen werkelijkheid te laten worden.
De meerderheid beslist inderdaad over veel zaken. Dat is noodzakelijk om een samenleving bestuurbaar te houden. Tegelijkertijd is onze parlementaire democratie ingebed in een rechtsstaat die ervoor moet zorgen dat politieke macht begrensd blijft en fundamentele rechten beschermd worden.
De werkelijke waarde van dat systeem wordt zichtbaar wanneer mensen die een politieke strijd verliezen, erop kunnen vertrouwen dat zij volwaardig onderdeel van de samenleving blijven.
Een meerderheid die haar macht gebruikt met respect voor de rechten van anderen, draagt bij aan een samenleving waarin politieke verschillen kunnen blijven bestaan zonder dat mensen hun vrijheid of waardigheid verliezen.
Dat vraagt om meer dan het tellen van stemmen. Het vraagt om historisch besef, verantwoordelijkheidsgevoel en de bereidheid om ook de belangen van anderen serieus te nemen.
Want uiteindelijk zegt de manier waarop een meerderheid omgaat met degenen die haar macht niet delen veel over de beschaving van een samenleving.
Een democratie bewijst haar waarde wanneer ook degenen die verliezen erop kunnen vertrouwen dat hun rechten beschermd blijven.
En dat is een verantwoordelijkheid die we met elkaar dragen, ongeacht of we vandaag tot de meerderheid of de minderheid behoren.