Hier en nu: Etappe 20 en de kunst van vertrouwen

Een nieuwe dag, etappe 20 alweer. Over een week hoop ik op de Sint-Pietersberg te staan. Onwaarschijnlijk dat ik al aan het aftellen ben—wat een reis… Maar eerst: vandaag.
Om 9.00 uur verlaat ik het Vitaliseringscentrum Brabant. Op weg naar Holthees voor een ontbijt met Harry en Dorothee. Net buiten Vierlingsbeek kom ik Danny nog even tegen. Hij tipt me een klein omweggetje door een mooi stukje bos; precies zo’n tip waar je hart even van glimlacht.

In Holthees, iets verderop in de straat van Harry en Dorothee, groet Sylvia me. Ze is onkruid aan het wieden en vraagt geïnteresseerd naar mijn wandeltocht—terecht, want ik loop hier even níet op het Pieterpad. Ik vertel dat ik bij een oud-collega ga ontbijten. Geen idee hoe, maar ze weet meteen bij wie… Zo kom ik rond 10.00 uur al met een verhaal aan bij Harry. Binnen is het simpelweg goed: een paar boterhammetjes (twee voor onderweg), een kop thee en gezellig kletsen. Het is die knusse huiselijkheid die je batterij oplaadt. Pas om 11.00 uur loop ik weer verder. Nog twintig kilometer te gaan—op zich geen probleem, maar wel wat laat dus.

Gisteren kreeg ik via Insta een bericht van Mark (account: Walking is the best medicine). Hij had over mij gehoord en zocht me op. Vandaag lopen we dezelfde etappe, maar dan in tegengestelde richting. Rond lunchtijd ontmoeten we elkaar—natuurlijk precies bij een bankje. Hij loopt met Mieke, we delen onze verhalen. Ik ben onder de indruk van zijn way of life; hij zegt op zijn beurt door mij te worden geïnspireerd. Wauw, wat onwijs mooi. We praten lang. Hij dropt praktische tips en ideeën alsof het confetti is. Al verwacht ik dat hij dat niet zal gebruiken. Hij loopt voor een schonere wereld, ruimt zwerfvuil op, op zijn wandelpaden en haalt geld op voor het opruimen van de plastic soep. Confetti past, volgens mij, niet in die leefwijze. Maar dat het een feest is om met hem te praten…. lat dat duidelijk zijn.
Wat een mooi mens, wat een verhaal, wat een missie. Ik ben dankbaar dat hij op mijn pad komt. Hij drukt me wat geld in de hand: “Voor JOU,” niet voor het goede doel—dat doet hij later nog wel. En hij belooft me de komende tijd verder op weg te helpen waar hij kan. Soms is steun precies op tijd.

Een tijdje later loop ik op met twee dames. Na een paar minuten komt Walking for Humanity ter sprake. Eén van hen heeft erover gelezen in de krant; ze weet mijn naam nog en noemt het dapper wat ik doe. Zelf zou ze het niet kunnen, daar is ons lnd niet meer veilig genoeg voor, denkt ze. Ik stel dat ik denk dat dat wel meevalt, maar begrijp hun angsten wel. Soms moet je het ook niet opzoeken. Al blijft dat een raar iets. Je zou toch willen dat je helemaal niet zo moet denken. Het zou toch gewoon moeten zijn, om uit te kunnen gaan van je veiligheid….

Ik blijk voor hen de tweede te zijn die ze vandaag treffen die het héle pad loopt. De ander, een dame, moest eerder helaas tijdelijk opgeven door een blessure—pijnlijk, maar ook realistisch: soms dwingt je lijf je even te luisteren.

Begin van de middag sta ik bij de watermolen. Er lopen jongens rond met grote camera’s: “opnames voor de minifilm ‘De Magistraten.'”, verteld één van hen ons. Een film van ongeveer 15 minuten, maar voor deze jongens een manier om zichzelf bekend te maken en te laten zien wat ze kunnen. Ik loop door en kom bij een klein meertje twee acteurs tegen in kleding van de jaren 50. Een bijzondere gewaarwording, maar zo in de omgeving misstaat het eigenlijk ook gewoon niet, het past hier! In het meertje ligt het “moordwapen”. Het was er in een scene ingegooid met visdraad als safety, maar die was dus gebroken… Ze willen het weer opduiken en ik—met korte broek—kom als geroepen. 😂 Maar toch even heldenpunten op de filmset, zullen we maar zeggen. Ik sla het aanbod toch maar af.

Even later sluit een stel aan. We praten verder over de film en over onze wandeling. De vrouw blijkt dezelfde te zijn van wie ik eerder hoorde—die met de blessure. We lachen, niet om de blessure, maar om het toeval en het delen van verhalen onderweg met elkaar. Dit is ook waarom ik loop, verhalen ophalen van verbinding met vreemden. Niet alleen met mij, maar ook van andere wandelaars onderling.
In Tienray volgt een kort maar indrukwekkend gesprek met een man van 84. In 2019 liep hij op zijn 79e nog een halve marathon (!). Nu, met kunstknie, wandelt hij geregeld flinke stukken. De twinkeling in zijn ogen zegt: “Blijf in beweging.”

Vlak voor Swolgen loop ik even op met een stel uit Zuid-Limburg en hun hond. We hebben het over de route—vooral de aanwijzingen. Die waren vandaag een flinke uitdaging; meerdere omwegen tot gevolg. Ik leg ze AllTrails uit; werkt erg goed om verdwalen te voorkomen. Daarna gaat het over mijn missie. Het resoneert. Ze zijn onder de indruk en willen me steunen. Ze geven geld—ook hier: Echt voor mij om uit te geven—en willen proberen bij mijn aankomst in Maastricht aanwezig te zijn. Hoe gaaf zou dat zijn! Ik ben oprecht dankbaar voor deze ontmoetingen.

In het dorp Swolgen eet ik bij Café Maos: een heerlijk stoofvleespotje. Met korting dit keer, maar dankzij het geld van Mark voelt het nog steeds als een geschenk. Alsof hij wist dat ik hier iets moest betalen. Het maakt dat ik in mijn €0-euro-tocht kan blijven vertrouwen.

Daarna begint de jacht naar een slaapplek. Het is lastig: B&B’s zitten vol; de medewerking ligt er ook niet dik bovenop. Ik dwaal wat doelloos rond. En dan—alsof de dag een extra hoofdstuk wil schrijven—komen Mark en Mieke ineens aanlopen. Ze zijn met de bus terug uit Vierlingsbeek (haar auto staat hier), gaan eerst wat eten en rijden daarna naar de camping waar Mark verblijft. Mark biedt aan: “Als er niets komt, ga dan met ons mee; je kunt bij mij in de tent slapen.” Lief, maar… dat is in Holthees. Hoe kom ik dan morgen terug? Mark glimlacht:

“Dit leven gaat niet over morgen, maar over het hier en nu.” Touché.

Met die wijze les in mijn hoofd loop ik verder. Iemand tipt me bij een woonhuis waar ik heb aangebeld; ik ga er vol goede hoop naartoe. Er wordt echter niet open gedaan. Ik loop weg en hoor stemmen achter het huis. Drie dames op leeftijd (met toestemming mag ik hen zo noemen) zitten rummikub te spelen. Ze komen uit België en fietsen samen een rondje Nederland-België.

Ze geven me het nummer van de host. Ik bel… Ze moet het even overleggen en zegt: “Ik bel je zo terug.” Even later gaat de telefoon: akkoord. Ze zitten vol, maar nemen een matrasje mee voor het washok. Ik ben welkom!

De Vlaamse dames gaan naar bed. Ik kruip achter de laptop om deze blog te schrijven tot de host thuiskomt. Even later zijn ze er; mijn plekje wordt in orde gemaakt. Ik verkas zo naar boven om ze privacy te geven. Mijn matras in het washok is prima. Er is hier zat ruimte—het “washok” is groot zat voor een kamer. 🙂 Ik ben de hemel te rijk van dankbaarheid. Morgen weer verder. Eerst slapen. En vertrouwen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.