De geschiedenis die het verhaal vormt

Een verhaal dat vaak genoeg wordt verteld, krijgt een vorm die nauwelijks nog wordt bevraagd. Het wordt herkenbaar, vertrouwd en daarmee vanzelfsprekend. Juist daar ontstaat een moment waarop kijken verandert. Niet omdat het verhaal zelf verschuift, wel omdat de aandacht verschuift.

In de eerdere delen van deze reeks begon die beweging zichtbaar te worden.
In Wanneer het verhaal begint te schuiven werd ruimte gemaakt voor twijfel.
In De rol die gedragen wordt verschoof de aandacht naar de vraag wie een rol draagt binnen het verhaal.

In dit derde deel komt een andere laag in beeld. De aandacht beweegt van wat er gebeurt naar hoe het verhaal zelf zijn vorm heeft gekregen.

De gedachte dat geschiedenis nooit losstaat van degene die haar vertelt, loopt al langer met mij mee. De Engelse term history laat zich lezen als his story. Het verhaal van degene die spreekt, schrijft en bewaart. Die gedachte klinkt eenvoudig en raakt aan iets fundamenteels. Wie bepaalt welk verhaal blijft bestaan. Wie krijgt de ruimte om te duiden wat betekenisvol is en wat naar de achtergrond verdwijnt.

Geschiedenis wordt vaak ervaren als een vaststaand gegeven. Tegelijk ontstaat zij in de tijd. Ze groeit, wordt doorgegeven en krijgt vorm door herhaling. Wat wordt herhaald, blijft zichtbaar. Wat zichtbaar blijft, krijgt gewicht. Zo ontstaat een lijn die steeds steviger wordt en uiteindelijk wordt ervaren als vanzelfsprekend.

Dat geldt ook voor het verhaal waarin Jezus en Judas Iskariot een rol spelen.

De teksten die later zijn samengebracht in wat nu als de Bijbel wordt gelezen, zijn het resultaat van een proces. Ze zijn geschreven, geselecteerd, gekopieerd en bewaard. In dat proces zijn keuzes gemaakt. Wat werd opgenomen, kreeg een plaats. Wat buiten die lijn viel, raakte minder zichtbaar.

Binnen die teksten blijft Judas onderdeel van de groep. Hij zit aan tafel, hij ontvangt brood uit de hand van Jezus en hij wordt niet herkend als degene die een beslissende stap zal zetten. Zijn aanwezigheid wijst op verbondenheid. Hij hoort erbij.

In diezelfde teksten wordt zijn naam verbonden aan verraad.

Die combinatie vormt een spanning die niet direct wordt opgelost.

Wanneer het verhaal verder wordt doorgegeven, verschuift de nadruk. De handeling krijgt steeds meer gewicht en groeit uit tot het kenmerk dat zijn naam bepaalt. De samenhang waarin die handeling plaatsvindt raakt naar de achtergrond. Wat overblijft is een helder beeld dat eenvoudig te onthouden en door te geven is.

Zo ontstaat een symbool.

Dat proces beperkt zich niet tot dit verhaal. Het speelt zich af in hoe samenlevingen betekenis geven aan gebeurtenissen. In hoe woorden worden gebruikt om werkelijkheid te ordenen. In hoe snel een mens wordt teruggebracht tot één rol, één label, één betekenis.

Herhaling geeft richting aan hoe wij kijken.

Wat vaak genoeg wordt uitgesproken, krijgt de klank van waarheid. Niet omdat het volledig wordt onderzocht, wel omdat het vertrouwd klinkt. Vertrouwd voelt veilig in een wereld die zelden overzichtelijk is.

In dat licht krijgt ook het verhaal van Judas een andere lading. Naast de teksten die zijn opgenomen in de Bijbel bestaan ook andere geschriften waarin hetzelfde verhaal een andere vorm krijgt. In het Evangelie van Judas verschijnt een lijn waarin zijn rol anders wordt benaderd. Hij verschijnt als iemand die begrijpt en handelt binnen een groter geheel.

Die tekst heeft geen plaats gekregen binnen de canon. Toch laat zij zien dat het verhaal nooit volledig eenduidig is geweest. Naast de lijn die is blijven bestaan, hebben altijd andere perspectieven bestaan die minder zichtbaar zijn geworden.

Daarmee verschuift de vraag opnieuw.

Niet alleen wat er is gebeurd.
Ook wie het verhaal heeft gevormd.

Wanneer je dat meeneemt in het kijken naar dit verhaal, ontstaat er een ander perspectief op wat wij denken te weten.

De apostelen die later de basis vormen van de christelijke kerk, waaronder Petrus en Johannes, hebben in de overlevering momenten gekend waarin zij Jezus verloochenden of loslieten. Toch zijn het juist zij die het verhaal verder dragen en vormgeven. Hun lijn wordt de lijn die wordt gehoord en doorgegeven.

In dat perspectief ontstaat een verschuiving in hoe rollen zich tot elkaar verhouden. Wanneer één figuur wordt neergezet als de grote verrader, ontstaat er ruimte voor anderen om hun eigen falen in een ander licht te plaatsen. De zwaarte van hun handelen krijgt een andere verhouding wanneer er één naam is die het volledige gewicht van verraad draagt.

Binnen die dynamiek wordt herstel mogelijk gemaakt.

Wie zijn fout erkent en spijt toont, kan terugkeren binnen het verhaal. Vanuit die terugkeer ontstaat een nieuwe positie, een plek van betekenis en invloed. In de lijn van de overlevering worden juist deze figuren de dragers van het verhaal dat blijft bestaan.

Judas krijgt die mogelijkheid niet.

Zijn naam wordt verbonden aan één moment en die betekenis wordt herhaald tot zij vaststaat.

Ook het verhaal over zijn einde speelt daarin een rol. In de Bijbel wordt beschreven dat hij zich van het leven heeft beroofd. Dat beeld sluit het verhaal af. Het laat geen ruimte voor een vervolg, geen ruimte voor een eigen stem, geen ruimte voor een andere lezing. In die afsluiting ligt een effect dat verder reikt dan het moment zelf. Een stem die niet meer gehoord wordt, verliest invloed op hoe het verhaal wordt doorgegeven. In die lijn wordt ook zichtbaar waarom een geschrift als het Evangelie van Judas geen plaats heeft gekregen binnen de canon. Het past niet binnen het afgeronde beeld dat is ontstaan.

Juist daar ontstaat een spanning wanneer dit beeld naast andere lijnen wordt gelegd.

Er bestaat een geschrift dat aan Judas wordt toegeschreven waarin een andere rol zichtbaar wordt. In dat geschrift wordt zijn handelen niet verbonden aan verraad, wel aan inzicht in een groter geheel. Die lijn staat haaks op het beeld dat hem in de overlevering is gegeven.

Wanneer je deze lijnen naast elkaar legt, ontstaat er een vraag die niet eenvoudig te negeren is. Hoe verhouden deze verhalen zich tot elkaar. Wanneer het evangelie aan Judas wordt toegeschreven vóór zijn handelen, ontstaat er een spanning met de inhoud ervan. De rol die daarin zichtbaar wordt, wijst niet op verraad, wel op begrip en verbondenheid. Wanneer het geschrift na zijn dood zou zijn ontstaan, ontstaat er een andere spanning. Iemand die niet meer leeft, kan zijn eigen verhaal niet meer vertellen.

Die spanning opent een andere mogelijkheid.

Een mogelijkheid waarin het verhaal over zijn einde niet het einde is van zijn bestaan, wel het einde van zijn stem binnen de dominante lijn van de geschiedenis. Een mogelijkheid waarin hij zich heeft teruggetrokken, weggegaan uit de omgeving waarin alles zich heeft afgespeeld. Een beweging die begrijpelijk wordt wanneer je kijkt naar de zwaarte van de rol die hij zou hebben gedragen.

In die mogelijkheid ontstaat ruimte voor een ander vervolg. Een vervolg waarin zijn verhaal niet direct wordt vastgelegd, wel wordt doorgegeven. Overgeleverd, verteld, meegenomen naar een andere plek, een andere tijd. Een lijn die later wordt opgeschreven, ver van de plek waar het oorspronkelijke verhaal zich afspeelde.

Dat verklaart niet alles. Het opent wel een richting waarin de verschillende lijnen samen kunnen bestaan zonder dat één daarvan de ander volledig uitsluit. Daarmee verschuift het perspectief opnieuw.

In het tweede deel van deze reeks werd zichtbaar dat de weg van Jezus niet los staat van zijn einde. Zijn woorden wijzen vooruit, zijn handelen draagt richting. Wanneer die lijn wordt gevolgd, krijgt ook de rol van Judas een andere betekenis.

Niet als een plotselinge breuk, wel als een stap die noodzakelijk is binnen die beweging.

Die gedachte vraagt om een andere manier van kijken naar wat vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen.

Wie zou in staat zijn om een rol te vervullen die zo zwaar is. Wie zou bereid zijn om een handeling uit te voeren waarvan duidelijk is dat die een onomkeerbare invloed heeft op de toekomst. Een handeling die niet alleen het lot van een ander bepaalt, wel ook het eigen lot voor altijd vastlegt in de geschiedenis.

Een rol van die omvang vraagt om begrip, om nabijheid en om een vorm van verbondenheid die verder gaat dan oppervlakkig vertrouwen. Wanneer die gedachte wordt gevolgd, ontstaat een ander beeld. Een beeld waarin de rol die Judas vervult niet voortkomt uit afstand, wel uit nabijheid. Niet uit onbegrip, wel uit inzicht. Een beeld waarin het dragen van die rol vraagt om een bereidheid die alleen kan ontstaan vanuit een diepe verbondenheid.

Daarmee ontstaat een conclusie die zich aandient wanneer alle lijnen naast elkaar worden gelegd.

De geschiedenis zoals wij die kennen, is gevormd door degene die haar heeft doorgegeven. In dat proces is een beeld ontstaan dat helder en krachtig is, terwijl andere lijnen naar de achtergrond zijn verschoven.

Tegelijk zijn er aanwijzingen, redenen en samenhangende lijnen die laten zien dat het verhaal ook anders gelezen kan worden.

Een lezing waarin Judas geen verrader is. Een lezing waarin hij de rol vervult die noodzakelijk was om het verhaal tot zijn bestemming te brengen. Wanneer die gedachte wordt toegelaten, ontstaat een beeld waarin zijn handeling niet losstaat van wat eraan voorafgaat, wel onderdeel is van een groter geheel.

En juist in dat grotere geheel ligt een vraag die blijft staan. Wie was bereid om die rol te dragen. In het zoeken naar dat antwoord ontstaat ruimte voor de laatste stap van deze reeks.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.