Waarom het verzwakken van het EVRM geen oplossing is

De afgelopen maanden horen we een aanhoudende roep — vooral van de rechterflank en enkele populistische partijen — om het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM / ECHR) te “moderniseren” zodat staten weer volledige regie over hun grenzen krijgen. Onlangs nog door JA21 bij WNL, waarbij JA21 het op LinkedIn plaatste. Het argument is simpel: Straatsburg zou de soevereiniteit van staten inperken en verhinderen dat zij migratie effectief aanpakken. Maar deze framing is misleidend, gevaarlijk en politiek gemanipuleerd. Hieronder legt ik uit waarom.

Ten eerste: het EVRM neemt staten de regie niet af. 

Het EVRM is geen micromanager; het werkt volgens beginselen die nationale beleidsruimte respecteren — zoals de ‘marge van appreciatie’ — en beschermt tegelijk fundamentele rechten (geen foltering, bescherming van familie- en privéleven, fair proces, etc.). Dat betekent dat staten vaak ruime speelruimte hebben bij migratiebeleid, en dat het Europees Hof in veel gevallen terughoudend is geweest met het ingrijpen in nationale keuzes. De indruk dat het EVRM automatisch alle grensmaatregelen blokkeert, klopt niet.

Tweede punt: het probleem zit meestal dichter bij huis. 

Waar het vaak misgaat is óf in de uitvoering van beleid (trage procedures, tekort aan opvang, slecht georganiseerde terugkeer), óf in politieke instrumentalisering van incidenten. Juridische toetsing via het EVRM treedt in wanneer grondrechten reëel in het geding zijn — denk aan uitsluiting naar landen waar mensen mishandeld worden of gevallen waarbij gezinnen onherstelbaar uit elkaar gerukt dreigen te worden. Deze individuele waarborgen zijn bewust zo vormgegeven: niet om staten te verlammen, maar om mensen in uiterste situaties te beschermen. Feitelijk levert de rechter slechts in een klein aantal gevallen uitspraken die migratiebeleid daadwerkelijk beperken. Dat relativeert de retoriek dat Straatsburg “de grenzen overneemt”.

Derde punt: vraag wie er profiteert van de oproep tot verzwakking. 

Politieke partijen en leiders die pleiten voor het uithollen of herinterpreteren van het EVRM doen dat niet louter uit juridische onvrede — het is een krachtig politiek narratief. Door te stellen dat “Brussel/Straatsburg” de controle heeft, kan men angst en onvrede versterken: immigratie wordt gepresenteerd als een buitenstaander die het land bedreigt, en de vermeende oplossing is simpel en daadkrachtig. Maar die eenvoud gaat ten koste van nuance, feiten en mededogen. Het doel is vaak stemwerving door het aanwakkeren van onveiligheidsgevoelens, niet het oplossen van structurele problemen.

Vierde punt: de menselijke prijs. 

Als je verdragsbescherming verzwakt of de toetsingsmogelijkheden uitschakelt, verdwijnen de laatste garanties voor mensen in extreme nood — slachtoffers van oorlog, vervolging of mensenhandel. Dat is geen abstract juridisch verlies; dat is concrete onmenselijkheid. Het EVRM is een vangnet voor wie door nationale politiek of bureaucratie tussen wal en schip valt. Het opofferen daarvan om politieke punten te scoren is moreel onverdedigbaar en maakt Europa kwetsbaar voor machtsmisbruik en willekeur.

Vijfde punt: geopolitieke en juridische gevolgen. 
Het opzijschuiven of verzwakken van een internationaal mensenrechtenkader creëert precedenten. Andere staten die repressief handelen kunnen deze verandering aanwenden om hun eigen schendingen te legitimeren. Bovendien is het praktisch: verdragswijzigingen zijn ontzettend complex (raad van 46 staten, ratificaties, politieke kosten). Het alternatief — afdwingen van beleid door een paar landen die de regels omzeilen — leidt tot juridisch geklungel en internationale isolatie.

Tot slot: er is een alternatief dat wél werkt. 

In plaats van het verzwakken van rechtsbescherming zou de politiek moeten investeren in zaken als adequate asielprocedures, effectieve terugkeermechanismen, solide internationale samenwerking en maatregelen tegen smokkelaars. Tegelijk moet er transparantie en betere communicatie komen over wat het EVRM wél en níet doet. Dat zijn praktische stappen die problemen oplossen zonder mensenrechten te offeren op het altaar van kortetermijnpolitiek.

Conclusie: het debat over het EVRM is niet neutraal; het is verzuild met politieke belangen. Wie nu pleit voor “meer regie” door mensenrechten te beperken, zaait geen veiligheid maar angst en verdeeldheid. Het zou onwenselijk en onmenselijk zijn om instituties af te breken die juist kwetsbaren beschermen. En laten we eerlijk zijn: politieke partijen die dit instrumentaliseren, gebruiken vaak angst als brandstof om stemmen te winnen — niet om menselijke problemen effectief en humaan op te lossen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.