Een samenleving laat zich vaak kennen door de manier waarop zij omgaat met haar grenzen. Dat klinkt als een politieke uitspraak, terwijl het vooral een menselijke vraag is. Grenzen bepalen wie binnenkomt en wie buiten blijft. Ze bepalen ook waar onze verantwoordelijkheid begint en waar wij haar laten eindigen.
Juist daarom bleef ik hangen bij een recent filmpje van de VVD over de nieuwe Europese afspraken rond terugkeer van afgewezen asielzoekers.
Het filmpje opent met Malik Azmani. Hij spreekt één zin uit: “In twintig jaar is het eindelijk gelukt. Europa levert nieuwe regels voor de terugkeer van afgewezen asielzoekers.” Vervolgens neemt Ulysse Ellian het woord. Hij legt uit dat afgewezen asielzoekers voortaan gedwongen kunnen terugkeren via terugkeercentra buiten de Europese Unie. Volgens de VVD biedt dat eindelijk grip op migratie.
Nog voordat de inhoud begint, valt één detail op. De VVD kiest bewust voor juist deze twee gezichten. Malik Azmani is de zoon van een Marokkaanse arbeidsmigrant. Ulysse Ellian kwam als kind zelf als vluchteling naar Nederland. Twee politici met een migratieachtergrond, waarvan één uit een vluchtelingengezin, vertellen het verhaal over terugkeer van mensen die volgens de overheid geen recht hebben om hier te blijven.
Is dat toeval? Die vraag kan alleen de VVD beantwoorden. Als communicatiestrategie voelt de keuze in ieder geval zorgvuldig doordacht. De boodschapper beïnvloedt immers hoe een boodschap wordt ontvangen. Tegelijk verdient uiteindelijk de inhoud alle aandacht. Juist daar ligt de werkelijke discussie.
Over één uitgangspunt hoeft nauwelijks verdeeldheid te bestaan. Een land heeft het recht om zorgvuldig te beoordelen of iemand bescherming nodig heeft. Wie daadwerkelijk vlucht voor oorlog of vervolging verdient veiligheid. Wie na een eerlijke en snelle procedure geen recht blijkt te hebben op asiel, hoort terug te keren naar het land van herkomst. Dat vormt een essentieel onderdeel van een geloofwaardig asielbeleid.
Juist daarom verbaast het mij dat de VVD een heel andere route kiest.
Het plan draait namelijk niet om een directe terugkeer naar het land waar iemand vandaan komt. De voorgestelde route loopt via terugkeercentra buiten de Europese Unie. Mensen worden overgebracht naar een derde land, waarna vanuit daar de verdere terugkeer moet worden georganiseerd.
Op papier klinkt dat efficiënt. In de praktijk roept het fundamentele vragen op.
Waarom brengen wij iemand eerst naar een ander land als het uiteindelijke doel terugkeer naar het land van herkomst is? Welk probleem lossen wij daarmee werkelijk op? Wie draagt verantwoordelijkheid wanneer iemand zich in zo’n centrum bevindt? Welke rechtsbescherming geldt daar? Welke rechter kan ingrijpen wanneer mensenrechten onder druk komen te staan? Wie ziet toe op de omstandigheden waarin mensen verblijven?
Juist die vragen raken de kern van een rechtsstaat.
Europa heeft in de loop der decennia een uitgebreid stelsel opgebouwd waarin mensenrechten, onafhankelijke rechtspraak en democratische controle elkaar versterken. Dat systeem is niet perfect. Het vormt wel een belangrijk vangnet tegen willekeur. Zodra mensen worden ondergebracht in centra buiten de Europese Unie ontstaat vanzelf meer afstand tussen degene die beslist en degene die verantwoordelijkheid draagt.
Daar wringt het.
Een samenleving mag streng zijn. Zij hoort tegelijkertijd menselijk te blijven. Die twee sluiten elkaar helemaal niet uit. Sterker nog, zij versterken elkaar wanneer procedures zorgvuldig worden ingericht.
De grootste tekortkoming van het Nederlandse asielbeleid ligt namelijk niet uitsluitend bij de instroom. Het grootste probleem ontstaat wanneer procedures jarenlang duren. In die jaren bouwen mensen een bestaan op. Kinderen gaan naar school. Vriendschappen ontstaan. Werkgevers investeren in werknemers. Vrijwilligers zetten zich in. Gemeenschappen groeien om mensen heen.
Na vijf jaar voelt terugkeer fundamenteel anders dan na vijf maanden.
Juist daarom zou de eerste investering moeten liggen bij een goed functionerende asielketen. Voldoende medewerkers. Snelle besluitvorming. Heldere procedures. Een zorgvuldige beoordeling zonder eindeloze wachttijden.
Wie bescherming verdient, krijgt snel duidelijkheid en kan beginnen met een nieuw leven.
Wie geen bescherming nodig heeft, weet eveneens snel waar hij aan toe is en keert terug naar het eigen land.
Dat is eerlijk voor iedereen.
Terugkeer hoort vervolgens rechtstreeks plaats te vinden naar het land van herkomst. Dat blijft uiteindelijk de logische bestemming wanneer iemand geen verblijfsrecht krijgt. Een extra tussenstation buiten Europa voegt vooral nieuwe vragen toe over verantwoordelijkheid, toezicht en menselijkheid.
Migratie gaat uiteindelijk nooit uitsluitend over cijfers, procedures of politieke winst. Achter ieder dossier zit een mens. Achter iedere beslissing staat een overheid die bewust kiest hoe zij met die mens omgaat.
Juist daarin laat een samenleving zien welke waarden werkelijk richting geven.
Grip op migratie ontstaat niet door verantwoordelijkheid verder van huis te organiseren. Grip ontstaat door verantwoordelijkheid juist dichtbij te houden. Door besluiten snel te nemen. Door rechtvaardig te handelen. Door duidelijk te zijn. Door mensen waardig te behandelen, ook wanneer de uitkomst van een procedure betekent dat zij moeten vertrekken.
Een rechtsstaat bewijst haar kracht immers niet uitsluitend door mensen welkom te heten.
Zij bewijst haar kracht vooral door ook bij moeilijke besluiten haar menselijkheid vast te houden.