De kerst waarop Berlijn weer samenklonk
Op eerste kerstdag 1989 staat de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein voor een bijzonder orkest in het Schauspielhaus aan de Gendarmenmarkt in Oost-Berlijn. Op zijn lessenaar ligt de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven. Een compositie die de wereld al ruim anderhalve eeuw kent, met als indrukwekkend slot de beroemde Ode an die Freude. Toch zal deze uitvoering anders worden dan alle voorgaande. Bernstein heeft besloten één woord te veranderen. Waar normaal Freude, vreugde, wordt gezongen, klinkt nu Freiheit, vrijheid.
Het lijkt een kleine verandering in een muziekstuk dat al generaties lang mensen ontroert. In het Berlijn van december 1989 krijgt dat ene woord echter een betekenis die nauwelijks groter kan zijn. Zes weken eerder is de Berlijnse Muur gevallen. Een stad die tientallen jaren verdeeld was, heeft haar inwoners weer de mogelijkheid gegeven elkaar zonder die onoverkomelijke barrière te ontmoeten. Duitsland is nog niet herenigd, de politieke toekomst is onzeker en de gevolgen van de Koude Oorlog zijn nog overal zichtbaar. Toch is er iets fundamenteels veranderd. De vrijheid die jarenlang onbereikbaar leek, is plotseling werkelijkheid geworden.
Een stad die zichzelf terugvond
Om te begrijpen waarom dat kerstconcert zo bijzonder was, moeten we terug naar 1945. Duitsland heeft de Tweede Wereldoorlog verloren en wordt verdeeld in vier bezettingszones, bestuurd door de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Sovjet-Unie. Ook Berlijn wordt in vier sectoren verdeeld, hoewel de stad volledig binnen de Sovjetbezettingszone ligt.
In 1949 ontstaan twee Duitse staten: de Bondsrepubliek Duitsland in het westen en de Duitse Democratische Republiek in het oosten. Bonn wordt de regeringszetel van West-Duitsland, terwijl Oost-Berlijn de hoofdstad van de DDR wordt. De voormalige Duitse hoofdstad verandert daarmee in het tastbare middelpunt van de Koude Oorlog.
Vanaf 13 augustus 1961 wordt die verdeeldheid letterlijk in beton gegoten. De Berlijnse Muur scheidt buurten, families, vrienden en geliefden. Straten die ooit gewoon doorliepen, eindigen bij grensversperringen. Wie aan de verkeerde kant van de Muur woont, kan niet zomaar naar de andere kant. Vluchtpogingen kosten mensen het leven. Generaties groeien op in een stad waarvan de andere helft wel bestaat, terwijl die voor hen vrijwel onbereikbaar is.
Achter die scheiding gaat een grotere tegenstelling schuil. Het communistische Oostblok en het kapitalistische Westen staan militair en ideologisch tegenover elkaar. De dreiging van een nieuwe oorlog, zelfs een kernoorlog, hangt tientallen jaren boven Europa. Berlijn wordt het symbool van die wereldwijde verdeeldheid.
In het najaar van 1989 verandert alles. De vreedzame protesten in de DDR worden steeds groter. Mensen eisen vrijheid van meningsuiting, democratische hervormingen en het recht om vrij te reizen. Op 9 november kondigt DDR-politicus Günter Schabowski tijdens een persconferentie nieuwe reisregels aan. Zijn mededeling dat deze onmiddellijk zouden gelden, leidt diezelfde avond tot een ongekende mensenmassa bij de grensovergangen.
De grenswachten laten uiteindelijk de mensen door. Oost- en West-Berlijners vallen elkaar in de armen. Er wordt gelachen, gehuild, gedanst en gezongen. Mensen klimmen op de Muur die hen zo lang gescheiden hield.
De beelden gaan de hele wereld over. Voor het eerst in 28 jaar is de Berlijnse Muur niet langer de ondoordringbare grens die het dagelijkse leven van miljoenen mensen bepaalde.
Het zou nog bijna elf maanden duren voordat de twee Duitslanden op 3 oktober 1990 officieel herenigd werden. Precies 45 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Berlijn opnieuw de hoofdstad van één Duitsland. De verhuizing van parlement en regering vanuit Bonn volgde pas jaren later.
Die hereniging begon echter niet met een regeringsbesluit. Ze begon bij mensen die elkaar weer konden ontmoeten.
Een orkest dat de geschiedenis weerspiegelde
Leonard Bernstein begreep dat december 1989 om meer vroeg dan een gewoon feestconcert. De wereld was getuige van een historische omwenteling en hij wilde daar met muziek uitdrukking aan geven.
Op 23 december dirigeerde hij Beethovens Negende in de Philharmonie in West-Berlijn. Twee dagen later, op eerste kerstdag, volgde de uitvoering in het Schauspielhaus in Oost-Berlijn. Dat tweede concert werd internationaal uitgezonden en is de uitvoering die we tegenwoordig kennen als Ode to Freedom.
Bijzonder was vooral de samenstelling van het orkest. De basis werd gevormd door het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks uit München. Dat werd aangevuld met musici uit de Staatskapelle Dresden uit Oost-Duitsland, het London Symphony Orchestra, de New York Philharmonic, het Franse Orchestre de Paris en het orkest van het Kirov-theater uit Leningrad, de huidige Russische stad Sint-Petersburg.
Ook de koren kwamen uit verschillende delen van Duitsland. Het koor van de Beierse omroep zong samen met leden van het Oost-Berlijnse Rundfunkchor en het kinderkoor van de Dresdense Philharmonie. De vier vocale solisten waren June Anderson, Sarah Walker, Klaus König en Jan-Hendrik Rootering.
Daarmee stonden op één podium musici uit Oost- en West-Duitsland én uit de vier landen die Duitsland na de Tweede Wereldoorlog hadden bezet.
De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hadden elkaar tijdens de Koude Oorlog decennialang als tegenstanders beschouwd. De Britse en Franse bondgenoten hadden samen met de Amerikanen West-Berlijn beschermd tegen de invloed van het communistische Oostblok. En nu zaten vertegenwoordigers van al die landen naast elkaar om samen Beethoven te spelen.
Waar politieke leiders jarenlang hadden gesproken over grenzen, invloedssferen en militaire machtsverhoudingen, lieten deze musici iets anders zien. Hun nationaliteit was niet verdwenen. Hun verschillende achtergronden evenmin. Ze hadden elkaar alleen niet nodig als tegenstanders, ze hadden elkaar nodig als medespelers.
Het was haast alsof de nieuwe Europese werkelijkheid alvast een generale repetitie kreeg.
Een Joodse dirigent in de voormalige hoofdstad van nazi-Duitsland
Er is nog een bijzondere historische dimensie aan dit concert die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Leonard Bernstein was namelijk van Joodse afkomst.
Hij werd op 25 augustus 1918 geboren in Lawrence, Massachusetts, als zoon van Samuel Bernstein en Jennie Resnick. Zijn ouders waren Joodse immigranten uit het toenmalige Russische Rijk, afkomstig uit het gebied dat tegenwoordig tot Oekraïne behoort. Bernstein groeide op in een gezin waarin de Joodse tradities een belangrijke plaats innamen. Al op jonge leeftijd bestudeerde hij het Hebreeuws en maakte hij kennis met de religieuze muziek die later ook zijn eigen composities zou beïnvloeden.
Zijn Joodse identiteit bleef gedurende zijn hele leven van betekenis. In verschillende werken, waaronder zijn symfonieën Jeremiah en Kaddish, gebruikte hij Joodse religieuze thema’s en teksten. Ook zijn maatschappelijke betrokkenheid, zijn verzet tegen discriminatie en zijn overtuiging dat muziek mensen met elkaar kon verbinden, waren kenmerkend voor zijn leven en werk.
Wanneer we met die achtergrond opnieuw naar het concert in Berlijn kijken, krijgt het een extra betekenis.
Een Amerikaanse dirigent van Joodse afkomst staat op eerste kerstdag 1989 in de voormalige hoofdstad van nazi-Duitsland en dirigeert een van de bekendste werken uit de Duitse muziekgeschiedenis. Een stad van waaruit nog geen halve eeuw eerder een regime werd bestuurd dat verantwoordelijk was voor de systematische vervolging en vernietiging van zes miljoen Europese Joden.
Bernstein was 21 jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij had de oorlog en de Holocaust vanuit de Verenigde Staten meegemaakt en behoorde tot een generatie voor wie de gevolgen daarvan een wezenlijk onderdeel van de eigen levensgeschiedenis vormden.
Ook Beethovens muziek had tijdens het naziregime een plaats gekregen binnen de politieke propaganda. De Negende Symfonie werd onder andere uitgevoerd ter gelegenheid van Hitlers verjaardag. Een muziekstuk waarin menselijke verbondenheid centraal staat, kon kennelijk ook worden gebruikt door een regime dat grote groepen mensen juist van die menselijkheid uitsloot.
En nu, 44 jaar na het einde van die oorlog, staat Bernstein in Berlijn om met musici uit voormalige vijandige landen de vrijheid te bezingen.
Tijdens zijn verblijf bezocht hij bovendien de Nieuwe Synagoge aan de Oranienburger Straße, waar hij kaarsen aanstak. Het gebouw was tijdens de Kristallnacht van november 1938 aangevallen en later in de oorlog zwaar beschadigd geraakt. Ook dat bezoek krijgt binnen deze geschiedenis een bijzondere betekenis.
Wat Bernstein zelf op dat moment precies voelde, kunnen we alleen weten voor zover hij daarover heeft gesproken. De symboliek van zijn aanwezigheid is ook zonder die persoonlijke gedachten indrukwekkend genoeg.
De zoon van Joodse immigranten dirigeerde in Berlijn een orkest waarin voormalige tegenstanders samenwerkten. En uitgerekend daar klonk een muziekstuk dat de menselijke verbondenheid bezingt, met één woord dat de betekenis van het moment samenvatte.
Van vreugde naar vrijheid
Beethoven voltooide zijn Negende Symfonie in 1824. Voor het beroemde slotdeel gebruikte hij woorden uit het gedicht An die Freude van Friedrich Schiller, geschreven in 1785.
Centraal staat het verlangen naar menselijke verbondenheid. Het bekende Alle Menschen werden Brüder verwoordt een ideaal waarin mensen, ongeacht afkomst of positie, elkaar als gelijken erkennen.
Het is een boodschap die bijna tweehonderd jaar later bijzonder toepasselijk bleek voor een stad die zo lang gescheiden was geweest.
Bernstein besloot daarom overal waar in de gezongen tekst Freude stond, het woord Freiheit te gebruiken.
Freude, schöner Götterfunken werd Freiheit, schöner Götterfunken.
Hij wist dat hij daarmee ingreep in een van de bekendste composities uit de muziekgeschiedenis. Toch vond hij dat de gebeurtenissen van dat moment die vrijheid rechtvaardigden. Bernstein sprak de overtuiging uit dat Beethoven hem zijn zegen zou hebben gegeven.
De gedachte erachter was eenvoudig. Vreugde en vrijheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Welke vreugde kan een mens werkelijk ervaren wanneer hem de vrijheid wordt ontnomen? En hoeveel vreugde ontstaat er wanneer die vrijheid eindelijk wordt teruggewonnen?
De tekst van Schiller kreeg in Berlijn een nieuwe betekenis, zonder dat de oorspronkelijke boodschap verloren ging.
De woorden over menselijke broederschap klonken nu in een stad waar mensen enkele weken eerder nog door een betonnen Muur van elkaar gescheiden waren. Een stad waar grenzen tientallen jaren hadden bepaald wie bij wie mocht horen en waar vrijheid van de ene op de andere dag een nieuwe betekenis had gekregen.
Kerstmis 1989: muziek voor een nieuwe toekomst
Het concert vond plaats in het historische Schauspielhaus aan de Gendarmenmarkt. Binnen luisterde het publiek naar een uitvoering die al door haar samenstelling bijzonder was. Buiten stonden mensen op het plein, waar het concert op een groot scherm te volgen was. Via televisie bereikte de uitvoering kijkers in meer dan twintig landen.
Bernstein dirigeerde met de gedrevenheid die hem zo kenmerkte. Zijn hele lichaam leek mee te bewegen met de muziek. De spanning van de eerste delen, de rust van het langzame derde deel en uiteindelijk de indrukwekkende ontlading van het koor in het slotdeel kregen door de omstandigheden een extra lading.
Wanneer de stemmen samen Freiheit zingen, klinkt er meer dan alleen een gewijzigde tekst. Het woord verwoordt wat de mensen in Berlijn de voorafgaande weken hadden meegemaakt.
Bernsteins toenmalige assistent Craig Urquhart beschreef jaren later hoe bijzonder de sfeer tijdens die dagen was. De stad leefde in een mengeling van opwinding, ongeloof en verwachting. Overal werd aan de Muur gehakt. Mensen bewogen zich tussen de stadsdelen die zo lang van elkaar gescheiden waren geweest.
Na afloop van de concerten ging Bernstein zelf naar de Muur, achter het Rijksdaggebouw. Zonder televisiecamera’s of officiële ceremonie leende hij een hamer van een jongen en sloeg een stukje uit het beton.
Het is een prachtig beeld. De wereldberoemde dirigent die zojuist voor miljoenen mensen een ode aan de vrijheid had geleid, hielp daarna zelf een klein stukje van de Muur afbreken.
De man die mensen met muziek samenbracht, leverde ook letterlijk een bijdrage aan het verdwijnen van de grens.
Een herinnering die blijft
Leonard Bernstein overleed op 14 oktober 1990, op 72-jarige leeftijd. Slechts elf dagen daarvoor was Duitsland officieel herenigd. Het kerstconcert in Berlijn behoorde daarmee tot zijn laatste grote muzikale optredens.
Dat geeft deze uitvoering achteraf nog een bijzondere betekenis.
Bernstein heeft de officiële Duitse hereniging nog meegemaakt, al heeft hij de verdere ontwikkeling van het verenigde Duitsland en Europa niet meer kunnen zien.
Voor mij vertelt dit concert vooral iets over de kracht van menselijke verbondenheid. Over de mogelijkheid om na een geschiedenis vol oorlog, onderdrukking en tegenstellingen opnieuw toenadering tot elkaar te zoeken. Over voormalige tegenstanders die samen iets kunnen creëren. En over mensen die hun vrijheid terugkrijgen en daarmee ook de mogelijkheid om hun eigen toekomst vorm te geven.
Wanneer we de geschiedenis van Berlijn overzien, valt op hoeveel van die geschiedenis wordt bepaald door de grenzen die mensen zelf hebben aangebracht. Grenzen tussen landen, tussen politieke systemen, tussen bevolkingsgroepen en uiteindelijk ook tussen individuele mensen.
Die grenzen kunnen generaties lang bestaan en zo vanzelfsprekend worden dat nauwelijks nog voorstelbaar is hoe het leven zonder die scheiding eruit zou zien. Totdat mensen besluiten dat het anders moet en de eerste stappen zetten om elkaar weer te ontmoeten.
De geschiedenis van Berlijn laat zien dat zulke veranderingen mogelijk zijn, zelfs wanneer tientallen jaren van verdeeldheid eraan vooraf zijn gegaan.
Juist de aanwezigheid van Bernstein maakt dat verhaal voor mij completer. Een man met een Joodse achtergrond, gevormd door een eeuw waarin twee wereldoorlogen en de Holocaust diepe sporen hadden nagelaten, die aan het einde van zijn leven in Berlijn voor een orkest van voormalige tegenstanders staat. Zij spelen samen muziek die al lang vóór die oorlogen werd geschreven en waarvan de boodschap nog altijd actueel is.
Beethovens Negende is op zichzelf al een indrukwekkend muziekstuk. De uitvoering onder Leonard Bernstein op 25 december 1989 is echter zoveel meer dan een muzikaal meesterwerk. Het is een document van een bijzonder moment in onze geschiedenis.
Bij dit verhaal hoort daarom de volledige opname van het concert. Ruim anderhalf uur muziek is niet iets wat je even tussendoor beluistert. Mijn uitnodiging is dan ook om er op een rustig moment de tijd voor te nemen. Zet de televisie aan, maak het jezelf gemakkelijk en laat het concert op je inwerken. Kijk naar de musici, naar Bernstein en naar het publiek. Bedenk daarbij wat deze mensen in de voorgaande weken hebben meegemaakt en wat de toekomst hun op dat moment nog allemaal kon brengen.
Het is een concert waarin de geschiedenis bijna tastbaar wordt.
En wanneer het koor uiteindelijk die beroemde woorden zingt, luister dan vooral naar dat ene woord dat Bernstein veranderde. Een woord waarmee hij de oorspronkelijke gedachte van Schiller verbond aan een nieuwe werkelijkheid, waarin mensen na tientallen jaren van verdeeldheid weer de vrijheid kregen elkaar te ontmoeten.
Van Freude naar Freiheit.
Een kleine verandering in een bijna tweehonderd jaar oud muziekstuk, die op eerste kerstdag 1989 precies verwoordde wat miljoenen mensen zo lang hadden gemist.
Vrijheid om weer samen te kunnen leven.