Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen bleef één woord bij mij hangen. Joost Eerdmans sprak over asielzoekers, over gemeenten die opvang moeten realiseren en over de onrust die ontstaat wanneer ergens een azc moet komen. Volgens hem worden mensen daar inmiddels ‘horendol’ van.
Dat woord zette mij aan het denken. De onrust rond de komst van asielzoekers en de opening van opvanglocaties is zichtbaar en verdient aandacht. Tegelijkertijd hoort daar een vraag bij die in het politieke debat veel minder ruimte krijgt: waar komt die onrust vandaan en welke verantwoordelijkheid draagt de politiek zelf voor het ontstaan ervan?
Eerdmans sprak over een wekelijkse asielinstroom van ongeveer zeshonderd mensen. Hij vindt dat veel te veel en vroeg de VVD wanneer voor die partij de grens wordt bereikt. Moet de instroom uiteindelijk naar honderd per week? Wanneer gaat het alarm af?
Zeshonderd mensen per week klinkt als een enorm aantal. Het krijgt iets overweldigends wanneer het in een debat een paar keer wordt herhaald. Een andere manier van kijken geeft hetzelfde getal een heel ander perspectief.
De totale asielinstroom bedroeg in week 37 ongeveer 590 mensen. Daarvan deden ongeveer 450 mensen een eerste asielaanvraag en kwamen ongeveer 120 mensen als nareiziger naar Nederland. De overige groep was klein. Het zijn voorlopige cijfers van de Rijksoverheid. (rijksoverheid.nl)
Nederland telt 342 gemeenten. (cbs.nl)
Een eenvoudige rekensom brengt die 590 mensen terug tot gemiddeld 1,7 persoon per gemeente per week. In werkelijkheid wordt opvang vanzelfsprekend anders georganiseerd. Grote en kleine gemeenten verschillen, opvanglocaties hebben een bepaalde omvang nodig en mensen laten zich niet rekenkundig over een land verdelen. De berekening laat vooral zien hoeveel perspectief doet met een getal. Zeshonderd mensen per week roept een ander gevoel op dan gemiddeld 1,7 mens per gemeente per week.
De werkelijkheid blijft dezelfde.
Daar begint voor mij een belangrijk deel van het huidige asieldebat. Politiek gaat over feiten en tegelijkertijd over de woorden waarmee wij die feiten betekenis geven. Wie voortdurend spreekt over alarm, dwang, crisis en aantallen die veel te hoog zijn, geeft richting aan de manier waarop mensen naar die werkelijkheid kijken. Nederland heeft ondertussen werkelijk problemen met de opvang van asielzoekers. Ter Apel, noodopvang, lange procedures en gemeenten die worstelen met opvanglocaties laten dat iedere dag zien. De oorzaak van die problemen verdient daarom minstens zoveel aandacht als hun zichtbaarheid.
Hebben wij werkelijk te veel mensen om fatsoenlijk op te vangen? Of hebben wij de opvang gedurende vele jaren zo georganiseerd dat iedere verandering in aantallen opnieuw tot problemen leidt? De geschiedenis van onze asielopvang maakt die tweede vraag onvermijdelijk. De Algemene Rekenkamer onderzocht de financiering van de asielopvang over een periode van 23 jaar. In 21 van die 23 jaar bleken de werkelijke uitgaven hoger dan vooraf was begroot. De Rekenkamer beschrijft een systeem waarin opvangcapaciteit voortdurend werd op- en afgeschaald en waarin problemen rond capaciteit telkens terugkeerden. (rekenkamer.nl)
Gedurende vele jaren hebben rechtse en later radicaal- en extreemrechts beïnvloede kabinetten een asielketen laten ontstaan waarin opvang steeds verder onder druk kwam te staan. Bij een dalende instroom verdween capaciteit. Zodra de behoefte weer toenam, moesten in korte tijd nieuwe plekken worden gevonden. Reguliere opvang werd vervangen door noodopvang en steeds opnieuw begon ergens in Nederland de discussie over een nieuwe locatie. De Rekenkamer wees jaren geleden al op de gevolgen daarvan. Het steeds openen en sluiten van locaties maakt de opvang duurder, vermindert de kwaliteit en draagt bij aan maatschappelijke onrust. (rekenkamer.nl)
Daarmee krijgt het woord van Eerdmans een merkwaardige lading: “Horendol?”
Hij zegt dat mensen horendol worden van azc’s. Ik vraag mij af hoeveel van die onrust werkelijk los kan worden gezien van de manier waarop wij de opvang jarenlang hebben georganiseerd en van de politieke taal waarmee wij erover spreken. Een vluchteling die in Nederland bescherming vraagt, heeft geen COA-locatie gesloten. De begroting is door anderen vastgesteld. De capaciteit van de IND wordt door de overheid bepaald. De beschikbare woningen zijn het resultaat van jarenlang woonbeleid. De inrichting van de asielketen komt voort uit politieke en bestuurlijke besluiten.
Daar ligt verantwoordelijkheid.
Ook bij de IND zijn de gevolgen inmiddels zichtbaar. De gemiddelde doorlooptijd van een asielbeslissing steeg volgens de Algemene Rekenkamer van 31 weken in 2022 naar 67 weken in 2025. Eind 2025 wachtten 51.789 mensen op een beslissing. In februari van dit jaar wachtten mensen in de algemene asielprocedure ruim twee jaar voordat zij een gesprek met de IND kregen. (rekenkamer.nl)
Twee jaar wachten tot iemand naar je verhaal luistert, terwijl je leven grotendeels stilstaat en je afhankelijk bent van een opvangsysteem dat zelf voortdurend onder druk staat. Gedurende die periode blijft een opvangplaats bezet en groeit de wachtlijst verder. Ook de doorstroom speelt een grote rol. De Rekenkamer constateerde eerder dat een aanzienlijk deel van de beschikbare opvangplaatsen werd bezet door statushouders, mensen die al een verblijfsvergunning hadden en door het woningtekort niet konden doorstromen. (rekenkamer.nl)
Daarmee ontstaat een werkelijkheid die veel ingewikkelder is dan de eenvoudige conclusie dat de wekelijkse instroom te hoog zou zijn.Procedures duren te lang. Mensen die mogen blijven kunnen onvoldoende doorstromen. Structurele opvangcapaciteit is jarenlang op- en afgeschaald. Gemeenten hebben te weinig stabiele opvang gerealiseerd. Noodopvang werd daardoor telkens opnieuw noodzakelijk. Al die factoren vullen dezelfde opvanglocaties. Vervolgens verschijnt het beeld van een overbelaste asielketen in het politieke debat en wordt die overbelasting gebruikt als argument om de instroom verder terug te brengen.
Daar raakt deze discussie voor mij aan iets fundamenteel menselijks.
Wij hebben zelf bepaald hoe deze keten functioneert. Wij hebben zelf gekozen hoeveel capaciteit beschikbaar bleef, hoeveel geld ervoor werd gereserveerd en hoe structureel opvang werd georganiseerd. De politieke keuzes van vandaag bouwen voort op keuzes die gedurende vele jaren zijn gemaakt. De mensen die zich bij onze grens melden komen vervolgens terecht in het systeem dat wij voor hen hebben gebouwd. Daarom vind ik het te gemakkelijk wanneer de problemen van dat systeem uiteindelijk worden verbonden aan de aanwezigheid van die mensen.
Een rijk land kan zichzelf een andere vraag stellen: Hoe organiseren we dit fatsoenlijk?
Zorg voor voldoende structurele opvangcapaciteit. Geef de IND de mogelijkheid procedures binnen redelijke termijnen af te handelen. Zorg dat statushouders kunnen doorstromen. Verdeel de verantwoordelijkheid over het land en voorkom dat iedere nieuwe opvanglocatie opnieuw het karakter krijgt van een bestuurlijke noodsituatie.
Dat is behoorlijk bestuur.
Daar hoort ook taal bij die recht doet aan de werkelijkheid. Politici staan niet buiten de samenleving wanneer zij spreken over asiel. Hun woorden komen terecht in huiskamers, op sociale media, in gemeenteraadszalen en uiteindelijk bij de inwoners die horen dat er in hun omgeving een opvanglocatie komt. Wanneer diezelfde inwoners jarenlang horen over crisis, dwang, alarm en aantallen die veel te hoog zouden zijn, krijgt een azc vanzelf een betekenis die verder gaat dan een gebouw waarin mensen tijdelijk worden opgevangen.
Daarom blijft dat woord terugkomen: “Horendol”!
Wie maakt Nederland eigenlijk horendol? De 590 mensen die zich afgelopen week in onze asielketen meldden hebben ieder hun eigen verhaal. Ongeveer 450 van hen vroegen voor het eerst bescherming aan. Een deel zal uiteindelijk in Nederland mogen blijven en een deel zal moeten vertrekken wanneer na een zorgvuldige procedure blijkt dat er geen recht op verblijf bestaat en terugkeer mogelijk is.
Daarvoor hebben we een rechtsstaat. We onderzoeken. We beoordelen. We nemen besluiten. En gedurende dat proces behandelen we mensen fatsoenlijk. Toch hebben we voor deze mensen een woord gevonden dat iets merkwaardigs met hun menselijkheid doet: “Instroom”. Het klinkt als water. Als iets dat ergens naar binnen loopt en waarvan uiteindelijk de kraan dicht moet. Achter die instroom zit een moeder die met haar kinderen bescherming zoekt. Een vader die zijn gezin probeert terug te vinden. Een jongere die wacht op een gesprek waarin wordt bepaald hoe zijn leven verdergaat. Ook zitten er mensen tussen die uiteindelijk geen recht op verblijf blijken te hebben.
Het zijn allemaal mensen voordat het cijfers worden. Juist daarom verwacht ik van een rijk land dat het zijn verantwoordelijkheid neemt. Nederland beschikt over instituties, kennis, geld en bestuurlijke mogelijkheden. Een asielketen waarin iedere verandering in aantallen opnieuw tot crisis leidt, zegt ook iets over de keuzes die wij zelf hebben gemaakt. Daar mogen we kritisch naar kijken. Naar wat wij hebben afgebouwd. Naar wat wij onvoldoende hebben georganiseerd. Naar procedures die jarenlang kunnen duren. Naar statushouders die niet kunnen doorstromen. Naar gemeenten die hun verantwoordelijkheid moeten nemen en naar een landelijke politiek die ondertussen steeds harder spreekt over aantallen, grenzen en alarm.
Dan klinkt 590 ineens anders.
Gemiddeld 1,7 mens per gemeente per week.
Een getal dat op zichzelf niets oplost en tegelijk iets zichtbaar maakt over de manier waarop wij naar dit onderwerp zijn gaan kijken. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vroeg Joost Eerdmans wanneer bij de VVD het alarm afgaat. Ik bleef achter met een andere vraag. Hoe lang blijven we alarm slaan over de mensen die zich melden voordat we serieus kijken naar de keten waarin wij hen laten terechtkomen? We hebben jarenlang keuzes gemaakt die de opvang kwetsbaar hebben gemaakt. We kunnen ook andere keuzes maken. Keuzes waarin stabiliteit, verantwoordelijkheid en fatsoen weer een grotere plaats krijgen. En wanneer we dat doen, zou het helpen om één ding nooit uit het oog te verliezen.
Achter ieder getal staat een mens: Dat besef lijkt mij een betere plaats om het gesprek over asiel te beginnen.
Ik word “horendol” van die verschuiving van de feiten en gevoelens…