Naar aanleiding van een gesprek op Facebook over toeval werd mijn overtuiging dat toeval niet bestaat afgedaan als onzin — ik werd zelfs als “zelfingenomen wappie” bestempeld (aldus Eric Groen). Inhoud en respect waren in zijn reactie ver te zoeken. Het raakte het me, want het zette me opnieuw aan het denken. Bestaat toeval nu wel of niet?
Ik vind van niet en dat probeerde ik hem uit te leggen: “Eigenlijk legt het woord dat zelf ook al uit: Toeval is iets wat je toe valt. Het hoort kennelijk bij jou — niet bij een ander. Ook het Engelse woord coincidence zegt het al: Incident betekent iets wat gebeurt of valt, en co- betekent samen. Het is dus iets wat samen-valt, ergens bij hoort.” Dat is niet zweverig, niet wappie, en al helemaal niet zelfingenomen. Hooguit semantisch of etymologisch interessant.
Maar laat ik een verhaal vertellen over mijn wandeltocht voor Walking for Humanity op het Pieterpad, wellicht kan het jullie wel overtuigen. En zo niet, is dat natuurlijk ook prima. Laten jullie het me wel even weten?
Etappe 6: Schoonloo – Sleen
Ongeveer op tweederde van de route moet je zo’n anderhalve kilometer van het pad afwijken om bij de Papeloze Kerk te komen, een hunebed dat deels in oude glorie is hersteld. Op een etappe van 24 kilometer is dat drie kilometer extra — iets wat de meeste wandelaars niet snel doen. Je komt immers onderweg al genoeg hunebedden tegen.
Ik koos er wél voor. Op deze plek ontmoette ik drie dames, met wie ik in een bijzonder gesprek raakte. Ze besloten mij te gaan volgen op mijn tocht — via Instagram en mijn blogs. Daarna gingen we ieder onze eigen weg.
Etappe 10: Ommen – Hellendoorn
Aan het eind van deze etappe lukte het me niet om een slaapplaats te vinden. Het “Heldersfees” was aan de gang, alles zat vol en de bewoners waren zelf op het feest. Een manager van een luxe hotel De Uitkijk deed nog een half uur lang haar best om iets te regelen, maar zonder resultaat.
Ik liep door, wetend dat ik mogelijk in de buitenlucht zou moeten slapen. Hoewel het weer meezat, keek ik daar bepaald niet naar uit. Tussen Hellendoorn en Nijverdal belde ik verschillende B&B’s, maar ook die zaten vol. De laatste verwees me naar een camping met trekkershutten — misschien hadden die nog plek.
Toen ik bij de kruising van het Pieterpad met de Almeloseweg even ging zitten om het telefoonnummer op te zoeken, stopte er plotseling een auto. Iemand riep iets over “camping”, wat mijn aandacht trok. Ik dacht dat ze óók naar een camping zochten, dus ik nodigde ze uit even mee te kijken op mijn telefoon.
Maar het bleken de eigenaren van camping Twilhaar — en ze vroegen of ík soms een overnachting zocht. Ja dus. En zo belandde ik op een prachtige natuurcamping, midden in het bos, zonder stroom en nauwelijks bereik. Geen blog die avond dus.
Etappe 11: Hellendoorn – Holten
Eigenlijk begon deze dag voor mij bij Twilhaar, een kilometer rechts van het pad. Ik kwam vroeg aan in Holten en liep een Pannenkoekenrestaurant binnen om te vragen of ze mijn avondeten wilden sponsoren — ik liep deze tocht immers als ‘vluchteling’ op een €0-budget. En het lukte: ik mocht vanavond terugkomen.
Eerst nog een slaapplek regelen. Die vond ik in Rijssen, vijf kilometer de verkeerde kant op, maar het was gratis. En tussen twee korte etappes in maakte dat niet uit. Een heerlijk toeval op zichzelf — al draait dit verhaal daar nog niet eens om.
Tijdens het eten van mijn pannenkoek werkte ik mijn socials bij. Op de camping had ik daar geen bereik voor gehad. Eén van de dames van de Papeloze Kerk had mij bericht: Ze maakten zich zorgen omdat er geen nieuwe blog was verschenen.
Ik stelde ze gerust: vanavond zou ik weer schrijven, en ze kregen er twee tegelijk.
“Maar waar zit je dan?”, vroegen ze.
“In Holten,” antwoordde ik. “Lekker aan het eten.”
“O, daar wonen wij vlakbij! Zin in een ijsje als toetje? Dan fietsen we er zo naartoe.”
Dat liet ik natuurlijk niet schieten. Even later zaten we samen op een terras met een ijsje. Ik vertelde over Hellendoorn, Nijverdal, Twilhaar en mijn geplande nacht in Rijssen.
“Waar in Rijssen?” vroeg één van hen. Mijn B&B bleek… haar buurman te zijn.
Ze brachten me na het ijsje met de auto naar Rijssen — en de volgende ochtend ook weer terug naar Holten.
De toevalligheden op een rij
- De keuze om tóch naar de Papeloze Kerk te lopen
- De ontmoeting met de drie dames
- Het mislukken in Hellendoorn en de noodzaak om door te lopen
- Het half uur bij het luxe hotel
- De pauze om de camping te googelen
- De passerende auto van de campingeigenaren — precies op dat moment
- En dat ze ook nog eens stoppen
- De natuurcamping zonder stroom, waardoor ik geen blog kon schrijven
- Het appje van de dames, dat er anders nooit was gekomen
- Hun keuze om spontaan een ijsje te komen eten
- En de overnachting bij de buurman van één van hen
- De keuze om toch met de auto te komen (plan was op de fiets)
En dan zou dat allemaal toeval zijn? Misschien. Maar zoveel toevalligheden op een rij, verspreid over bijna een week, dat voelt anders. Voorbestemd is het niet — elke stap, elke keuze, elk moment maakte ik zelf. Maar toeval? Nee, zeer zeker niet…..
!! Want toeval bestaat niet !!
Hallo Ante,
Inderdaad, toeval bestaat niet.
Iets valt jou toe.
In de Bijbel wordt niet geschreven ‘bij toeval’, maar ‘bij geval’.
Ps. leuke blog is dit
Lieve groet van Daniel & Truus
Hoi Daniël en Truus,
Hoe bevalt het getrouwde leven?
Dank je wel voor jullie compliment. Veel leesplezier met de andere blogs (er staan er genoeg). Ik hoor graag wat jullie er nog meer van vinden!
Groet,
Ante