Voor wie is Nederland eigenlijk bedoeld?

Wie wil er nu niet dat een regering opkomt voor de belangen van haar eigen bevolking? Dat mensen zekerheid hebben over hun inkomen, dat woningen bereikbaar blijven, dat kinderen goed onderwijs krijgen en dat ouderen kunnen rekenen op zorg wanneer zij die nodig hebben. Het klinkt vanzelfsprekend. Een overheid draagt immers verantwoordelijkheid voor de samenleving die haar het vertrouwen heeft gegeven. Toch wordt die vanzelfsprekendheid ingewikkelder wanneer we ons afvragen wie precies tot die samenleving behoort en hoe ver onze verantwoordelijkheid reikt.

Die vragen kwamen bij mij op toen ik de plannen las van Project2029, de nieuwe sociaal-conservatieve beweging rond Mona Keijzer. De beweging wil terug naar een Nederland waarin de belangen van Nederlanders weer op de eerste plaats staan. Op zichzelf een uitspraak waar weinig mensen bezwaar tegen zullen hebben. De betekenis verandert echter wanneer je deze woorden naast de andere uitgangspunten van de beweging legt. Project2029 wil de Nederlandse cultuur beschermen, wijst multiculturalisme af, beschouwt snelle demografische veranderingen als een bedreiging voor de sociale samenhang en wil dat Nederland herkenbaar blijft. Vooral de plannen voor vluchtelingenopvang maken duidelijk hoe die uitgangspunten in politieke keuzes worden vertaald.

Project2029 wil uitsluitend Europese oorlogsvluchtelingen in Nederland opvangen. Voor vluchtelingen van buiten Europa wordt opvang in de regio als oplossing voorgesteld. Daarmee wordt een onderscheid gemaakt dat verder gaat dan de vraag hoeveel mensen Nederland kan opvangen. Het continent waar iemand vandaan komt, wordt bepalend voor de mogelijkheid om hier bescherming te vinden.

Ik probeer mij voor te stellen hoe we dat onderscheid uitleggen aan twee kinderen die hun huis hebben moeten verlaten. Het ene kind komt uit Oekraïne, waar Russische bombardementen het dagelijks leven hebben verwoest. Het andere komt uit Soedan, waar oorlog, geweld en honger miljoenen mensen op de vlucht hebben gedreven. Beiden hebben hun vertrouwde omgeving verloren, beiden zijn afhankelijk geworden van de bereidheid van anderen om bescherming te bieden. Volgens de plannen van Project2029 zou het Oekraïense kind in Nederland kunnen worden opgevangen, terwijl het Soedanese kind aangewezen blijft op opvang buiten Europa.

Natuurlijk bestaan er verschillen tussen landen, conflicten en internationale verantwoordelijkheden. Nederland kan onmogelijk iedereen opvangen die wereldwijd bescherming nodig heeft. Dat is ook niet de vraag die hier centraal staat. De vraag is waarom geografische herkomst op voorhand doorslaggevend zou moeten zijn. Wat maakt de behoefte aan veiligheid van het ene kind wezenlijk anders dan die van het andere?

De werkelijkheid achter opvang in de regio

Opvang in de regio klinkt als een logische gedachte. Mensen blijven dichter bij hun vertrouwde omgeving, culturele verschillen zijn mogelijk kleiner en terugkeer kan eenvoudiger worden wanneer een conflict voorbij is. Vanuit die redenering valt goed te begrijpen waarom regionale opvang een belangrijke plaats inneemt in het internationale vluchtelingenbeleid.

Alleen bestaat die regionale opvang allang, en op een schaal die in het Nederlandse debat gemakkelijk uit beeld verdwijnt.

Neem Libanon. Een relatief klein land dat jarenlang ongeveer anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen opving, naast grote aantallen Palestijnse vluchtelingen. De verhouding tussen vluchtelingen en de eigen bevolking was daardoor uitzonderlijk hoog. Gedurende bepaalde perioden kwam die in de buurt van één vluchteling tegenover twee inwoners uit de overige bevolking. Inmiddels zijn de aantallen veranderd, onder andere door terugkeer naar Syrië, terwijl de druk op het land aanzienlijk blijft.

Wie Libanon kent, weet bovendien dat het geen land is dat zelf in alle rust en welvaart leeft. Politieke instabiliteit, economische problemen, spanningen tussen bevolkingsgroepen en gewapende conflicten hebben de samenleving jarenlang zwaar belast. Toch werd juist daar opvang geboden aan mensen die hun eigen land moesten ontvluchten.

Libanon staat daarin niet alleen. Ook Jordanië, Turkije, Oeganda en Tsjaad dragen grote verantwoordelijkheden voor vluchtelingen uit omliggende landen. Wereldwijd verblijft een groot deel van de vluchtelingen in landen die aanzienlijk minder financiële mogelijkheden hebben dan Nederland.

Wanneer wij vanuit onze relatief welvarende samenleving zeggen dat vluchtelingen in de regio moeten worden opgevangen, vragen wij dus vaak aan landen die al uitzonderlijk veel verantwoordelijkheid dragen om nog meer te doen.

Daarmee wordt opvang in de regio een ingewikkelder begrip dan de politieke eenvoud waarmee het regelmatig wordt gepresenteerd. Want wat gebeurt er wanneer die regio zelf nauwelijks meer in staat is haar inwoners te beschermen? Wat betekent opvang wanneer scholen overvol raken, woningen ontbreken, gezondheidszorg onder druk staat en de economische mogelijkheden steeds verder afnemen?

Een beleid dat werkelijk uitgaat van regionale opvang zou daarom ook moeten uitleggen hoe die opvang duurzaam wordt georganiseerd, wie daarvoor betaalt en welke verantwoordelijkheid Nederland blijft dragen wanneer de mogelijkheden van buurlanden uitgeput raken.

Wie behoren tot de Nederlanders?

Minstens zo interessant vind ik de nadruk die Mona Keijzers beweging legt op de belangen van Nederlanders en het behoud van de Nederlandse cultuur.

Want wie zijn die Nederlanders eigenlijk?

Is dat iedereen met een Nederlands paspoort? Behoort de Nederlander met Marokkaanse grootouders daar even vanzelfsprekend toe als iemand wiens familie al generaties in hetzelfde Drentse dorp woont? Is een Nederlander die thuis Turks spreekt evenzeer onderdeel van de Nederlandse cultuur als iemand die iedere zondag naar de kerk gaat? En hoe kijken we naar mensen die hier geboren zijn, hier onderwijs hebben gevolgd, hier werken en hun kinderen opvoeden, terwijl hun culturele wortels ook ergens anders liggen?

Project2029 geeft geen expliciete etnische definitie van het Nederlanderschap. Dat is een belangrijk onderscheid. Tegelijkertijd wordt de Nederlandse identiteit nadrukkelijk verbonden aan culturele continuïteit en wordt multiculturalisme afgewezen. Daarmee ontstaat de vraag hoeveel ruimte er binnen die gewenste Nederlandse cultuur bestaat voor de verscheidenheid die onze samenleving inmiddels kenmerkt.

Cultuur is immers geen onveranderlijk bezit dat van generatie op generatie in precies dezelfde vorm wordt doorgegeven. De Nederlandse cultuur van vandaag is anders dan die van vijftig jaar geleden, zoals die van vijftig jaar geleden verschilde van de samenleving daarvoor. Onze taal verandert, onze gewoonten ontwikkelen zich en onze opvattingen over vrijheid, gelijkwaardigheid en samenleven worden voortdurend opnieuw gevormd.

Dat betekent niet dat tradities waardeloos zijn of dat een samenleving geen gemeenschappelijke uitgangspunten nodig heeft. Integendeel, juist gedeelde waarden kunnen mensen met verschillende achtergronden verbinden. De rechtsstaat, vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en gelijkwaardigheid voor de wet vormen een belangrijke basis voor het samenleven.

De vraag is alleen of wij die waarden beschermen door culturele verschillen zoveel mogelijk terug te dringen, of juist door ervoor te zorgen dat iedereen binnen die gemeenschappelijke rechtsorde een volwaardige plaats kan innemen.

Wanneer bescherming uitsluiting wordt

In de politieke wetenschap wordt onderscheid gemaakt tussen conservatisme, radicaal-rechts en extreemrechts. Dat onderscheid verdient zorgvuldigheid. Niet iedere conservatieve opvatting is radicaal-rechts en niet iedere beperking van migratie betekent dat een beweging extreemrechts is.

Toch bevat het gedachtegoed van Project2029 verschillende elementen die duidelijk aansluiten bij nativistische en radicaal-rechtse politieke opvattingen. De nadruk op nationale voorrang, de voorstelling van migratie als bedreiging voor culturele continuïteit, de afwijzing van multiculturalisme en het onderscheid tussen Europese en niet-Europese vluchtelingen vormen samen een herkenbaar patroon.

Daarmee is nog niet vastgesteld dat Project2029 extreemrechts is. De beweging onderschrijft in haar documenten ook democratische beginselen, grondrechten en de rechtsstaat. Juist daarom lijkt het mij belangrijker om haar concrete uitgangspunten kritisch te onderzoeken dan om de discussie onmiddellijk te laten draaien om een politiek etiket.

Want achter die uitgangspunten ligt een wezenlijke vraag over de samenleving die wij willen zijn.

Wanneer wij zeggen dat onze eigen bevolking op de eerste plaats moet staan, erkennen we daarmee een verantwoordelijkheid die iedere overheid heeft. Die verantwoordelijkheid hoeft echter niet te betekenen dat de belangen en levens van mensen buiten onze grenzen nauwelijks nog gewicht hebben.

Er bestaat een verschil tussen verantwoordelijkheid nemen voor je eigen samenleving en verantwoordelijkheid voor anderen zoveel mogelijk buiten die samenleving plaatsen.

Dat verschil raakt aan iets wat verder gaat dan migratiebeleid. Het gaat over de manier waarop wij onze welvaart begrijpen, over de betekenis die wij geven aan solidariteit en over de vraag of menselijke waardigheid voor ons een universeel uitgangspunt is of een waarde die afhankelijk wordt van geboorteplaats en nationaliteit.

Welke cultuur willen wij beschermen?

Wat mij uiteindelijk bezighoudt, is de betekenis van het woord cultuur in deze discussie.

Wanneer politici spreken over het beschermen van de Nederlandse cultuur, denk ik aan de waarden waarop wij als samenleving graag trots zijn. Aan vrijheid, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid en de bereidheid om verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen. Aan een samenleving waarin mensen zich kunnen ontwikkelen en waarin verschillen niet automatisch tot verdeeldheid hoeven te leiden.

Die waarden hebben ons land mede gevormd. Ze zijn nooit vanzelfsprekend geweest en zijn ook vandaag niet vanzelfsprekend. Iedere generatie moet opnieuw bepalen hoe zij die waarden in de praktijk brengt.

Daarom vind ik het ingewikkeld wanneer het beschermen van onze cultuur vooral wordt verbonden aan het beperken van de komst van mensen van buiten Europa. Alsof onze identiteit in de eerste plaats wordt bepaald door wie wij buitenhouden, terwijl onze cultuur juist zichtbaar wordt in de manier waarop wij met anderen omgaan.

Dat betekent niet dat grenzen moeten verdwijnen of dat Nederland geen moeilijke keuzes mag maken. Een samenleving heeft draagkracht nodig en een overheid moet rekening houden met de mogelijkheden van huisvesting, onderwijs, zorg en integratie. Die afwegingen verdienen een serieus politiek gesprek, waarin feiten, uitvoerbaarheid en menselijke gevolgen allemaal een plaats krijgen.

Alleen zou ik willen dat we bij die afwegingen niet vergeten dat achter ieder migratiecijfer een mens schuilgaat. Iemand met een geschiedenis, familie, verwachtingen en een verlangen naar veiligheid. Precies zoals wij dat verlangen kennen wanneer het om onze eigen kinderen en kleinkinderen gaat.

Mona Keijzer en Project2029 stellen dat Nederland herkenbaar moet blijven. Ik begrijp dat mensen behoefte hebben aan herkenbaarheid, verbondenheid en zekerheid in een wereld die voortdurend verandert. Die behoefte verdient aandacht en hoeft niet te worden weggezet als angst voor het onbekende.

Tegelijkertijd roept die wens bij mij een andere vraag op. Waaraan willen wij dat Nederland in de toekomst herkenbaar is?

Aan de grenzen die wij hebben getrokken tussen mensen die hier bescherming verdienen en mensen die elders hun toevlucht moeten zoeken? Aan de culturele verschillen die wij hebben proberen te beperken? Of aan de manier waarop wij, ondanks onze eigen zorgen en beperkingen, zijn blijven zoeken naar een rechtvaardige omgang met mensen die afhankelijk zijn van onze bereidheid om verantwoordelijkheid te delen?

Een land wordt niet uitsluitend gevormd door de mensen die er wonen, de taal die zij spreken of de tradities die zij onderhouden. Het krijgt ook betekenis door de keuzes die zij gezamenlijk maken en de waarden die daarin zichtbaar worden.

Als wij werkelijk willen behouden wat Nederland waardevol maakt, lijkt het mij verstandig om juist daarover het gesprek te voeren.

Want uiteindelijk vertelt de manier waarop wij anderen behandelen minstens zoveel over onze cultuur als alles wat wij zeggen te willen beschermen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.