Soms hoor je een stem die door de tijd heen snijdt. Geen stem van woede, maar van menselijkheid.
Simon Granovski, 93 jaar oud, overlevende van de Holocaust, sprak onlangs in Brussel.
Zijn woorden raakten niet alleen het verleden – ze waren een waarschuwing voor het heden.
‘Ik ben een Holocaust-overlevende,’ zegt hij. Zijn moeder en zus werden vergast in Auschwitz,
zijn vader stierf gebroken in 1945. Zelf werd hij op elfjarige leeftijd door de nazi’s in een kelder van de Gestapo gegooid,
gevangen gehouden, en vervolgens op transport gezet richting de dood.
Alleen een wonder redde hem van het twintigste konvooi naar Auschwitz.
Zijn toespraak is doordrongen van eenvoud en kracht.
Geen pathos, geen haat, maar een moreel kompas:
“Extreemrechts is een gevaar voor de mensheid en voor de jeugd.
We moeten het bestrijden met herinnering en met onze stem bij de verkiezingen.”
Hij noemt Le Pen, AfD en Vlaams Belang bij naam.
De partijen waar haat, uitsluiting en nationalisme opnieuw salonfähig lijken te worden.
Partijen waar de Nederlandse PVV zich inmiddels graag bij schaart als ‘partner’.
Granovski spreekt niet als politicus, maar als getuige.
Zijn overtuiging komt niet uit ideologie, maar uit ervaring.
Hij weet wat er gebeurt wanneer we mensen ontmenselijken.
Zijn vader kwam als vluchteling zonder papieren uit Polen,
een man die bescherming zocht en menselijkheid vond in België.
Nu, zegt Simon, is het onze beurt solidair te zijn met de vluchtelingen en migranten van vandaag.
“Het is de eer van België om hen te ontvangen met menselijkheid en waardigheid.”
Het is een zin die in het huidige politieke klimaat bijna revolutionair klinkt.
Waar harde taal en angst regeren, brengt Simon een boodschap van hoop.
Geen naïeve hoop, maar een doorleefde: “Het leven is mooi, maar het is een dagelijkse strijd.”
Zijn afsluiting is symbolisch. Na zijn toespraak neemt hij plaats achter de piano
om ‘Imagine’ van John Lennon te spelen – een ode aan vrede, democratie en vriendschap tussen mensen.
Niet als droom, maar als opdracht.
In een tijd waarin het verleden steeds vaker wordt gerelativeerd
en extremen weer stem krijgen, herinnert Simon Granovski ons aan de kern van menselijkheid.
Herinneren is geen schuld, maar verantwoordelijkheid.
En stemmen is geen formaliteit, maar een keuze voor wie we willen zijn als samenleving.
Zijn woorden blijven hangen: geloof in de goedheid van de mens.
Dat is de enige ideologie die de moeite waard is.
Nederlandse vertaling van de speech
Mijn naam is Simon Granovski. Ik ben geboren in Brussel op 12 oktober 1931. Ik ben dus nog jong, want ik ben pas 93 jaar oud. Ik heb altijd in Brussel gewoond. Ik ben een overlevende van de Holocaust, want de nazi’s hebben mijn moeder en mijn zus vermoord in de gaskamer van Auschwitz. Mijn vader is op 9 juli 1945 gestorven, gebroken van wanhoop.
Toen ik elf jaar oud was, namen de nazi’s mij gevangen, wierpen mij in de kelder van de Gestapo aan de Avenue Louise in Brussel, en sloten mij daarna op in de kazerne van Sint-Amands. En vervolgens, op 19 april 1943, zetten ze mij in een veewagon van het twintigste konvooi richting Auschwitz — richting de dood. Maar door een wonder ben ik uit de trein kunnen ontsnappen en gevlucht. En dat alles alleen maar omdat mijn ouders geboren waren in een bepaalde religie — de joodse religie — die het slachtoffer werd van extreemrechts: de wieg van fascisme, nazisme, racisme, antisemitisme en haat.
Extreemrechts is een gevaar voor de mensheid en voor de jeugd. We moeten het bestrijden, en wel op twee manieren:
- de eerste is de plicht tot herinnering zoals het initiatief van de 8 Mei-Coalitie van Hélène Dessoute;
- de tweede is bij de verkiezingen. We mogen nooit stemmen op extreemrechtse partijen, zoals Le Pen in Frankrijk, de AfD in Duitsland, of het Vlaams Belang in België, en al die anderen van gelijke strekking.
Maar — en dat is belangrijk — niet iedereen die voor zulke partijen stemt, is een fascist.
Ze vergissen zich. U moet ook weten dat mijn vader in Polen geboren werd en na de Eerste Wereldoorlog als vluchteling zonder papieren naar België kwam. Daarom ben ik vandaag solidair met de mensen zonder papieren, de vluchtelingen en migranten van nu.
Het is de eer van België om hen te ontvangen met menselijkheid en waardigheid.
Beste vrienden, beste jongeren, ik breng jullie vandaag geen boodschap van verdriet,
maar een boodschap van hoop en geluk. Vergeet niet: het leven is mooi, maar het is een dagelijkse strijd. En ondanks de tragische gebeurtenissen uit het verleden — zoals ik die zelf heb meegemaakt — en ondanks de tragedies van vandaag, want we weten allemaal dat er nog steeds mensen en volkeren lijden, blijf ik geloven in de toekomst.
Want ik geloof in de goedheid van de mens.
Leve de vrede, de democratie en de vriendschap tussen mensen.“