Afgelopen weekend sprak ik met vrienden die mij goed kennen en ook het gezin kennen waarin ik ben opgegroeid. Tijdens dat gesprek kwam ergens het beeld van het zwarte schaap voorbij. Ik realiseerde me dat die omschrijving eigenlijk best aardig bij mij past. Ik ben in veel opzichten anders dan de rest en voel tegenwoordig weinig behoefte om dat verschil kleiner te maken dan het is.
Sterker nog, ergens ervaar ik het zwarte schaap bijna als een geuzennaam. Niet omdat afwijken op zichzelf een prestatie is, wel omdat ik tevreden ben met wie ik ben en de keuzes die daarbij horen. Als dat betekent dat ik binnen een kudde degene ben met een andere kleur, kan ik daar prima mee leven.
Juist daardoor begon die uitdrukking mij te interesseren. Want waarom noemen we zo iemand eigenlijk het zwarte schaap? Waarom is dat schaap zwart? En zodra je die vraag in deze tijd stelt, volgt bijna vanzelf een andere vraag. We hebben de afgelopen jaren uitgebreid gesproken over woorden, productnamen en tradities waarin huidskleur, afkomst en negatieve beeldvorming een rol kunnen spelen. Ook uitdrukkingen waarin zwart verbonden wordt met iets negatiefs worden kritisch bekeken. Is ‘het zwarte schaap’ dan eveneens een uitdrukking met een racistische oorsprong?
Het korte antwoord is nee. Het langere antwoord is aanzienlijk interessanter.
Eerst maar eens naar het schaap zelf
Zwarte of donkergekleurde lammeren kunnen geboren worden tussen witte schapen. Bij verschillende schapenrassen speelt erfelijke aanleg daarbij een rol en door eeuwenlange selectie zijn veel kuddes overwegend wit geworden. Een donker dier valt binnen zo’n kudde onmiddellijk op.
Dat verschil had ook een praktische betekenis. Witte wol heeft voor textielproductie een groot voordeel: zij kan in allerlei kleuren worden geverfd. Donkere wol biedt daarin minder mogelijkheden. Dat betekent overigens niet dat zwarte wol waardeloos was. Natuurlijk gekleurde wol werd eveneens gebruikt en kon voor bepaalde toepassingen juist aantrekkelijk zijn. De waarde hing af van plaats, periode en bestemming. Wel weten we dat schapenhouders in bepaalde omstandigheden bewust selecteerden op witte wol. Charles Darwin publiceerde in 1880 bijvoorbeeld een verslag over Australische kuddes waarin gekleurde schapen aanvankelijk nuttig waren als herkenningspunt en later veel minder werden aangehouden toen hun wol economisch minder aantrekkelijk werd.
Het ligt daardoor voor de hand om de beeldspraak te verbinden aan dat ene donkere dier tussen een grote hoeveelheid witte dieren: zichtbaar afwijkend en voor bepaalde doeleinden minder gewenst.
Toch moeten we daar historisch voorzichtig mee omgaan. De Oxford English Dictionary kent het Engelse black sheep in figuurlijke betekenis al vanaf 1640, als aanduiding voor een ongunstig of veracht lid van een groep. De gedachte dat de uitdrukking rechtstreeks is ontstaan doordat zwarte wol minder goed te verven was, klinkt aannemelijk en wordt vaak genoemd, alleen sluitend bewijs voor precies die ontstaansroute ontbreekt. Ook oudere religieuze beeldspraak en de al veel langer bestaande negatieve symboliek van de kleur zwart kunnen een rol hebben gespeeld.
In Nederland vinden we dezelfde negatieve betekenis terug. F.A. Stoett omschreef het zwarte schaap in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden uit 1923-1925 als een onwaardig familielid of verschoppeling. Stoett noemt zelf een mogelijke verbinding met het Bijbelverhaal van Jakob en Laban, zonder die verklaring als vaststaande oorsprong te presenteren.
We weten dus veel over het beeld en het historische gebruik, terwijl we de exacte geboorteakte van de uitdrukking niet bezitten.
Wat we wél kunnen zeggen, is minstens zo belangrijk: voor een oorsprong die verwijst naar zwarte mensen, slavernij of het Europese kolonialisme is geen overtuigend historisch bewijs.
Waarom voelt de vraag dan toch logisch?
Daarmee zouden we de mythbuster kunnen afsluiten. Geen racistische oorsprong aangetoond, einde verhaal.
Dat zou te gemakkelijk zijn.
Zwart draagt in Europese taal en cultuur al zeer lang betekenissen die verder gaan dan kleur. We kennen zwarte dagen, zwarte magie, zwartmaken en zwarte markten. Daartegenover staat wit geregeld voor licht, reinheid en onschuld. Die symboliek is ouder dan het moderne Europese kolonialisme. Later konden raciale denkbeelden wel aansluiten bij bestaande tegenstellingen tussen licht en donker, wit en zwart.
Precies daardoor is het begrijpelijk dat mensen tegenwoordig opnieuw naar zulke uitdrukkingen kijken. OneWorld plaatste het zwarte schaap bijvoorbeeld al in 2015 binnen een breder patroon waarin zwart in onze taal geregeld een negatieve betekenis krijgt. Ook internationale richtlijnen voor inclusief taalgebruik adviseren in sommige gevallen om uitdrukkingen als black sheep te vermijden. De Britse National Centre for Atmospheric Science noemt expliciet black sheep en black list als voorbeelden van negatieve uitdrukkingen met zwart.
De discussie bestaat dus werkelijk. Alleen bewijst het bestaan van die discussie nog niets over de historische oorsprong.
Daar gaat het naar mijn idee geregeld mis.
We halen oorsprong, betekenis, bedoeling en effect door elkaar. Een uitdrukking kan eeuwen geleden zonder raciale betekenis zijn ontstaan en vandaag toch een raciale associatie oproepen. Iemand kan een woord zonder enige discriminerende bedoeling gebruiken en een ander kan datzelfde woord onaangenaam vinden. Een goede bedoeling garandeert niet dat een ander zich niet gekwetst voelt, terwijl een ervaren kwetsing evenmin bewijst dat degene die sprak slechte bedoelingen had.
Dat onderscheid lijkt klein. In een gepolariseerde samenleving is het essentieel.
Wanneer wordt rekening houden een veroordeling?
We hebben de afgelopen decennia vaker gezien hoe vertrouwde woorden en culturele gebruiken opnieuw werden bekeken. De negerzoen kreeg een andere naam, rond de Jodenkoek ontstond discussie en Zwarte Piet veranderde op veel plaatsen van uiterlijk. Die voorbeelden hebben ieder een eigen geschiedenis en mogen historisch niet op één hoop worden gegooid. De negerzoen bevatte een directe verwijzing naar zwarte mensen, bij de Jodenkoek ligt de herkomst anders en rond Zwarte Piet speelt een veel complexere historische discussie over voorstelling en raciale beeldvorming.
Hun overeenkomst ligt ergens anders. Ze laten zien dat cultuur voortdurend verandert zodra mensen anders naar bestaande gebruiken gaan kijken.
Daar hoeft op zichzelf niets bedreigends aan te zijn. Cultuur is geen afgesloten verzameling gebruiken die ooit definitief is vastgesteld. Woorden verdwijnen, betekenissen verschuiven en tradities veranderen terwijl generaties nieuwe ervaringen toevoegen aan wat zij hebben geërfd.
De interessantere vraag wordt daarom wanneer rekening houden met elkaar verandert in het moreel veroordelen van elkaar.
Als iemand mij vertelt dat een woord hem raakt, hoef ik niet eerst historisch bewijs van racisme te eisen voordat ik bereid ben daarover na te denken. Wanneer een ander woord hetzelfde kan zeggen en iemand zich daardoor meer gezien voelt, is het redelijk om mij af te vragen wat ik werkelijk verlies door mijn taal aan te passen.
Tegelijkertijd hoeft degene die om die aanpassing vraagt mij geen racistische bedoeling toe te schrijven die ik niet heb. Ook hoeft de geschiedenis niet achteraf te worden aangepast om een hedendaagse keuze te rechtvaardigen. We kunnen vandaag besluiten anders te spreken zonder te beweren dat mensen die gisteren anders spraken daarmee automatisch verkeerd handelden.
Juist daar ontbreekt in maatschappelijke discussies geregeld ruimte.
We lijken eerst schuld te willen vaststellen voordat we rekening met elkaar mogen houden. De ene kant moet aantonen dat een woord fout is, de andere kant verdedigt vervolgens dat zij nooit iets verkeerd heeft bedoeld. Voor we het beseffen praten we niet langer over taal. We verdedigen onszelf tegen het morele oordeel dat we bij de ander menen te horen.
Terwijl het ook eenvoudiger kan.
Een hedendaagse gevoeligheid kan legitiem zijn zonder dat daarmee een racistische oorsprong is bewezen. Een historische oorsprong kan onschuldig zijn zonder dat iedereen een uitdrukking vandaag prettig hoeft te vinden. En iemand kan besluiten zijn taal aan te passen zonder daarmee te erkennen dat het eerdere gebruik verkeerd was.
Dat is geen zwakte van cultuur. Dat is hoe cultuur leeft.
Het zwarte schaap blijkt nog iets anders te vertellen
Er zit nog een andere laag in deze uitdrukking die ik interessant vind. In de sociale psychologie bestaat sinds onderzoek van José Marques, Vincent Yzerbyt en Jacques-Philippe Leyens uit 1988 het zogeheten black sheep effect. Hun experimenten lieten zien dat mensen een onwenselijk lid van hun eigen groep strenger kunnen beoordelen dan een vergelijkbaar lid van een andere groep. Gedrag van iemand uit de eigen groep raakt immers ook aan het beeld dat we van die groep en daarmee van onszelf hebben.
Dat werpt een ander licht op het zwarte schaap.
Van oudsher ligt het oordeel bij de kudde. De groep bepaalt wie afwijkt, wie niet voldoet en wie haar goede naam aantast. Alleen zegt dat oordeel nog niet dat degene die afwijkt daadwerkelijk verkeerd zit. Het vertelt ook iets over de normen van de groep die naar hem kijkt.
Daardoor heeft het zwarte schaap in onze tijd zelfs iets van zijn oude negatieve betekenis verloren. Iemand kan zichzelf zo noemen omdat hij eigen keuzes maakt, familiepatronen doorbreekt of weigert mee te bewegen met wat binnen een groep vanzelfsprekend wordt gevonden. De verschoppeling uit de oude spreekwoorden kan in een andere context degene zijn die zelfstandig is gaan denken.
Daar herken ik mij aanzienlijk beter in.
Ik vind het inmiddels geen vervelende gedachte om het zwarte schaap te zijn. Het zegt dat ik afwijk van een groep waartoe ik behoor of heb behoord, niet dat mijn kleur daarmee de verkeerde is. Ik hoef niet dezelfde kleur te krijgen als de rest om mij prettig te voelen met wie ik ben.
En juist daarin zit een aardige ironie. Ik begon mij af te vragen of de negatieve betekenis van zwart in deze uitdrukking problematisch was en eindig bij een zwart schaap dat ik zelf met enige trots kan dragen.
De mythe en de werkelijkheid
Is ‘het zwarte schaap’ dus een racistische uitdrukking?
Historisch gezien is daar geen overtuigend bewijs voor. Het beeld is eeuwenoud, verwijst naar schapen en sluit aan bij een veel oudere symboliek waarin een donker schaap binnen een witte kudde zichtbaar afweek. De praktische eigenschappen van donkere wol kunnen aan de beeldvorming hebben bijgedragen, al kunnen we de precieze ontstaansgeschiedenis niet met zekerheid reconstrueren.
Daarmee verdwijnt de hedendaagse vraag niet.
We mogen nadenken over woorden die mensen gebruiken en over de gevoelens die zij bij anderen oproepen. We mogen taal veranderen wanneer we daar goede redenen voor zien. We mogen zelfs besluiten een uitdrukking niet langer te gebruiken terwijl we weten dat zij ooit zonder raciale betekenis is ontstaan.
Wat we daarvoor niet nodig hebben, is een geschiedenis die racistischer wordt gemaakt dan zij aantoonbaar was. Evenmin helpt het om iemand die een woord anders ervaart uit te leggen dat zijn gevoel historisch onjuist is en daarom niet meetelt.
Rekening houden met elkaar vraagt iets anders. Het vraagt dat we kunnen luisteren zonder onmiddellijk schuld vast te stellen en kunnen veranderen zonder het verleden te herschrijven.
Het zwarte schaap blijkt daarmee een treffender beeld dan ik vooraf dacht. Eén schaap heeft een andere kleur en onmiddellijk ontstaat de vraag wat die afwijking betekent. Het antwoord wordt uiteindelijk niet uitsluitend bepaald door dat ene schaap. Het wordt minstens zo sterk bepaald door de kudde die ernaar kijkt.
En een samenleving die werkelijk ruimte wil bieden aan verschillen, zou zich zo nu en dan kunnen afvragen waarom ieder schaap eigenlijk dezelfde kleur zou moeten hebben.
Bronnen
Oxford English Dictionary, black sheep / black, adj. and n.
F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, DBNL.
Marques, J.M., Yzerbyt, V.Y. & Leyens, J.-P. (1988), The “Black Sheep Effect”: Extremity of judgments towards ingroup members as a function of group identification, European Journal of Social Psychology.
OneWorld, Zwarte schapen en witte voetjes.
National Centre for Atmospheric Science, richtlijnen inclusief taalgebruik.