Geloof het of niet

Ik zit wel eens met mensen te praten over geloven – altijd een riskante hobby, net als discussiëren over voetbal of andermans opvoedkunsten. Maar goed, ik vind het prachtig. Want hoe langer ik luister, hoe meer ik ontdek dat gelovigen en ongelovigen eigenlijk twee varianten zijn van dezelfde soort: de mens die zeker weet dat hij niets zeker weet, maar het toch heel stellig zegt. En juist dat maakt het onderwerp zo fascinerend; iedereen heeft een theorie, maar niemand heeft een backstagepas van het universum.

In die gesprekken merk ik hoe het altijd uitkomt op hetzelfde toneelstuk. De één vertelt vol overtuiging dat er toch echt een kracht moet zijn geweest die alles in gang heeft gezet, terwijl de ander minstens zo serieus beweert dat het allemaal uit pure leegte is ontstaan. En dan zitten ze tegenover elkaar alsof één van hen de handleiding van het bestaan op zak heeft, terwijl de ander hem kwijt is. Het is bijna aandoenlijk, want allebei proberen ze hetzelfde te verklaren met woorden die nooit groot genoeg zijn voor zo’n vraag.

Het opvallendste blijft dat “niets” waar ongelovigen zo graag op wijzen. Niet omdat hun theorie slecht is, integendeel, maar omdat “niets” nou precies datgene is wat onmogelijk te bevatten is. God kun je nog verbeelden, ergens ophangen aan iets groters dan jezelf, maar niets… ja, dat heeft geen vorm, geen kleur, geen geur, geen pagina op Wikipedia die echt helpt. En toch zou dat de bron zijn van alles wat bestaat. Als je het zo bekijkt, is het geloof in “niets” misschien wel het meest spirituele geloof dat er is, maar dan met een rechte rug en een zucht erbij.

Het wordt nog mooier als je buiten loopt, een moment stil blijft staan en je gewoon buigt om een vierkante meter aarde te bestuderen. Dan zie je ineens dat alles wat leeft volgens hetzelfde basisprincipe werkt: cel, celkern, DNA. Planten, insecten, mensen – allemaal gebouwd met hetzelfde recept. Alsof het universum één bouwtekening heeft uitgeprint en verder heeft gedacht: “Zo, laat het maar groeien.” Als dat al per ongeluk zou zijn ontstaan, dan wel één van de meest georganiseerde ongelukjes uit de geschiedenis van de kosmos.

En daar zit dan precies de charme van het hele gesprek: gelovigen en ongelovigen proberen allebei dat wonder te verklaren. De één noemt het een plan, de ander noemt het een spontane knal uit het niets, maar beiden wijzen naar hetzelfde mysterie dat veel groter is dan hun woorden kunnen dragen. En soms, als ze elkaar een beetje te hard proberen te overtuigen, zie je aan alles dat ze in feite hetzelfde zoeken: een verhaal dat het bestaan begrijpelijk maakt.

Dat vind ik eigenlijk de mooiste overeenkomst. Of je nou gelooft in Iets of gelooft in Niets, je probeert betekenis te geven aan een wereld die barst van de logica, patronen en schoonheid. Misschien maakt dat ons uiteindelijk meer familie van elkaar dan ons lief is. We zijn allemaal mensen die midden in een mysterie leven en proberen het te begrijpen – soms met een God, soms zonder, maar altijd met dezelfde verwondering.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.