Mensen zijn geen industrie

Waarom het debat over Asiel menselijk en feitelijk moet blijven…..

In het politieke debat over asiel duikt steeds vaker een woord op dat schuurt: asielindustrie. Niet omdat het duidt op zakelijk gewin – daar gaat het hier niet om – maar omdat het een fundamenteel ontmenselijkende term is. Alsof mensen die vluchten voor oorlog, onderdrukking of geweld geen individuen meer zijn met verhalen en rechten, maar grondstoffen in een systeem dat “draait”. Alsof hun bestaan en hun recht op bescherming slechts een logistiek probleem vormen in een efficiëntiediscussie.

Het gebruik van zulke termen zegt veel over hoe we als samenleving omgaan met kwetsbaarheid. Door mensen te reduceren tot een ‘proces’ of ‘onderdeel van een keten’, verliezen we iets essentieels: empathie. En zodra empathie verdwijnt, wordt het pijnlijk gemakkelijk om onjuistheden te verspreiden – zelfs vanaf de Kamerbankjes.

Wat werd er gezegd?

Onlangs deed Kamerlid Claudia van Zanten (BoerBurgerBeweging) uitspraken over ouders van asielkinderen die “nee niet accepteren” en eindeloos in bezwaar en beroep zouden gaan. Ze sprak over “oneindige procedures” die de asielketen zouden verstoppen, en stelde dat het maar in “heel weinig gevallen” tot verblijf leidt.

De impliciete boodschap: deze mensen zijn eigenwijs, rekken het systeem, en maken misbruik van onze rechtspraak. Dat beeld is niet alleen onrechtvaardig, het klopt feitelijk niet.

Wat zeggen de feiten?

De procedures in Nederland zijn strikt. Een asielzoeker kan één keer bezwaar en één keer beroep aantekenen. Wil iemand een nieuwe asielaanvraag indienen, dan mag dat alleen bij nieuwe relevante feiten of omstandigheden – iets wat door de IND streng getoetst wordt. “Oneindige procedures” bestaan dus simpelweg niet.

Toch worden sommige zaken pas na jaren beslist. Niet omdat iemand het systeem ‘rekt’, maar omdat het systeem zélf traag is. Denk aan IND-wachttijden, juridische drukte, of het feit dat ook de IND regelmatig zélf in hoger beroep gaat – wat procedures verlengt, soms met jaren.

En dan die bewering dat het zelden tot een verblijfsvergunning leidt? Ook die blijkt onjuist. In 2023 werden 1.390 herhaalde asielaanvragen ingediend, waarvan er 480 werden ingewilligd. Dat is een slagingspercentage van ongeveer 35 procent. In opvangprogramma’s zoals de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) ligt dat percentage zelfs rond de 70 tot 80 procent.

Dat zijn geen “uitzonderingen” of “zelden succesvolle gevallen”. Dat zijn honderden mensen die wél degelijk recht hadden op bescherming – maar dat pas via een lange, moeizame weg erkend kregen.

Waarom dit ertoe doet

Beleid maken begint met taal. Hoe we praten over mensen bepaalt hoe we naar hen kijken. Woorden als industrie, rekken, keten of stroom maken het makkelijker om de menselijke maat los te laten. Ze verdoezelen dat we praten over gezinnen, kinderen, mensen met trauma’s, hoop en angst. En als die taal zich vermengt met onjuiste aannames, wordt het debat niet alleen harder – het wordt ook oneerlijker.

Een oproep tot menselijke politiek

Juist in een tijd van druk op het asielstelsel, van woningnood en personeelstekorten, is het verleidelijk om problemen te versimpelen. Maar versimpeling mag nooit leiden tot ontmenselijking. Een effectief en rechtvaardig asielbeleid vraagt om duidelijke grenzen én warme waarden – om rechtsstatelijkheid én medemenselijkheid.

Wie het debat wil voeren, doet er goed aan dat te doen op basis van feiten, en in de geest van onze grondwet en internationale verdragen. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het vertrouwen in de rechtsstaat niet te ondermijnen, maar te versterken.

Daarom: laten we stoppen met spreken over mensen als industrie. Laten we erkennen dat gerechtigheid soms tijd vraagt. En bovenal: laten we het menselijke blijven zien – ook waar het politiek ongemakkelijk is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.