Tijdens een preek van Niki Mannot bleef één gedachte bij mij hangen. Het leven kent zijn ups en downs. God neemt de downs niet uit ons leven weg en legt de ups ook niet voor ons klaar. Hij geeft ons de kracht om het leven te leven. Niki verbond daar het woord oppervlakkig aan. Een leven zonder echte hoogteverschillen, zonder beweging, mist iets van de diepte die bij leven hoort.
Dat woord bleef bij mij hangen, juist omdat oppervlakkigheid zoveel meer kan betekenen dan weinig meemaken. Een oppervlakkig gesprek blijft aan de buitenkant. Een oppervlakkige relatie komt nauwelijks voorbij wat veilig en vertrouwd is. Een oppervlakkige gedachte wordt niet verder onderzocht. Je kunt op dezelfde manier naar een leven kijken. Een leven waarin weinig werkelijk wordt doorvoeld, waarin vragen niet te diep hoeven te gaan en waarin we vooral proberen alles overzichtelijk en beheersbaar te houden.
Terwijl ik daarover nadacht, begon ik het woord anders te lezen. Niet omdat Niki het tijdens zijn preek zo uitlegde. Dat deel ontstond later in mijn eigen gedachten.
Opper-VLAK-kig.
Ineens zag ik een landschap voor me, zonder bergen en zonder dalen. Geen steile hellingen waarop je moet zoeken naar houvast en geen diepe stukken waarin het uitzicht even verdwenen is. Tegelijk ook geen bergtop waarop je kunt staan en achterom kunt kijken naar de weg die je hebt afgelegd. Alles ligt op dezelfde hoogte. Veilig, overzichtelijk en voorspelbaar, alleen ook volledig vlak.
We spreken gemakkelijk over de pieken en dalen van het leven alsof het altijd om grote gebeurtenissen moet gaan. Een ernstige ziekte, het overlijden van iemand van wie we houden, een scheiding of het verlies van werk aan de ene kant. Een geboorte, een huwelijk, een bijzondere reis of een groot succes aan de andere kant. Dat zijn onmiskenbaar hoogteverschillen die een landschap voorgoed kunnen veranderen. Toch zit het meeste reliëf veel dichter bij huis. Het zit in een gesprek met je partner over iets wat je mist en waarvan je niet weet hoe de ander zal reageren. In de discussie met een opgroeiend kind dat de wereld anders begint te bekijken dan jij. In een project op je werk waarin je jezelf hebt overschat. In een idee waarvan je overtuigd was en dat uiteindelijk niet blijkt te werken. In iets nieuws proberen terwijl je vooraf niet weet of je er goed in zult zijn.
Zelfs een rustig en gelukkig leven kent zulke hoogteverschillen. Je kunt gezond zijn, een liefdevolle relatie hebben, prettig werk doen, financieel voldoende ruimte ervaren en kinderen hebben met wie het goed gaat. Dat kan een prachtig leven zijn en diepgang vraagt geen rampspoed. We hoeven verdriet niet op te zoeken om te bewijzen dat we werkelijk leven. Toch vraag ik me af wat er gebeurt wanneer werkelijk alles altijd op rolletjes loopt, wanneer we nooit buiten onze comfortzone stappen, nooit iets proberen waarvan de uitkomst onzeker is en nooit een gesprek aangaan waarvan we weten dat het spannend kan worden. Wanneer we ons leven zo zorgvuldig organiseren dat de kans op mislukking steeds kleiner wordt, hoeveel leven organiseren we dan tegelijkertijd weg?
Wie zichzelf uitdaagt, loopt het risico te falen. Wie iets nieuws probeert, kan ontdekken dat hij het niet kan. Wie werkelijk liefheeft, stelt zich ook open voor teleurstelling en uiteindelijk voor verlies. Wie eerlijk spreekt, weet dat een gesprek anders kan verlopen dan gehoopt. Wie een droom probeert te verwezenlijken, accepteert dat dromen ook uiteen kunnen vallen. We kiezen daarmee niet voor het dal, we kiezen voor beweging en accepteren dat beweging ons niet uitsluitend omhoog zal brengen.
Dat onderscheid vind ik belangrijk. Een moeilijk gesprek met je partner aangaan betekent niet dat je problemen in je relatie wilt veroorzaken. Je voert het gesprek juist omdat de relatie belangrijk genoeg is om verder te gaan dan de oppervlakte. Een onderneming beginnen betekent niet dat je wilt mislukken. Je kiest ervoor iets te proberen en accepteert daarmee dat succes niet gegarandeerd is. Je zoekt het dal niet op, je accepteert dat het kan bestaan wanneer je besluit een onbekende weg te nemen.
Andere dalen vragen helemaal niet of we bereid zijn risico te nemen. Een geliefde overlijdt, je gezondheid laat je in de steek of iemand anders neemt een beslissing die jouw leven verandert. De bodem waarvan je dacht dat hij stevig was, blijkt dat opeens niet meer te zijn. De aanleiding ligt buiten jezelf en toch ben jij degene die verder moet met het landschap dat daardoor veranderd is. Juist daar kwam voor mij een andere gedachte uit dezelfde preek terug: God haalt de downs niet weg en brengt de ups niet. Hij geeft je kracht om het leven te leven.
Tijdens dezelfde dienst klonk Opwekking 461, Mijn Jezus, mijn Redder, oorspronkelijk Shout to the Lord. Voor mij past juist dat lied bij deze gedachte. Niet als een belofte dat ieder dal snel achter ons zal liggen of dat geloof voorkomt dat we ooit beneden terechtkomen. Het spreekt mij aan als muziek die vertrouwen en kracht kan dragen wanneer het landschap anders loopt dan ik had gehoopt.
Dat raakt aan iets waarover ik eerder schreef. In Wanneer je gedragen wordt stond het bekende beeld van Footprints in the Sand centraal. Twee paar voetstappen worden op de moeilijkste momenten één paar. De vraag ontstaat waarom God juist toen afwezig leek, waarna het antwoord volgt dat dit de momenten waren waarop Hij droeg. Het dal werd daarmee niet weggehaald. De weg hoefde niet ineens vlak te worden om verder te kunnen gaan.
In een andere blog, ontstaan vanuit dezelfde preek als deze, schreef ik over Heer, ik kom tot U. Over zingen, terwijl ik meestal niet degene ben die uit volle borst meezingt. Over mijn eigen stem die ik tijdens dat lied ineens letterlijk in mijn borst voelde vibreren. Die trilling ontroerde mij en voelde als steun, bijna als een knuffel die van binnenuit kwam. Ook die ervaring veranderde het landschap niet. Ze veranderde iets in het dragen ervan.
Daar komen voor mij die eerdere gedachten en deze nieuwe reflectie bij elkaar. Steun hoeft een dal niet op te vullen en troost hoeft verdriet niet te laten verdwijnen. Gedragen worden betekent niet dat de weg ineens vlak wordt. Het kan juist betekenen dat je voldoende kracht vindt om door te lopen terwijl de weg nog steeds daalt en stijgt. En juist daarom wil ik het landschap ook niet vlak hebben.
Niet omdat ik verlang naar verdriet, verlies of mislukking. Ik zou veel dalen zonder aarzeling aan mij voorbij laten gaan wanneer ik die keuze kreeg. Alleen weet ik ook dat ik mezelf tekort zou doen wanneer ik uit angst voor een mogelijk dal iedere onbekende weg zou vermijden. Een leven met diepgang vraagt voor mij dat ik blijf voelen, nadenken, vragen stellen, liefhebben, proberen en mezelf uitdagen. Dat ik af en toe iets doe waarvan ik niet zeker weet of ik het kan, bereid ben een overtuiging opnieuw te onderzoeken en een gesprek voer dat ik liever zou uitstellen. Dat ik mij laat raken door mensen en gebeurtenissen, ook wanneer ik daarmee accepteer dat geraakt worden niet uitsluitend prettig voelt.
Een piek hoeft daarbij geen overweldigend succes te zijn en een dal hoeft geen levenscrisis te worden. Het kan gaan om kleine bewegingen die alleen zichtbaar zijn voor degene die ze beleeft. Een overwinning op jezelf kan voor een ander nauwelijks iets voorstellen en voor jou voelen als een bergtop. Een teleurstelling die de buitenwereld binnen een dag vergeet, kan jou weken bezighouden. Die hoogteverschillen maken ons leven op zichzelf nog niet diepgaand. Een mens kan veel meemaken en toch aan de oppervlakte blijven. Diepgang ontstaat ook uit wat we met onze ervaringen doen, uit onze bereidheid te voelen wat ze met ons doen, erover na te denken, ervan te leren en ons erdoor te laten veranderen.
Daarmee krijgt dat ene woord uit de preek voor mij steeds meer betekenis. In oppervlakkigheid zie ik inmiddels ook dat vlakke landschap terug, een grijze massa waarin alles ongeveer dezelfde hoogte heeft omdat we zo zorgvuldig hebben geprobeerd ieder risico, iedere onzekerheid en iedere mogelijke teleurstelling buiten de deur te houden. Ik verlang niet naar diepe dalen. Ik verlang wel naar een leven waarin ik niet zo bang ben voor een mogelijk dal dat ik daardoor ook de bergen niet meer beklim.
Wanneer de weg dan toch naar beneden loopt, door mijn eigen keuzes of doordat het leven mij daar onverwacht brengt, hoop ik op de kracht om die weg te blijven gaan. Op mensen die naast mij lopen, op muziek die mij raakt, op een stem die ik zelfs in mijn eigen borst kan voelen en op geloof dat niet belooft dat het landschap vlak wordt, wel vertrouwen kan geven wanneer ik het reliëf ervan niet begrijp.
Uiteindelijk wil ik mijn leven niet vanaf een veilige afstand bekijken. Ik wil het werkelijk leven, met uitzicht en met mist, met klimmen en afdalen, met momenten waarop ik stevig loop en momenten waarop ik gedragen moet worden. Niet voortdurend boven, niet gevrijwaard van beneden, wel bereid om het landschap te blijven bewandelen.
Een leven met reliëf.