Een man die ik begeleidde in mijn coachingspraktijk vertelde me over zijn zoon. Een intelligente jongen die al langere tijd vastliep en voor wie professionele ondersteuning was georganiseerd. Zijn dagelijks functioneren werd steeds ingewikkelder, gewone dingen kostten hem meer moeite en de mensen om hem heen probeerden te begrijpen wat hij nodig had om weer verder te kunnen.
Rond zo’n jongen ontstaat al snel een systeem van mensen die allemaal iets zien. Ouders, familieleden, school, begeleiders en andere professionals kijken vanuit hun eigen positie naar hetzelfde kind. Geen van hen ziet precies hetzelfde. Een jongen gedraagt zich thuis anders dan op school, laat bij de ene ouder andere dingen zien dan bij de andere en toont tegenover een professional opnieuw een ander deel van zichzelf. Juist de verschillen tussen die waarnemingen kunnen iets vertellen over wat er met hem gebeurt.
De organisatie die hem begeleidde omschreef haar benadering als systemisch sensitief. Die woorden bleven bij mij hangen toen deze man zijn verhaal vertelde. Hij wilde vanaf het begin graag met de professionals praten. Hij dacht niet dat hij precies wist wat er met zijn zoon aan de hand was en wilde evenmin voorschrijven hoe de begeleiding eruit moest zien. Hij kende zijn zoon vanuit een deel van diens leven dat anderen niet zagen en wilde vertellen wat hem daarin opviel.
Er kwam een gesprek met een begeleider. Het contact was prettig, alleen bleef het volgens hem te veel aan de oppervlakte om werkelijk te onderzoeken wat hij zag en waarom hij bepaalde ontwikkelingen belangrijk vond. Hij bleef daarom vragen om een uitgebreider inhoudelijk gesprek en dat gesprek kwam lange tijd niet.
Later sprak hij iemand binnen de organisatie die naast een leidinggevende verantwoordelijkheid ook gedragsdeskundige was. Tijdens dat gesprek voelde hij zich voor het eerst werkelijk begrepen. De betekenis van verschillende posities rondom een kind werd besproken en ook zijn plaats binnen dat geheel werd erkend. Zijn perspectief deed ertoe, juist omdat niemand vanuit één positie het hele systeem kan overzien. Hij ging opgelucht naar huis en verwachtte dat die erkenning ook zichtbaar zou worden in het vervolg. Alleen veranderde er daarna weinig.
Toen hij bij mij kwam, was zijn zoon niet de reden voor zijn coaching. Hij liep vast in zijn werk. Zijn irritatie liep sneller op, hij bleef langer hangen in situaties die hem dwarszaten en merkte dat hij moeite had om zaken los te laten wanneer hij vond dat ze niet goed werden opgepakt. Daar wilde hij iets mee, omdat het hem energie kostte en hij merkte dat het zijn functioneren begon te beïnvloeden.
In onze gesprekken zochten we naar wat daaronder zat. Welke situaties raakten hem, waarom bleven juist die situaties zo lang in zijn hoofd zitten en waar kwam zijn sterke behoefte vandaan om zaken uit te leggen, te onderbouwen en recht te zetten? Zo kwamen we vanzelf bij wat er rond zijn zoon speelde. Daar bleek hetzelfde patroon inmiddels veel sterker aanwezig. Hij was steeds meer tijd kwijt aan berichten schrijven, gebeurtenissen reconstrueren en opnieuw uitleggen waarom hij gehoord wilde worden. De zorgen om zijn zoon namen vanzelfsprekend ruimte in, alleen zat een belangrijk deel van zijn onrust in het gevoel dat hij voortdurend aandacht moest blijven vragen voor iets waarvan hij dacht dat het vanzelfsprekend onderdeel van de begeleiding zou zijn.
Vanaf dat moment werd deze situatie onderdeel van onze coaching. We onderzochten niet hoe de begeleiding van zijn zoon eruit moest zien; we onderzochten wat het proces met hém deed. Zijn berichten waren langer geworden, hij was gebeurtenissen steeds nauwkeuriger gaan vastleggen en zijn formuleringen werden steviger. Hij herkende zichzelf steeds minder in de manier waarop hij communiceerde. Toch voelde stoppen voor hem ook niet als een mogelijkheid, omdat daarmee naar zijn idee precies het perspectief zou verdwijnen waarvoor hij al zo lang aandacht probeerde te krijgen.
Uiteindelijk kwam daar een veel persoonlijkere vraag onder vandaan:
Waarom word ik steeds bozer terwijl ik eigenlijk alleen gehoord wil worden?
Die vraag is interessant, omdat zijn boosheid gemakkelijk als een afzonderlijk probleem kan worden bekeken. Tegen die tijd schreef hij lange berichten, legde hij gebeurtenissen uitgebreid vast en herhaalde hij argumenten die hij eerder ook al had genoemd. Zijn frustratie was zichtbaar geworden in zijn communicatie en daarvoor bleef hij zelf verantwoordelijk. Tegelijk vertelt gedrag ook iets over de weg die eraan voorafging.
De kritische vader die de organisatie uiteindelijk tegenover zich zag, was volgens hem een andere man dan degene die zich aan het begin van de begeleiding had gemeld. In de tussenliggende periode had hij gevraagd om gehoord te worden, ervaren dat dit onvoldoende gebeurde, opnieuw aandacht gevraagd, erkenning gekregen voor het belang van zijn perspectief en vervolgens gezien dat daar weinig uit voortkwam. Zijn communicatie veranderde mee met die ervaring.
Daar begint voor mij de betekenis van systemische sensitiviteit. Wie sensitief wil zijn voor een systeem kijkt verder dan afzonderlijke personen en losse gebeurtenissen. Relaties, interacties en voorgeschiedenis bepalen mede wat mensen doen en hoe zij op elkaar reageren. Wat de één doet, beïnvloedt de ander, waarna diens reactie opnieuw iets teweegbrengt. Zo ontstaat een dynamiek waarin gedrag betekenis krijgt door de context waarin het is ontstaan.
Vanuit dat perspectief vertelt de boosheid van deze vader meer dan uitsluitend iets over zijn vermogen om zijn toon te beheersen. De leidinggevende, een gedragsdeskundige, had zijn manier van communiceren op enig moment als respectloos gekwalificeerd. Dat raakte hem, vooral omdat daarmee volgens hem het zicht verdween op de ontwikkeling die eraan vooraf was gegaan.
Juist vanuit gedragskundig perspectief is die ontstaansgeschiedenis relevant. Veranderend gedrag heeft een context. Er hebben ervaringen plaatsgevonden, verwachtingen zijn ontstaan, teleurstellingen hebben zich opgestapeld en eerdere manieren om iets onder de aandacht te krijgen hebben kennelijk onvoldoende opgeleverd. Wie alleen naar de uiteindelijke gedraging kijkt, ziet het resultaat en mist een deel van het proces dat eraan voorafging.
Gedrag begrijpen betekent niet gedrag goedkeuren. Die twee zaken kunnen uitstekend naast elkaar bestaan. Iemand blijft verantwoordelijk voor de woorden die hij kiest, terwijl de omgeving waarin die woorden steeds harder zijn gaan klinken eveneens onderwerp van onderzoek blijft.
Tijdens onze gesprekken kwam daardoor een tweede vraag steeds nadrukkelijker naar voren. De vader maakte zich zorgen over wat zijn beperkte betrokkenheid betekende voor de begeleiding van zijn zoon. Zijn eigen frustratie was inmiddels zichtbaar, terwijl de oorspronkelijke reden waarom hij wilde worden gehoord nog altijd dezelfde was: hij beschikte over waarnemingen vanuit een deel van het leven van zijn zoon dat anderen niet op dezelfde manier konden zien.
Daarmee verschoof voor mij het zwaartepunt van het verhaal.
Gehoord worden is iets anders dan gelijk krijgen.
Deze vader kon zich vergissen. Zijn observaties konden onvolledig zijn en zijn persoonlijke geschiedenis beïnvloedde onvermijdelijk zijn blik. Liefde, angst, teleurstelling en verwachtingen kleuren hoe wij naar onze kinderen kijken. Precies hetzelfde principe geldt voor ieder ander die rondom een kind staat. Iedere ouder kijkt vanuit een eigen geschiedenis, iedere begeleider vanuit opleiding, ervaring en professionele overtuigingen. Een kind laat in verschillende omstandigheden verschillende kanten van zichzelf zien en ook een professionele waarneming ontstaat vanuit een bepaald perspectief.
Het probleem is daarom niet dat informatie gekleurd is. Alle informatie is gekleurd. De kwaliteit ontstaat juist door verschillende perspectieven naast elkaar te leggen, verschillen serieus te onderzoeken en het eigen beeld voortdurend te blijven toetsen.
Wie onvoldoende kleuren ophaalt, ziet nooit het juiste beeld.
Dat krijgt extra gewicht wanneer een kind serieus vastloopt. Professionele begeleiding wordt opgebouwd vanuit informatie. Gesprekken, observaties, gedrag, ervaringen en interpretaties vormen samen een beeld, waarna keuzes worden gemaakt over wat een kind nodig heeft. Wanneer een relevant deel van het systeem gedurende langere tijd nauwelijks inhoudelijk wordt bevraagd, ontbreekt informatie die dat beeld had kunnen aanvullen, nuanceren of tegenspreken en zelfs bevestigen.
De professional bepaalt vervolgens welk gewicht die informatie krijgt. Een vader kan uitgebreid worden gehoord en toch kan de conclusie zijn dat bepaalde observaties weinig betekenis hebben voor de begeleiding. Dat is een professionele afweging. Informatie nauwelijks ophalen is wezenlijk iets anders, omdat de mogelijkheid om haar zorgvuldig te wegen daarmee verdwijnt.
Daar raakt deze coachingsvraag aan iets groters dan de frustratie van één vader. Systemische sensitiviteit krijgt pas inhoud wanneer het besef dat rondom een mens een systeem bestaat ook gevolgen heeft voor de manier waarop je handelt. Het vraagt belangstelling voor relevante stemmen binnen dat systeem, aandacht voor afwijkende perspectieven en nieuwsgierigheid naar de dynamiek die ontstaat wanneer mensen elkaar beïnvloeden.
Juist wanneer iemand lastig wordt, wordt zichtbaar hoeveel die sensitiviteit werkelijk waard is. Een rustige vader die vriendelijk vraagt of hij zijn verhaal mag vertellen, vraagt weinig van de professional tegenover hem. Een gefrustreerde vader die opnieuw terugkomt op hetzelfde onderwerp en inmiddels scherpe woorden gebruikt, doet een groter beroep op professioneel vermogen. Zijn toon kan begrensd worden en tegelijkertijd blijft de vraag relevant wat zijn gedrag vertelt over de persoon én over de interactie waarvan hij onderdeel is.
Daar zit voor mij de paradox in dit verhaal. De stem die aanvankelijk onvoldoende inhoudelijk werd opgehaald, werd uiteindelijk vooral hoorbaar door de toon waarop zij protesteerde tegen het feit dat zij zich niet gehoord voelde. Vanaf dat moment dreigde de toon het onderwerp te worden en raakte de oorspronkelijke boodschap verder uit beeld.
We doen dat vaker. Onze aandacht gaat gemakkelijk naar gedrag dat zichtbaar en lastig wordt. Een collega reageert boos, een leerling werkt niet meer mee, een partner trekt zich terug, een burger gaat steeds harder protesteren of een ouder begint lange berichten te schrijven. Het gedrag springt in het oog en nodigt uit tot een oordeel over degene die het vertoont.
Een systemische blik stelt daar een andere vraag naast:
Wat is er tussen ons gebeurd?
Die vraag ontslaat niemand van verantwoordelijkheid. Zij voorkomt wel dat we gedrag losmaken van de context waarin het is ontstaan. Juist daarin ligt voor mij de waarde van systemische sensitiviteit: gedrag zien als iets van een persoon én als iets dat plaatsvindt binnen relaties, verwachtingen, gebeurtenissen en reacties van anderen.
Voor hemzelf lag daar uiteindelijk ook een opdracht. Hij had geen invloed op de bereidheid van anderen om naar hem te luisteren, wel op de manier waarop hij zelf wilde blijven communiceren. We onderzochten het verschil tussen volhouden en verharden. Hij hoefde niets af te doen aan wat hij belangrijk vond en kon tegelijkertijd voorkomen dat zijn frustratie steeds meer ging bepalen wie hij in het contact werd. Hij kon zijn perspectief helder blijven benoemen, verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen woorden en de verantwoordelijkheid voor wat anderen vervolgens met zijn informatie deden ook daadwerkelijk bij hen laten.
Vasthouden aan wat voor jou belangrijk is, vraagt niet dat je jezelf verliest in de strijd om gehoord te worden.
Na onze gesprekken bleef vooral de oorspronkelijke aanleiding bij mij hangen. Dit verhaal begon niet met een boze vader. Het begon met een jongen die vastliep en met volwassenen die probeerden te begrijpen wat hij nodig had. Daar hoort de aandacht uiteindelijk steeds naar terug te keren.
Wanneer een kind afhankelijk is van volwassenen die informatie verzamelen, interpreteren en beslissingen nemen, vraagt goede begeleiding om een voortdurend onderzoek van het eigen beeld. Relevante informatie verdient aandacht, ook wanneer die informatie afwijkt van wat al bekend is en ook wanneer degene die haar aandraagt inmiddels moeilijker is geworden in de communicatie.
Systemisch sensitief zijn betekent voor mij dat je nieuwsgierig blijft naar wat een stem over het systeem vertelt, juist wanneer de manier waarop zij klinkt je steeds minder bevalt.
Wanneer iemand steeds harder gaat praten, vragen we ons gemakkelijk af waarom diegene niet wat rustiger kan praten. De interessantere vraag is wanneer wij voor het laatst werkelijk hebben geluisterd.