Wat geld niet kan kopen en toch mogelijk maakt

Het begon met level 40 van een spelletje dat Mimah en ik allebei spelen. Zij was daar al eerder aangekomen, ik had haar inmiddels weer ingehaald en stuurde haar een afbeelding van het level. Zelf had ik nauwelijks gekeken naar de tekst die erbij stond. Mimah wel.

“Anybody who tells you money can’t buy happiness never had any.”

Ze vroeg wat ik ervan vond. Of ik het ermee eens was.

Ik wist eigenlijk meteen waar dit gesprek naartoe zou gaan. Mimah en ik praten vaker over geld, over onze toekomst en over wat ervoor nodig is om uiteindelijk samen een leven op te bouwen. Toch antwoordde ik zoals ik er werkelijk over denk. Geld kan volgens mij geen geluk kopen. Geld maakt veel dingen eenvoudiger, het geeft mogelijkheden en neemt zorgen weg, terwijl gelukkig zijn uiteindelijk ergens anders vandaan komt.

Mimah dacht daar anders over.

“You can’t be happy without money.”

Het werd het begin van een lang gesprek waarin we elkaar probeerden te overtuigen, vragen stelden, antwoorden gaven en voortdurend nieuwe voorbeelden bedachten. Wat ik achteraf minstens zo mooi vind als het onderwerp zelf, is hoe dat gesprek verliep. We lieten elkaar uitpraten. We luisterden. We plaagden elkaar. We probeerden gaten in elkaars redenering te vinden zonder de ander onderuit te willen halen. We waren het oneens en bleven tegelijkertijd voortdurend dicht bij elkaar.

Op een gegeven moment vroeg ik haar wat haar gelukkig maakt. Ze antwoordde dat veel dingen haar gelukkig maken. Dus vroeg ik of ík haar gelukkig maak.

Ja!

Daarmee dacht ik een behoorlijk sterk argument te hebben. Zij had mij immers niet gekocht en ik haar evenmin. We hielden van elkaar voordat er een ring was, voordat er een huwelijk was en voordat we samen een huis hadden. Liefde is niet te koop. Vrede is niet te koop. Vertrouwen is niet te koop. Zelfs Mimah erkende dat. Alleen gaf ze zich daarmee nog lang niet gewonnen.

Want hoe kom ik bij haar in Kenia? Met een vliegticket.
En hoe kom ik aan dat ticket? Door ervoor te betalen.

Ik kon daar filosofisch nog steeds prima omheen redeneren. Een vliegticket koopt geen geluk. Het koopt een stoel in een vliegtuig. Als ik naar Kenia vlieg en Mimah bij aankomst niet meer van mij houdt, heeft dat ticket mij niets gebracht van wat mij werkelijk gelukkig maakt. Ik kan een ticket kopen, een ring kopen, een bruiloft betalen en een prachtig huis kopen. Ik kan alles aanschaffen wat rondom een gezamenlijk leven staat en toch niet kopen wat dat leven waarde geeft.

Mimah bleef bij haar punt. Als we geen geld hebben om bij elkaar te komen, wat hebben we dan aan de mogelijkheid om samen gelukkig te zijn? Daar werd het ingewikkelder. Natuurlijk kunnen we van elkaar blijven houden wanneer we geen geld hebben. Ik geloof zelfs dat we dat zouden doen. Alleen stel dat we met absolute zekerheid zouden weten dat we elkaar nooit meer konden ontmoeten omdat het geld daarvoor eenvoudigweg niet bestaat. Zij in Kenia, ik in Nederland. We kunnen bellen, berichten sturen en elkaar via een scherm zien. De liefde kan blijven bestaan.

De vraag is alleen of we dan ook gelukkig zijn. Daar heeft Mimah een punt dat ik niet kan wegredeneren door nog een keer te zeggen dat liefde niet te koop is. Geld koopt onze liefde niet. Geld kan wel de mogelijkheid kopen om die liefde samen te leven. Dat verschil lijkt klein totdat je nadenkt over de werkelijkheid van degene met wie je het gesprek voert. Mijn verhouding tot geld is een andere dan die van Mimah. Ik kan financieel weinig ruimte hebben en tegelijkertijd een dak boven mijn hoofd hebben, eten kunnen kopen en een koelkast en vriezer hebben waarin ik dat eten kan bewaren. Mijn leven kan soberder worden wanneer ik weinig geld heb. Veel dingen worden ingewikkelder. Toch blijven veel basale zekerheden bestaan.

Voor Mimah heeft gebrek aan geld een veel directere betekenis. Tijdens ons gesprek zei ze eenvoudig:
“No money, no food. I’m sad.”

Mijn eerste neiging was om daarop filosofisch te reageren. Eten maakt je toch niet automatisch gelukkig? Als je geld hebt en daarmee eten koopt, betekent dat toch nog niet dat je gelukkig bent? Het is een keurige redenering wanneer je eigenlijk altijd eten hebt. Ik heb armoede vaker van dichtbij gezien. Via Josie en haar familie in Brazilië kwam ik in aanraking met een werkelijkheid die ver verwijderd was van de Nederlandse vanzelfsprekendheid waarin ik was opgegroeid. Later zag ik in de Filipijnen bij de familie van Josephine opnieuw hoe anders een leven eruitziet wanneer geld voortdurend een grens bepaalt. In Kenia zie ik die verschillen opnieuw. Ik heb altijd gedacht dat ik die verschillen ook werkelijk zag. Dat denk ik nog steeds. Alleen blijkt zien niet hetzelfde te zijn als alles begrijpen.

Jaren geleden schreef ik al over een andere vanzelfsprekendheid die mij hard raakte. Een Nederlands paspoort geeft mij een vrijheid die voor grote delen van de wereld helemaal niet vanzelfsprekend is. Ik kan naar landen reizen waar anderen eerst moeten bewijzen dat ze welkom zijn. Niet omdat ik een beter mens ben, harder werk of meer recht heb op vrijheid. Ik ben toevallig geboren met een paspoort dat deuren opent. Die ervaring leerde mij iets over de arrogantie waarmee wij onze eigen werkelijkheid gemakkelijk tot norm verheffen. En toch kan dezelfde les jaren later opnieuw langskomen, vermomd als een discussie over een zinnetje in een spel.

Dat vind ik confronterend en tegelijk bijzonder.

Want money can’t buy happiness klinkt als een prachtige universele waarheid. Ik geloof er nog steeds in. Alleen begrijp ik na mijn gesprek met Mimah beter dat zo’n waarheid anders klinkt wanneer geld voor jou niet in de eerste plaats gaat over comfort, keuze of luxe, en veel vaker over eten, zekerheid en mogelijkheden. Dat verschil zagen we eerder al eens tijdens een gesprek in de nachttrein van Mombasa naar Nairobi. We spraken over ondernemen en over de vraag aan wie je bereid bent iets te verkopen. Voor mij hoort ondernemen bij een overtuiging. Ik wil weten met wie ik zaken doe en wil mij kunnen vinden in wat iemand met mijn werk doet. Als dat niet zo is, wil ik ook nee kunnen zeggen tegen geld.

Mimah keek daar veel praktischer naar. Als iemand wil kopen en betalen, waarom zou je dan niet verkopen?

Destijds zag ik vooral een verschil in ondernemersvisie. Inmiddels zie ik ook de luxe die in mijn eigen standpunt verborgen zit. Principes hebben is één ding. De financiële ruimte hebben om inkomsten af te wijzen vanwege die principes is iets anders. Dat betekent niet dat principes afhankelijk moeten worden van je bankrekening. Het betekent wel dat onze omstandigheden invloed hebben op de manier waarop wij naar geld kijken.

Hetzelfde gebeurt bij geluk.

Voor mij is geld vooral een middel dat het leven gemakkelijker kan maken. Voor Mimah kan hetzelfde geld veel directer bepalen welke mogelijkheden überhaupt bestaan. Daardoor kunnen wij dezelfde liefde voelen en toch verschillend antwoorden op de vraag of geld geluk kan kopen.

Tijdens ons gesprek vroeg ik haar op een gegeven moment plagend of ze van mij hield vanwege mijn geld.
“Yes,” antwoordde ze lachend.

Ze hield van mij omdat ik een tycoon was, een miljonair. Dat was slecht nieuws voor haar, vertelde ik, want ik ben het allebei niet. Dat wist ze natuurlijk. En ze houdt nog steeds van me. Juist daarin zit voor mij het bewijs van mijn eigen overtuiging. Ik hoefde haar liefde niet te kopen. Zij hoefde de mijne niet te kopen. We maakten elkaar gelukkig voordat al die materiële dingen die bij een gezamenlijk leven horen geregeld waren. Alleen zit precies daar ook haar antwoord. Liefde kan bestaan zonder geld. Een leven samen vraagt middelen. Een ticket, een woning, eten en de mogelijkheid om daadwerkelijk bij elkaar te zijn ontstaan niet uitsluitend doordat twee mensen heel veel van elkaar houden. Daarom weet ik na ons gesprek nog steeds niet of Mimah en ik het werkelijk oneens zijn.

Geld kan niet kopen wat ons gelukkig maakt. Tegelijk kan een gebrek aan geld verhinderen dat we het geluk dat we al gevonden hebben daadwerkelijk kunnen leven. Dat maakt die ene quote ineens veel minder eenvoudig dan hij op level 40 leek. “Anybody who tells you money can’t buy happiness never had any.” Ik blijf erbij dat geld geen geluk kan kopen. Alleen zou ik die zin na dit gesprek minder gemakkelijk uitspreken tegen iemand die werkelijk weet wat het betekent wanneer geld ontbreekt.

En het mooiste aan die ontdekking is voor mij niet dat Mimah mij heeft overtuigd of dat ik haar heb overtuigd. Het is dat zij één zinnetje zag dat ik zelf nauwelijks had opgemerkt, mij vroeg wat ik ervan vond en vervolgens bleef praten, luisteren, vragen en tegenspreken. Daar ben ik trots op. Op haar, op ons en op een gesprek waarin liefde sterk genoeg bleek om het oneens te kunnen zijn.

Mimah heeft mijn overtuiging niet afgenomen, ze heeft haar groter gemaakt!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.