Alsof het vanzelf schoon wordt

Vandaag kwam er een podcast voorbij. Een gedicht, een ode aan de schoonmaker. Ik luisterde ernaar en merkte dat het me raakte. Niet omdat ik ineens iets hoorde wat ik nog nooit had bedacht. Juist omdat het ging over iets wat zo vanzelfsprekend is geworden dat we er bijna niet meer bij stilstaan.

De schoonmaker.

Je gaat ’s morgens naar je werk. Je loopt je kantoor binnen, zet je tas neer, start je computer en haalt koffie. Je bureau is schoon. De prullenbak is leeg. De vloer is gestofzuigd. In de keuken kun je gewoon een kop koffie pakken en als je naar het toilet gaat, is dat schoon.

Tenminste, dat verwachten we.

Aan het einde van de dag sluit je je computer af, pakt je tas en gaat naar huis. En ergens daarna begint voor iemand anders de werkdag. Terwijl jij thuis zit te eten, op de bank zit of met andere dingen bezig bent, loopt iemand jouw kantoor binnen. De stofzuiger gaat erdoorheen, je bureau wordt afgenomen, de prullenbak geleegd. De keuken wordt schoongemaakt en ook het toilet, dat gedurende de dag met enige regelmaat een stuk minder netjes is achtergelaten dan we thuis waarschijnlijk zouden accepteren.

De volgende ochtend kom jij weer binnen: Schoon, alsof het vanzelf is gebeurd.

Dat is misschien wel het bijzondere aan het werk van een schoonmaker. Als het goed gebeurt, merken we er nauwelijks iets van. We merken het vooral wanneer het níét gebeurt. Als de prullenbak nog vol zit. Als er kruimels op de vloer liggen. Als het toilet vies is. Als het bureau plakt. Dan valt ineens op hoe belangrijk schoonmaak is.

Ik moest tijdens het luisteren denken aan een opdracht die ik ooit bij Hunkemöller heb gedaan. Dat gebouw ademde waar het bedrijf voor stond. Je kon eigenlijk nergens vergeten dat daar lingerie werd bedacht, ontworpen, verkocht en vermarkt. Overal hingen prachtige foto’s, posters en beelden van collecties. Je liep niet zomaar door een kantoor. Je liep door Hunkemöller.

Wat me daar vooral is bijgebleven, was dat die gedachte niet ophield bij de ontwerpers, marketeers, inkopers of mensen op kantoor. Ook de schoonmakers maakten daar deel van uit.

Vraag een schoonmaker wat zij doet en het voor de hand liggende antwoord is: ik maak kantoren schoon. Ik stofzuig. Ik leeg prullenbakken. Ik maak toiletten schoon. Daar werd het anders beleefd. De schoonmaker zorgde ervoor dat andere mensen in een mooie, prettige en schone omgeving de prachtigste lingerie konden bedenken en maken.

Dat lijkt misschien alleen een andere manier om hetzelfde werk te omschrijven. Volgens mij is het veel meer dan dat.

Want stel je eens voor dat je als ontwerper ’s morgens binnenkomt. Je kantoor is fris en schoon. Alles ziet er verzorgd uit. Je gaat zitten, opent je computer en kunt bezig met waarvoor je gekomen bent: creëren. Ideeën bedenken. Mooie dingen maken.

Zet daar dezelfde ontwerper tegenover die binnenkomt en zich eerst ergert aan de vieze vloer. Die haar tas naast een overvolle prullenbak zet. Die naar het toilet gaat en denkt: gadverdamme, alweer vies. Vervolgens koffie wil halen in een smerige keuken en uiteindelijk achter een bureau gaat zitten dat eigenlijk ook wel een doekje kan gebruiken.

Dan kun je zeggen dat schoonmaak niets met lingerie te maken heeft. Ik geloof daar niets van.

Je hoofd zit dan namelijk niet alleen bij die nieuwe collectie. Een deel van je aandacht zit bij die vieze keuken, dat smerige toilet en die volle prullenbak. De schoonmaker ontwerpt geen lingerie. Toch draagt die schoonmaker eraan bij dat iemand anders de ruimte in haar hoofd krijgt om dat wél te doen.

En dat geldt natuurlijk niet alleen bij Hunkemöller en al helemaal niet alleen bij lingerie. Het geldt op een school, in een ziekenhuis, op een gemeentehuis, in een fabriek, op een advocatenkantoor en eigenlijk overal waar mensen werken.

We noemen schoonmaak vaak een ondersteunende dienst. Dat woord zegt eigenlijk al iets vreemds. Het echte werk gebeurt ergens anders en de schoonmaker ondersteunt dat een beetje. Terwijl je je ook kunt afvragen hoe goed dat zogenaamde echte werk nog gebeurt als niemand het ondersteunende werk doet.

Een leraar geeft beter les in een schoon lokaal. Een verpleegkundige werkt prettiger in een verzorgde omgeving. Een programmeur kan zich beter concentreren achter een schoon bureau. Een kind leert fijner op een school waar de toiletten schoon zijn. En die prachtige nieuwe collectie ontstaat gemakkelijker op een plek waar mensen zich prettig voelen.

Dat maakt de schoonmaker niet belangrijker dan alle anderen.
Het maakt de schoonmaker onderdeel van hetzelfde geheel.

En juist daar mogen we volgens mij veel vaker bij stilstaan. Niet alleen door één keer per jaar een compliment te geven of een bos bloemen neer te zetten. Waardering zit ook in iets veel kleiners. Weten hoe iemand heet. Goedemorgen zeggen. Even vragen hoe het gaat. Je koffiebeker zelf opruimen. Niet denken dat je rommel rustig kunt laten liggen omdat er vanavond toch iemand langskomt om het op te ruimen.

En vooral beseffen wat die persoon daadwerkelijk voor jouw werk betekent.

Morgenochtend lopen miljoenen mensen weer een kantoor, school, winkel, ziekenhuis of ander gebouw binnen. We zetten koffie, starten onze computer, pakken onze spullen en beginnen aan onze dag. Waarschijnlijk denken de meesten van ons geen seconde na over het feit dat de prullenbak leeg is, de vloer schoon en het toilet fris.

Dat hoeft ook niet iedere ochtend een groot bezinningsmoment te worden.
Kijk alleen af en toe eens om je heen.
Want het is niet vanzelf schoon geworden.
Iemand heeft ervoor gezorgd dat jij vandaag op een fijne plek je werk kunt doen.
En die persoon verdient het dat we dat af en toe gewoon zien.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.