Een tijd geleden raakte ik in gesprek met de moeder van Frank. Hij was kort daarvoor jarig geweest en zijn verjaardag was gevierd in een restaurant. Ze vertelde over het etentje, over de familie die erbij was geweest en over hoe zo’n verjaardag verloopt wanneer degene die jarig is een zware verstandelijke beperking heeft. Het was aanvankelijk gewoon een gesprek over een verjaardag, totdat ze iets vertelde waar ik later nog regelmatig aan moest denken. Want hoewel mensen speciaal voor Frank naar zijn verjaardag kwamen, betekende dat kennelijk niet automatisch dat hun aandacht ook daadwerkelijk naar hem ging.
Sommige bezoekers kwamen binnen, gingen zitten en raakten vooral met zijn ouders of met andere aanwezigen in gesprek. Ze dronken iets, praatten met elkaar en hadden ongetwijfeld een gezellige middag, terwijl Frank zelf nauwelijks een blik kreeg. Zijn moeder vertelde het niet op een manier alsof ze een aanklacht wilde formuleren. Ze constateerde vooral wat ze zag en vertelde vervolgens dat er ook familieleden waren bij wie het heel anders ging. Een aantal van hen werkt in de zorg en is gewend contact te maken met mensen met een verstandelijke beperking. Zij zochten Frank juist wel op, maakten contact met hem en gaven hem aandacht. Niet omdat ze op dat moment zorgprofessional waren, gewoon omdat ze familie waren en beseften wie die dag eigenlijk centraal stond. Frank was tenslotte jarig.
Ik vond dat verschil opvallend, omdat het iets zichtbaar maakt wat veel verder gaat dan deze ene verjaardag. We kunnen ergens aanwezig zijn zonder werkelijk aanwezig te zijn bij de persoon voor wie we gekomen zijn. Dat hoeft helemaal geen onverschilligheid te zijn. Wanneer iemand niet op de gebruikelijke manier communiceert, kan onzekerheid gemakkelijk een rol spelen. Wat zeg je tegen iemand als je niet weet hoeveel daarvan wordt begrepen? Hoe maak je contact wanneer je niet kunt terugvallen op een gewoon gesprek? Hoe reageer je wanneer de reactie die je krijgt anders is dan je gewend bent? Het is begrijpelijk dat mensen dan gemakkelijker het gesprek zoeken met degene naast hem. Daar weten we immers wat van ons wordt verwacht.
Toch zit daar ook iets ongemakkelijks in. Onze eigen onzekerheid kan ertoe leiden dat degene bij wie we op bezoek zijn uiteindelijk degene wordt met wie we het minste contact hebben. Terwijl contact helemaal niet altijd uit een gesprek hoeft te bestaan. Het kan zitten in naar iemand toe gaan, kijken, reageren, een hand aanraken wanneer iemand dat prettig vindt of gewoon proberen een moment te delen. Het vraagt vooral dat we bereid zijn ons eigen vertrouwde idee van contact even los te laten en aandacht te hebben voor de manier waarop de ander aanwezig is.
Terwijl zijn moeder verder vertelde, kreeg het gesprek een andere laag. Ze sprak over wat Frank voor haar betekent en hoeveel liefde en vreugde hij in haar leven heeft gebracht. Dat raakte me, juist omdat we het leven met een zwaar gehandicapt kind gemakkelijk bekijken vanuit alles wat het vraagt. We zien de zorg die nodig is, de afhankelijkheid, de beperkingen en de praktische gevolgen voor een gezin. We denken aan alles wat iemand niet zelfstandig kan en aan alles wat ouders hun leven lang moeten organiseren. Dat is allemaal onderdeel van de werkelijkheid, alleen vertelde zijn moeder op dat moment over een ander deel van diezelfde werkelijkheid. Zij vertelde niet wat Frank van haar vroeg. Zij vertelde wat zij van Frank kreeg.
Ze zei dat ze blij met hem was en dat hij haar zoveel had gegeven. Als ze haar leven opnieuw mocht doen, zou ze opnieuw voor Frank kiezen. Juist de vanzelfsprekendheid waarmee ze dat vertelde vond ik mooi. Het klonk niet als een poging om een moeilijk leven mooier voor te stellen dan het is. Het was de stem van een moeder die haar zoon kent, die weet wat zijn aanwezigheid van haar vraagt en die tegelijkertijd weet hoeveel zijn aanwezigheid haar heeft gebracht. Dat zijn twee werkelijkheden die naast elkaar kunnen bestaan zonder dat de ene de andere hoeft weg te drukken.
Op een gegeven moment kwam ook muziek ter sprake. Frank houdt onder andere van Jannes en Frans Bauer. Dat gesprek maakte mij nieuwsgierig naar iets wat vaker wordt opgemerkt rond mensen met een verstandelijke beperking: de populariteit van Nederlandstalige volksmuziek en het levenslied. Natuurlijk bestaat er niet zoiets als dé muzieksmaak van mensen met een verstandelijke beperking. Net als ieder ander hebben zij hun eigen voorkeuren en luisteren ook miljoenen mensen zonder beperking graag naar Jannes, Frans Bauer, André Hazes of andere artiesten uit dat genre. Toch lijkt het levenslied eigenschappen te hebben die muziek bijzonder toegankelijk kunnen maken.
De melodieën zijn vaak herkenbaar, het ritme is duidelijk en refreinen keren terug. Ook de emotie wordt meestal niet ingewikkelder gemaakt dan nodig is. Liefde mag liefde zijn, verdriet klinkt als verdriet en wanneer er iets te vieren valt, mag de muziek gewoon vrolijk zijn. Onderzoek naar muziekbeleving bij mensen met een verstandelijke beperking biedt aanwijzingen dat duidelijke ritmes, herhaling, herkenning en emotioneel toegankelijke muziek kunnen uitnodigen tot luisteren, bewegen en meedoen. Dat verklaart niet waarom Frank van Jannes of Frans Bauer houdt en het betekent evenmin dat iedere persoon met een verstandelijke beperking dezelfde muziek waardeert. Het zegt wel iets over de kracht van muziek die weinig barrières opwerpt tussen wat er wordt gespeeld en wat iemand kan ervaren.
Sinds dat gesprek ben ik ook anders gaan kijken naar het woord levenslied. We gebruiken het voor een genre waar cultureel nog weleens wat neerbuigend over wordt gedaan. Het zou eenvoudig en voorspelbaar zijn en weinig verfijning bevatten. Tegelijkertijd zingen juist die liedjes over onderwerpen waar vrijwel ieder mensenleven uiteindelijk om draait: liefde en verdriet, verlangen en eenzaamheid, vreugde, verlies en de behoefte ergens bij te horen. De vorm kan eenvoudig zijn terwijl hetgeen wat ermee wordt geraakt dat allerminst is.
Daarmee kwam ik in gedachten vanzelf weer terug bij Frank en zijn moeder. Want eigenlijk vertelde zij mij ook een levenslied, alleen zonder muziek. Haar verhaal ging over liefde, over vreugde en over de betekenis die de ene mens voor de andere kan hebben. Het ging tegelijkertijd over mensen die dichtbij kunnen staan en toch op afstand blijven, en over anderen die eenvoudigweg proberen contact te maken. Het liet zien hoe weinig menselijke waarde zich laat uitdrukken in opleiding, werk, zelfstandigheid, intelligentie of het vermogen een gesprek te voeren zoals wij dat gewend zijn.
We verbinden waarde gemakkelijk aan wat iemand kan. We kijken naar zelfstandigheid, communicatie en naar wat iemand zichtbaar bijdraagt aan zijn omgeving. Bij iemand als Frank valt daardoor al snel op wat niet mogelijk is. Het verhaal van zijn moeder draaide die blik ongemerkt om. Zij vertelde niet over wat haar zoon niet kan, zij vertelde over wat hij brengt. Voor haar waren dat liefde, vreugde en een leven waarvan zij, met alle zorg die daarbij hoort, zegt dat ze er opnieuw voor zou kiezen.
Die gedachte bleef voor mij verbonden met zijn verjaardag. Want als iemand voor ons van waarde is, begint dat uiteindelijk met de bereidheid hem ook werkelijk te zien. Dat geldt niet alleen voor iemand met een verstandelijke beperking. Ook in ons dagelijks leven kunnen we tegenover iemand zitten terwijl onze aandacht ergens anders is. We kunnen over iemand praten terwijl die persoon naast ons zit en we kunnen automatisch degene opzoeken met wie contact het gemakkelijkst verloopt. Juist bij iemand die zelf minder gemakkelijk onze wereld binnenstapt, ligt er een verantwoordelijkheid om te proberen een stukje zijn wereld binnen te gaan.
Daarom bleef het verhaal over die verjaardag bij mij hangen. Mensen waren voor Frank gekomen en toch waren niet alle mensen werkelijk bij Frank geweest. Ik schrijf dat niet als verwijt aan degenen die het moeilijk vinden contact met hem te maken. Ik zie het eerder als een uitnodiging om na te denken over wat aandacht eigenlijk betekent. Je hoeft niet altijd te weten wat je moet zeggen. Je hoeft niet precies te begrijpen wat er in een ander omgaat. Je hoeft zelfs niet zeker te weten hoeveel iemand van jouw woorden begrijpt. Aandacht kan al beginnen met het besluit dat degene die voor je zit de moeite waard is om tijd aan te geven.
En daarmee kwam uiteindelijk ook de titel van deze blog vanzelf dichterbij. Heb je even voor mij? is een bekend levenslied van Frans Bauer. Ik koos die titel aanvankelijk vanwege het gesprek over muziek en de bijzondere plek die het levenslied voor veel mensen heeft. Hoe langer ik over die woorden nadacht, hoe meer ze voor mij ook gingen vertellen waar het gesprek met de moeder van Frank werkelijk over ging. Want aandacht vraagt lang niet altijd om grote woorden of bijzondere vaardigheden. Vaak begint het veel eenvoudiger, met even tijd vrijmaken en proberen werkelijk bij iemand te zijn.
Heb je even voor mij?
Op de verjaardag van Frank zou het eigenlijk geen vraag hoeven zijn. Wie voor hem komt, kan ook even bij hem komen.