Een tijd geleden liep ik langs een veld zonnebloemen. Niet één enkele bloem aan de rand van een tuin, eerder een enorme zee van geel die zich uitstrekte langs het pad. Het was stil op die manier waarop alleen een zomerdag stil kan zijn. Warm, licht, bijna traag. Wat mij opviel, was niet de kleur van de bloemen, eerder de richting waarin ze keken. Allemaal dezelfde kant op. Alsof het veld gezamenlijk ergens naar keek wat belangrijker was dan zichzelf.
Ik bleef staan en maakte een foto.
Op dat moment voelde het beeld vreemd dubbel. Mooi, bijna rustgevend, en tegelijk een beetje eenzaam. Wanneer je naar een veld vol ruggen kijkt, ontstaat gemakkelijk het gevoel dat niemand contact zoekt. Alsof de wereld zich van je afwendt. Alsof iedereen al verbonden is met iets waar jij buiten staat.Later moest ik denken aan de mythe die mensen vaak vertellen over zonnebloemen. Dat zij elkaar opzoeken wanneer het donker wordt. Dat ze naar elkaar draaien zodra de zon verdwenen is. Alsof ze elkaar troost geven in de nacht.
Het blijkt biologisch niet waar te zijn. Jonge zonnebloemen draaien inderdaad mee met de zon. Van oost naar west gedurende de dag, en tijdens de nacht langzaam weer terug richting het oosten. Een voortdurend bewegen naar warmte en licht. Volwassen zonnebloemen stoppen daar grotendeels mee. Zij blijven meestal gericht naar één kant, vaak richting het oosten.
En toch bleef juist die mythe hangen in mijn hoofd. Niet omdat zij feitelijk klopt, eerder omdat mensen blijkbaar willen dat zij waar is. Dat zegt misschien wel iets over onszelf. Mensen verlangen er diep vanbinnen naar dat levende wezens elkaar opzoeken wanneer het donker wordt. Dat warmte niet alleen iets is wat van boven komt, van succes, zekerheid of gelijk krijgen, eerder iets wat ook ontstaat doordat mensen elkaar vasthouden wanneer het licht tijdelijk verdwijnt. Misschien raakt die mythe ons daarom zo sterk. Niet vanwege de wetenschap, eerder vanwege de levensles die wij er zelf in herkennen.
Want jonge zonnebloemen doen eigenlijk iets heel bijzonders. Zij blijven bewegen richting wat hen voedt. Zij houden niet vast aan één richting uit loyaliteit aan gisteren. Zij draaien mee met wat warmte geeft. Bij mensen zie je dat ook in jonge jaren. Kinderen bewegen nog instinctief naar wat hen energie geeft. Nieuwsgierigheid. Veiligheid. Liefde. Verwondering. Verbinding. Zij veranderen zonder schaamte van richting wanneer iets niet meer goed voelt. Alsof bewegen nog een vanzelfsprekend onderdeel van leven is.
Later verandert dat.
Volwassen worden betekent voor veel mensen dat zij een richting vinden. Een identiteit. Een overtuiging. Een manier van leven. Dat heeft iets moois. Wortels geven stabiliteit. Richting geeft houvast. Een mens die nergens voor staat, raakt gemakkelijk verdwaald. Alleen ontstaat onderweg ook een gevaar. Richting kan langzaam verstarren. Alsof volwassenheid betekent dat je niet meer mag veranderen. Alsof betrouwbaarheid inhoudt dat je koste wat kost moet blijven staan waar je ooit bent gaan staan. Veel mensen blijven jarenlang op plekken die ooit warmte gaven, terwijl ze diep vanbinnen voelen dat ze er langzaam kouder worden. In relaties. In werk. In overtuigingen. In omgevingen die ooit voelden als thuis.
Niet omdat daar nog leven zit, eerder omdat veranderen voelt als falen. Terwijl juist iets dat leeft kan bewegen. Misschien ligt daar een les die veel groter is dan een zonnebloemveld langs een wandelpad. Dat het prachtig is om een richting te vinden. Dat het nog moediger is om die richting te verlaten wanneer je voelt dat de warmte verdwenen is. Niet iedere verandering betekent dat eerdere keuzes verkeerd waren. Een mens kan ergens jarenlang oprecht gelukkig zijn geweest en later ontdekken dat het licht verschoven is. Dat is geen verraad aan het verleden. Dat is erkennen dat leven beweegt.
Zouden wij daarom niet meer moeten leven als jonge zonnebloemen?
Niet stuurloos. Niet met iedere wind meewaaiend. Eerder geworteld én beweeglijk tegelijk. In staat om trouw te blijven aan jezelf zonder jezelf op te sluiten in een oude versie van wie je ooit was. En toen dacht ik opnieuw aan dat veld vol bloemen. Misschien keek ik daar aanvankelijk verkeerd naar. Een veld vol ruggen hoeft geen beeld van verlatenheid te zijn. Niet iedere rug betekent afwijzing. Soms staan mensen naast elkaar terwijl ze samen naar hetzelfde licht kijken. Verbondenheid ontstaat niet alleen doordat mensen elkaar voortdurend aankijken. Veel verbondenheid ontstaat juist zij aan zij. Samen gericht op dezelfde warmte. Hetzelfde verlangen. Hetzelfde licht aan de horizon.
En juist daarin zit de mooiste les van de zonnebloem verborgen:
Groei op als een zonnebloem, maar vooral blijf leven als een jonge zonnebloem.