Ik had laatst een discussie met JP en Anouk over de Bijbel en de Koran. We hadden het over de heftige teksten die in beide boeken staan en over de manier waarop zulke teksten worden gebruikt in discussies over geloof. Vooral bij de Koran gebeurt dat nogal eens. Een gewelddadige of vrouwonvriendelijke passage wordt aangehaald en vervolgens gebruikt om iets te zeggen over de islam en uiteindelijk ook over moslims.
Tijdens dat gesprek dacht ik aan de Bijbel. Want als we op die manier gaan lezen, hoef ik vanuit mijn eigen christelijke achtergrond helemaal niet ver te zoeken. Ik zocht een tekst op over de sabbat en kwam uit bij Exodus. Daar staat gewoon dat iemand die de sabbat ontheiligt ter dood gebracht moet worden. In Numeri wordt het nog concreter. Een man wordt betrapt terwijl hij op de sabbat hout sprokkelt. Hij wordt buiten het kamp gebracht en gestenigd.
Dat zijn geen teksten die ik zelf zou gebruiken om uit te leggen wat mijn geloof voor mij betekent. Toch staan ze in hetzelfde boek dat ik de Bijbel noem. En als iemand het christendom graag wil neerzetten als een gewelddadige en achterlijke godsdienst, kan hij nog wel even doorgaan. Geweld, oorlog, doodstraffen, slavernij, seksuele passages en opvattingen over vrouwen die wij vandaag moeilijk kunnen plaatsen. Je hoeft daarvoor niets te verzinnen of teksten te vervalsen. Je hoeft alleen heel gericht te zoeken naar wat je wilt vinden.
Daar ontstond tijdens ons gesprek voor mij het beeld van windowshoppen.
Stel je een lange winkelstraat voor waarin alle religieuze teksten achter glas liggen. Aan de ene kant bevinden zich donkere etalages. Wie daar langsloopt, kan genoeg vinden om met een ongemakkelijk gevoel naar huis te gaan. Loop vervolgens langs de andere kant en je vindt in diezelfde Bijbel Jezus die oproept je vijanden lief te hebben en te bidden voor degenen die je vervolgen. Je vindt Johannes die schrijft dat liefde uit God voortkomt en dat wie liefheeft God kent.
De Koran kun je op precies dezelfde manier benaderen. Wie op zoek gaat naar harde passages over strijd, straf en ongelovigen, zal ze vinden. Wie zoekt naar iets anders, vindt bijvoorbeeld de bekende woorden dat er geen dwang in godsdienst is. Ook staat er dat wie een leven redt, wordt voorgesteld alsof hij de hele mensheid heeft gered. Natuurlijk hebben ook die teksten hun historische, religieuze en tekstuele context. Dat geldt voor de harde teksten en voor de mooie teksten. Juist daarin zit voor mij de kern.
Wat je zoekt, zul je vinden.
Dat klinkt bijna te eenvoudig, terwijl het mechanisme erachter behoorlijk bepalend kan zijn voor de manier waarop wij naar andere mensen kijken. Wanneer ik vooraf besluit dat de islam een gewelddadige religie is en vervolgens urenlang zoek naar Koranteksten die mijn overtuiging ondersteunen, is de kans groot dat ik tevreden achter mijn computer vandaan kom. Mijn verzameling kan zelfs volledig uit echte teksten bestaan. Ik hoef geen enkele leugen te vertellen om uiteindelijk toch een vertekend verhaal te vertellen.
Dat is het verraderlijke aan selectief kijken. Een onwaar beeld hoeft niet uitsluitend uit onwaarheden te bestaan. Je kunt een beeld bouwen uit feiten en tegelijkertijd een groot deel van de werkelijkheid buiten het kader houden.
Dat geldt ook buiten religie. Zoek naar corrupte politici en je zult ze vinden. Zoek naar christenen die verschrikkelijke dingen hebben gedaan en je zult ze vinden. Zoek naar moslims die geweld gebruiken, naar Nederlanders die misdrijven plegen, naar mensen uit Afrika die verkeerde keuzes maken, naar mannen die vrouwen slecht behandelen of naar vrouwen die mannen slecht behandelen, en je kunt eindeloos blijven verzamelen. Iedere groep die groot genoeg is, bevat mensen die dingen doen die niet deugen.
Ik moest daarbij denken aan een bak aardbeien. Stel dat ik een volle bak koop en enkele aardbeien blijken beschimmeld. Ik kan die beschimmelde exemplaren eruit halen, ze op tafel leggen, er foto’s van maken en vervolgens verklaren dat ik zojuist heb aangetoond dat aardbeien beschimmeld zijn. Alles wat ik laat zien is echt. Alleen ligt er ondertussen een vrijwel volle bak met goede, zoete aardbeien naast mij die ik zorgvuldig buiten beeld houd.
Niemand zou dat een eerlijke beoordeling van die bak vinden.
Toch doen we iets vergelijkbaars met mensen. We vinden de rotte aardbeien en presenteren die vervolgens als bewijs voor de kwaliteit van de hele bak. Bij de islam gebeurt dat gemakkelijk wanneer een terrorist of religieuze fanaticus het nieuws haalt. Zijn geloof wordt onderdeel van de verklaring en voor je het weet draagt een moslim die duizenden kilometers verderop woont iets van de verdenking mee. Dat kan zelfs iemand zijn die juist niets van dat extremisme moet hebben of ervoor is gevlucht. Hij heeft de rot niet veroorzaakt, hij ondersteunt haar niet en toch wordt hij bekeken alsof hij iets uit te leggen heeft.
De oplossing kan natuurlijk nooit zijn dat we voortaan doen alsof die beschimmelde aardbeien niet bestaan. Een beschimmelde aardbei haal je juist uit de bak. Haat, geweld, extremisme en fanatisme mogen worden benoemd en bestreden, ongeacht uit welke religie, politieke overtuiging, cultuur of andere omgeving ze voortkomen. Wie alles laat liggen uit angst om te oordelen, beschermt uiteindelijk ook het goede niet. Alleen gooi je niet de hele bak weg omdat enkele aardbeien niet meer deugen.
Daarmee kom ik terug bij die denkbeeldige winkelstraat. Want aan beide kanten liggen echte dingen in de etalage. Het duistere is echt en het liefdevolle eveneens. De kunst is dus niet om voortaan uitsluitend aan de zonnige kant te gaan windowshoppen. Dan verruilen we de ene selectieve werkelijkheid voor de andere. De uitdaging is om de hele straat te bekijken, ook wanneer wat we tegenkomen niet past bij wat we vooraf dachten.
Dat vraagt iets anders van ons dan zoeken naar bevestiging. Het vraagt dat we werkelijk nieuwsgierig zijn naar wat er is. Naar de achtergrond van een tekst, naar de tijd waarin hij ontstond, naar de manier waarop mensen hem uitleggen en vooral naar wat mensen er in hun eigen leven mee doen. Een heilig boek leeft uiteindelijk niet alleen op papier. Het krijgt betekenis in de handen van degene die het leest.
Daarom interesseert mij uiteindelijk minder welke verschrikkelijke tekst iemand mij uit de Koran kan laten zien dan wat de moslim tegenover mij zelf gelooft en hoe hij leeft. Net zoals ik als christen liever word beoordeeld op wat ik zelf geloof, zeg en doe dan op de meest gruwelijke Bijbelpassage die iemand na twintig minuten zoeken op internet heeft gevonden.
Daar hoeft niemand naïef voor te zijn. Terroristen bestaan. Fanatici bestaan. Mensen die hun geloof, afkomst, politieke overtuiging of nationaliteit gebruiken om anderen te vernederen of geweld te rechtvaardigen bestaan eveneens. Ze verdienen geen zachter oordeel omdat de rest van hun groep wel deugt. Hun gedrag mag juist op zijn eigen merites worden beoordeeld.
Alleen geldt datzelfde principe ook voor ieder ander.
Een corrupte politicus maakt niet alle politici corrupt. Een gewelddadige christen maakt niet alle christenen gewelddadig. Een islamitische extremist maakt niet alle moslims extremist. Een misdadiger uit Afrika zegt niets over het karakter van mensen uit Afrika. Een rotte aardbei vertelt vooral iets over die aardbei.
We leven in een tijd waarin het verleidelijk is om te blijven windowshoppen. Sociale media helpen ons er zelfs bij. Wie eenmaal ergens van overtuigd is, kan vrijwel eindeloos voorbeelden vinden die het bestaande beeld bevestigen. Na verloop van tijd lijkt de hele wereld op de etalages waarin we zelf besloten hebben te kijken.
Daarom zit de moeilijkste opdracht voor mij niet in beter zoeken naar bewijs voor wat ik al weet. De moeilijkste opdracht is zoeken zonder vooraf te bepalen wat ik wil vinden. Dan bestaat de kans dat ik dingen tegenkom die mijn overtuiging bevestigen, naast dingen die haar ingewikkelder maken. Ik zal rotte aardbeien vinden en ontdekken dat de rest van de bak nog steeds zoet kan zijn.
Wat je zoekt, zul je vinden. Wie naar ellende zoekt, kan in iedere religie, iedere cultuur en iedere bevolkingsgroep zijn mandje vullen. Wie uitsluitend naar het mooie zoekt, kan zichzelf eveneens voor de gek houden. Wie werkelijk durft te kijken, ontdekt iets minder eenvoudigs en daardoor iets menselijkers: goed en kwaad laten zich niet zo gemakkelijk verdelen langs de grenzen die wij tussen groepen hebben getrokken.
Uiteindelijk staat er geen groep tegenover ons. Er staat een mens.
En die mens verdient het om beoordeeld te worden op wat hij zelf zegt, wat hij zelf kiest en wat hij zelf doet.