We zeggen het opvallend gemakkelijk tegen iemand die ergens mee worstelt: je moet het loslaten. Vaak wordt het met de beste bedoelingen gezegd, vanuit de gedachte dat het leven lichter wordt wanneer we niet eindeloos blijven vasthouden aan wat gebeurd is. Zelf weten we meestal ook wel wanneer iets voorbij is. Een relatie is beëindigd, iemand van wie we hielden is overleden, een vriendschap is verdwenen, een conflict zal nooit worden opgelost zoals we ooit hoopten of een gebeurtenis heeft een plek gekregen in een verleden dat we niet meer kunnen veranderen. Ons verstand begrijpt dat vaak eerder dan ons gevoel en ergens tussen die twee bevindt zich volgens mij een veel ingewikkelder vorm van loslaten dan die paar woorden doen vermoeden.
Een eenvoudig beeld zette mij daarover aan het denken. Stel je voor dat je een steen in je hand houdt. Je vingers zitten er stevig omheen en je voelt het gewicht ervan. Wanneer je besluit die steen los te laten, kun je je vingers openen terwijl je handpalm naar boven blijft wijzen. Je houdt de steen dan letterlijk niet meer vast. Je vingers zijn ontspannen, de kramp is verdwenen en toch ligt diezelfde steen nog altijd op je hand. Zijn gewicht is geen gram minder geworden en zolang je je hand onder hem houdt, blijf jij degene die hem draagt.
Je kunt je hand ook omdraaien en vervolgens je vingers openen. Dan gebeurt er iets wezenlijk anders. De steen valt uit je hand en vanaf dat moment draag je zijn gewicht niet meer.
Dat verschil vind ik fascinerend, omdat het volgens mij dicht in de buurt komt van wat wij in ons leven regelmatig doen. We zeggen dat we iets hebben losgelaten en menen dat ook werkelijk. We hebben geaccepteerd dat een situatie niet meer verandert en proberen niet langer terug te krijgen wat verloren is gegaan. We begrijpen dat het leven verdergaat en kunnen dat zelfs hardop uitspreken. In zekere zin hebben we onze vingers daadwerkelijk geopend. Toch kan datgene wat we hebben losgelaten nog iedere dag met ons meegaan, doordat onze hand er ongemerkt onder is blijven liggen.
Dat kan gebeuren wanneer een liefde eindigt. Je weet dat de relatie voorbij is en hebt aanvaard dat de toekomst die je samen voor je zag er niet meer komt. Tegelijkertijd kan die ander nog een groot deel van je gedachten vullen. Je vraagt je af hoe het met diegene gaat, verlangt naar het contact dat ooit vanzelfsprekend was of zoekt kleine momenten waarop de oude verbondenheid nog even voelbaar wordt. Je hebt de relatie losgelaten en draagt tegelijkertijd nog het gemis ervan.
Bij het overlijden van iemand van wie we houden kan iets vergelijkbaars gebeuren, al voelt het verlies vanzelfsprekend anders. We weten dat iemand niet terugkomt en hoeven onszelf die werkelijkheid na verloop van tijd niet meer uit te leggen. Toch kan rouw lang een gewicht blijven dat overal mee naartoe gaat. Dat betekent niet dat iemand verkeerd rouwt of onvoldoende in staat is om verder te leven. Het laat vooral zien dat accepteren en niet meer dragen verschillende processen kunnen zijn.
Hetzelfde kan gelden voor een oude ruzie, een teleurstelling, een gemiste kans of iets wat iemand ons jaren geleden heeft aangedaan. We kunnen allang besloten hebben dat we verder willen en toch merken dat een nieuwe gebeurtenis de oude boosheid onmiddellijk weer naar boven haalt. Kennelijk lag die steen nog ergens op onze hand, ook al waren onze vingers allang open.
Daar begint voor mij de interessantere vraag. Waarom houden we onze hand onder iets waarvan we zelf zeggen dat we het hebben losgelaten?
Waarschijnlijk ligt een deel van het antwoord in de betekenis die de steen voor ons heeft. We denken bij gewicht al snel aan iets negatiefs, terwijl dat lang niet altijd zo hoeft te zijn. Een steen kan ook iets vertegenwoordigen wat ons ooit veiligheid gaf. Een liefde waarin we ons gezien voelden, een mens bij wie we thuis konden komen, een vriendschap die jarenlang vanzelfsprekend was of een toekomst waarvan we overtuigd waren dat die op ons lag te wachten. Wanneer dat verdwijnt, verliezen we niet alleen de feitelijke situatie. We verliezen ook een deel van de zekerheid, warmte en vertrouwdheid die ermee verbonden waren.
Dan wordt het begrijpelijker waarom een mens zijn hand niet zomaar omdraait.
Want wanneer de steen valt, verdwijnt niet alleen het gewicht. Voor ons gevoel kan het lijken alsof we ook iets anders laten verdwijnen. De laatste hoop op herstel, het gevoel van verbondenheid, de nabijheid van iemand die we missen of zelfs de boosheid waarmee we onszelf eraan herinneren dat ons ooit onrecht is aangedaan. We kunnen pijn jarenlang met ons meedragen en gaandeweg vergeten dat die pijn ook een verbinding in stand houdt met hetgeen we verloren hebben.
Dat maakt de woorden je moet het loslaten ineens een stuk minder eenvoudig.
Iemand die een dierbare heeft verloren, kan zich bijvoorbeeld schuldig voelen wanneer het leven weer leuk begint te worden. Alsof lachen en genieten iets zeggen over de liefde die er was. Iemand die na een verbroken relatie opnieuw verliefd wordt, kan ontdekken dat een deel van hem nog terugkijkt naar wat verloren ging. Niet noodzakelijk vanuit de wens om terug te keren, wel doordat een belangrijk hoofdstuk uit het leven niet ophoudt betekenis te hebben zodra een relatie eindigt. Zelfs boosheid kan zo werken. Wie lang boos is geweest over wat een ander heeft gedaan, kan het gevoel krijgen dat het loslaten van die boosheid bijna hetzelfde is als zeggen dat het allemaal niet zo belangrijk was.
Daar zit volgens mij een misverstand dat werkelijk loslaten zo moeilijk kan maken. We kunnen denken dat wanneer we het gewicht laten vallen, ook de betekenis verdwijnt.
Terwijl een herinnering niet zwaar hoeft te blijven om waardevol te zijn.
Iemand die overleden is, hoeft niet uit ons leven te verdwijnen doordat de rouw op een dag minder zwaar wordt. Een liefde hoeft niet minder echt te zijn geweest wanneer we niet langer verlangen naar degene met wie we die liefde deelden. Een ervaring die ons pijn heeft gedaan, hoeft niet vergeten te worden wanneer we besluiten dat zij onze volgende keuzes niet langer bepaalt. We kunnen bewaren wat iets voor ons heeft betekend zonder voortdurend het gewicht ervan te blijven dragen.
Dat klinkt eenvoudig wanneer je het opschrijft. In een werkelijk mensenleven gaat het zelden zo netjes. We draaien onze hand niet op een willekeurige dinsdag om en ontdekken vervolgens dat alles wat jarenlang zwaar voelde verdwenen is. Loslaten heeft zijn eigen tijd nodig en waarschijnlijk pakken we een steen die we ooit hebben laten vallen af en toe zelfs weer op. Een liedje kan voldoende zijn, een geur, een foto, een verjaardag of een onverwachte ontmoeting. Ineens voelen we opnieuw wat ooit zo dichtbij was en merken we dat iets wat een rustige plaats had gekregen nog steeds in staat is ons te raken.
Dat hoeft volgens mij niets af te doen aan het loslaten. Het verschil zit uiteindelijk niet in de vraag of iets ons ooit nog raakt. Het verschil zit veel meer in de plaats die het in ons dagelijks leven inneemt en in de vraag of wij het gevoel hebben dat we het voortdurend moeten blijven dragen.
Daarom ben ik anders gaan kijken naar die eenvoudige uitspraak dat iemand iets moet loslaten. Mogelijk heeft die persoon zijn vingers allang geopend. Mogelijk is het echte werk op dat moment pas begonnen, omdat hij moet ontdekken waarom zijn hand nog onder de steen ligt. Wat probeert hij te bewaren? Waar is hij bang voor wanneer het gewicht verdwijnt? Welke betekenis heeft hij verbonden aan het blijven dragen? En zou die betekenis ook kunnen blijven bestaan wanneer de steen uiteindelijk uit zijn hand valt?
Dat zijn vragen waarop niemand voor een ander het antwoord kan geven. We kunnen iemand niet vertellen wanneer de tijd gekomen is om zijn hand om te draaien. We kunnen hooguit bij onszelf onderzoeken wat we nog met ons meedragen en waarom.
Want loslaten blijkt uiteindelijk veel meer te zijn dan onze vingers openen.
Het vraagt dat we op een dag durven vertrouwen op het idee dat hetgeen werkelijk waardevol was niet samen met het gewicht op de grond valt. Liefde kan blijven zonder voortdurend gemis. Een herinnering kan blijven zonder dagelijks verdriet. Een levensles kan blijven zonder de pijn die haar ooit heeft veroorzaakt. Wat gebeurd is blijft onderdeel van wie we zijn geworden, ook wanneer we besluiten dat we het niet langer overal mee naartoe hoeven te nemen.
En ik denk dat dat de werkelijke kunst van loslaten is….. Niet vergeten wat geweest is en ook niet ontkennen hoeveel iets voor ons betekende, wel op een dag ontdekken dat onze hand nog steeds onder een steen ligt die we allang niet meer vasthouden.
Dan kunnen we onze hand omdraaien om onszelf toestemming te geven het gewicht ervan niet langer te dragen.