Toeval bestaat niet – deel 2:
Een tijd geleden schreef ik tijdens mijn wandeling door Nederland een blog met de titel Toeval bestaat niet!! Het verhaal ontstond uit een reeks gebeurtenissen die ieder afzonderlijk uitstekend als toeval konden worden verklaard en die samen iets begonnen te vormen wat voor mij steeds moeilijker als louter toeval voelde. De ene ontmoeting leidde naar de volgende gebeurtenis, een onverwachte keuze bracht me ergens waar ik anders nooit terecht was gekomen en achteraf leken allerlei losse lijnen elkaar ineens te raken.
Sindsdien is mijn leven verdergegaan. Nieuwe lijnen zijn ontstaan en oude lijnen hebben onverwachte richtingen gekozen. En opnieuw kom ik terecht bij diezelfde vraag. Alleen kijk ik er nu anders naar.
Dit keer gaat het niet over een toevallige ontmoeting onderweg of een merkwaardige opeenvolging van gebeurtenissen. Het gaat over twee mensen die ieder een eigen leven begonnen, op verschillende momenten, duizenden kilometers van elkaar verwijderd, zonder enig idee dat hun levens ooit bij elkaar zouden komen.
Ik ben geboren in september 1972. Mimah in november 1997. Alleen die twee data vertellen al een verhaal.
Toen ik aan mijn leven begon, zou het nog ruim vijfentwintig jaar duren voordat zij werd geboren. Ik kon haar niet eerder ontmoeten. Zij bestond eenvoudigweg nog niet. Terwijl ik opgroeide, volwassen werd, werkte, liefhad, relaties aanging, fouten maakte, keuzes maakte en probeerde uit te vinden wat ik met mijn leven wilde, moest haar leven nog beginnen.
En zelfs toen zij eenmaal geboren was, waren we er nog lang niet.
Zij moest kind zijn en opgroeien. Ik leefde ondertussen verder. Zij moest haar eigen wereld leren kennen, haar eigen ervaringen opdoen en uiteindelijk volwassen worden. We moesten allebei gevormd worden door alles wat een mensenleven vormt. Door liefde en teleurstelling, door mensen die blijven en mensen die verdwijnen, door goede beslissingen en verkeerde afslagen, door geluk, verdriet, verwachtingen en ervaringen waarvan je pas jaren later begrijpt wat ze met je hebben gedaan.
We moesten eerst een leven leven voordat we elkaar konden ontmoeten.
Dat betekent niet dat alles wat eraan voorafging slechts een aanloop was naar elkaar. Zo kijk ik niet naar een mensenleven. Mensen die eerder belangrijk voor ons waren, worden niet minder belangrijk doordat later iemand anders op ons pad komt. Liefde wordt niet achteraf ongeldig omdat een relatie eindigt. Een periode uit je leven verandert niet ineens in een vergissing doordat je jaren later ergens anders terechtkomt.
Ook die levens waren echt. Ook die liefdes waren echt.
De mensen met wie ik mijn leven heb gedeeld waren geen tussenstations op een route die uiteindelijk naar Mimah moest leiden. Zij hadden hun eigen plaats in mijn leven en hebben die nog steeds in mijn levensverhaal. Ik heb liefgehad, ben liefgehad en heb in relaties geluk gekend dat niet achteraf kleiner hoeft te worden gemaakt om mijn liefde van vandaag groter te laten zijn.
Dat geldt des te sterker wanneer ik terugkijk op een liefde waarin uiteindelijk pijn is ontstaan door keuzes die ik zelf heb gemaakt. Dan zou het gemakkelijk en vooral oneerlijk zijn om vanuit het heden terug te kijken en die relatie onderdeel te maken van een verhaal waarin alles kennelijk nodig was om mij uiteindelijk ergens anders te brengen.
Zo wil ik niet naar een ander mens kijken.
Wanneer ik ergens een vergissing moet aanwijzen, ligt die niet in het feit dat zij in mijn leven was. Ook niet in de liefde die we met elkaar deelden. Die vergissing moet ik dan bij mezelf zoeken, in mijn eigen keuzes en in de verantwoordelijkheid die daarbij hoort.
Een nieuwe liefde vraagt niet om het herschrijven van een vorige liefde. Voor mij vraagt zij juist om eerlijkheid tegenover alles wat werkelijk is geweest. Ik hoef mijn liefde van toen niet kleiner te maken om mijn liefde van vandaag groter te laten zijn.
Juist daarom vind ik het fascinerend om naar tijd te kijken zonder het verleden opnieuw te willen schrijven.
We spreken over het ontmoeten van iemand vaak alsof het één gebeurtenis is. Je ontmoette elkaar op een bepaalde dag, via een bepaalde weg, op een bepaalde plek. Daarmee geven we die ontmoeting een beginpunt. Alleen ligt het werkelijke begin veel verder terug. Voor die ene ontmoeting waren duizenden andere momenten nodig. Beslissingen waarvan geen van beiden ooit heeft gedacht dat ze uiteindelijk iets met die ander te maken zouden hebben.
Een keuze om ergens heen te gaan. Een relatie die begon en op zichzelf waardevol was. Een relatie die op enig moment eindigde. Werk dat je aannam. Een reis die je maakte. Een bericht waarop je reageerde. Mensen die kort of jarenlang in je leven aanwezig waren en iets achterlieten. Ervaringen die je veranderden zonder dat je op dat moment wist welke betekenis die verandering later zou krijgen.
Aan beide kanten bestaan duizenden van zulke momenten.
Verander één ervan en de vraag ontstaat of twee levens elkaar nog steeds hadden gevonden. Daar kun je natuurlijk een rationeel antwoord tegenover zetten. We leven met miljarden mensen op deze aarde. Mensen ontmoeten elkaar voortdurend. Achteraf zijn we goed in het ontdekken van patronen en het geven van betekenis aan gebeurtenissen die op het moment zelf volkomen willekeurig leken.
Dat kan allemaal waar zijn. Toch maakt die verklaring het voor mij niet minder bijzonder.
Iets kan statistisch verklaarbaar zijn en persoonlijk bijna onvoorstelbaar voelen. Van al die mensen op aarde moest ik uitgerekend iemand ontmoeten die ruim vijfentwintig jaar na mij werd geboren, duizenden kilometers verderop opgroeide en een leven leidde dat lange tijd werkelijk niets met het mijne te maken had.
Totdat die twee lijnen elkaar raakten.
Alleen bleek zelfs dat nog niet het moment waarop wij werkelijk samen konden komen.
Ik leerde Mimah ongeveer drie jaar voordat onze relatie begon al kennen. Vanaf het begin was er iets in haar dat mij raakte, tegelijk hield ik haar op afstand. Ik duwde haar van mij weg. Het leeftijdsverschil tussen ons speelde daarin voor mij een grote rol. Ruim vijfentwintig jaar is niet zomaar een getal dat ik eenvoudig terzijde kon schuiven. Ik wilde dat ook niet. Zo’n verschil roept vragen op over levensfasen, toekomst, verwachtingen en over wat twee mensen op langere termijn van elkaar kunnen verlangen.
Ik had tijd nodig om die vragen serieus te nemen.
Ook die drie jaren waren geen wachtkamer waarin het werkelijke leven nog moest beginnen. Mijn leven ging door. Ik leefde, had lief, was verbonden met andere mensen en droeg verantwoordelijkheid voor mijn eigen keuzes. Het zou oneerlijk zijn tegenover mensen die in die periode belangrijk voor mij waren om achteraf te doen alsof die jaren uitsluitend nodig waren om uiteindelijk bij Mimah uit te komen.
Een mensenleven laat zich niet zo netjes ordenen.
Wat in diezelfde periode óók gebeurde, was dat ik Mimah steeds opnieuw van mij afhield. Niet omdat zij niet bij mij paste, wel omdat ik zelf nog niet kon aanvaarden dat iemand met wie ik zo’n groot leeftijdsverschil had juist zo goed bij mij kon passen.
Langzaam veranderde daar iets in.
Niet het leeftijdsverschil. Dat bleef precies hetzelfde. Ook de vragen verdwenen niet ineens. Wat veranderde, was mijn bereidheid om eerlijk te kijken naar wat er werkelijk tussen ons bestond. Ik hoefde het getal niet onbelangrijk te maken om te erkennen dat de mens achter dat getal voor mij belangrijk was geworden.
Daarvoor had ik blijkbaar tijd nodig.
Achteraf heeft dat mij iets geleerd wat verder gaat dan onze relatie. Iemand vinden en iemand werkelijk toelaten kunnen twee verschillende gebeurtenissen zijn. Een ontmoeting kan plaatsvinden terwijl je zelf nog niet klaar bent om te begrijpen wat die ontmoeting voor je betekent.
En ook wanneer twee mensen elkaar eenmaal toelaten, ontstaat liefde niet uit één enkel moment. Daarna gebeuren opnieuw allerlei kleine dingen. Je praat verder, wordt nieuwsgierig en vertelt iets over jezelf. De ander luistert. Er groeit vertrouwen. Je lacht samen, ontdekt overeenkomsten en leert omgaan met verschillen. Langzaam verandert iemand die ooit een vreemde was in iemand die onderdeel wordt van je leven.
Ergens onderweg gebeurt vervolgens iets merkwaardigs. Iemand van wie je ooit het bestaan niet kende, voelt ineens vertrouwd.
Dat is wat ik bij Mimah heb ervaren.
Er is een lied dat al langere tijd bij ons hoort: I Found You When I Needed You Most van Bronze Music. Het raakt mij iedere keer opnieuw en het is ook voor Mimah een bijzonder lied geworden.
De woorden needed you most zouden gemakkelijk kunnen klinken alsof de ene mens de andere nodig had om gered te worden. Zo ervaar ik ze niet. Ik had vóór Mimah een leven. Een lang en vol leven. Zij had eveneens haar leven. Geen van ons zat ergens stil te wachten totdat de ander eindelijk verscheen.
Juist daarin zit voor mij de betekenis.
We moesten eerst de mensen worden die elkaar konden ontmoeten en vervolgens moesten we blijkbaar ook nog de mensen worden die elkaar werkelijk konden toelaten.
Als onze levens elkaar op een ander moment hadden kunnen kruisen, hadden we andere versies van elkaar ontmoet. Ik was twintig jaar geleden niet dezelfde man die ik nu ben. Mimah was jaren geleden niet dezelfde vrouw die zij nu is. Alles wat we hebben meegemaakt heeft iets toegevoegd aan wie we uiteindelijk tegenover elkaar aantroffen.
Daarom betekent needed you most voor mij niet dat ik zonder haar niet kon leven. Het betekent dat zij op een moment in mijn leven kwam waarop ik uiteindelijk in staat was te herkennen wat zij voor mij kon betekenen. En zij kon in mij iets herkennen doordat ook zij haar eigen weg had afgelegd.
Er zit nog een regel in dat lied die mij diep raakt: “Just a way to bring me home.”
Tijdens onze drie weken samen in Kenia heb ik ervaren wat die woorden voor mij betekenen.
Je zou denken dat je, wanneer je duizenden kilometers reist en slechts drie weken samen hebt, iedere dag iets wilt ondernemen. Kenia ontdekken, eropuit trekken, plaatsen bezoeken en zoveel mogelijk uit die beperkte tijd halen. Laatst heb ik eens teruggekeken naar wat we werkelijk hebben gedaan. Van die drie weken waren we ongeveer een derde van de dagen op stap.
De rest waren we gewoon thuis: Samen!
Niet omdat er niets te beleven viel. Ook niet omdat we geen zin hadden om iets te ondernemen. We bleken eenvoudigweg niet voortdurend iets nodig te hebben om onze tijd samen waarde te geven. Geen programma dat afgewerkt moest worden en geen dagelijkse bestemming die bewees dat we onze tijd goed besteedden. We konden samen thuis zijn en daarmee was de dag al waardevol.
Achteraf realiseer ik me hoe bijzonder juist dat is.
Thuis bleek op dat moment geen geografische aanduiding. Het was Nederland niet en het was Kenia evenmin. Thuis ontstond waar ik niet langer het gevoel had dat ik ergens anders zou moeten zijn.
Daarmee begrijp ik ook een andere zin uit het lied beter: “I was lost until I found you.”
Was ik vóór Mimah werkelijk verdwaald?
Zo zou ik mijn leven nooit willen beschrijven. Alles wat eraan voorafging hoort bij mij. De liefdes die ik heb gekend, de mensen die belangrijk voor mij zijn geweest, mijn reizen, mijn keuzes, mijn fouten, mijn geluk en mijn verdriet verliezen hun betekenis niet doordat ik later iemand anders ontmoette.
Sterker nog, ik wil ervoor waken dat het woord lost mensen uit mijn verleden tekortdoet. Alsof ik tijdens al die jaren slechts doelloos ronddwaalde en mijn werkelijke leven pas begon toen Mimah verscheen. Dat zou geen recht doen aan mijn leven en al helemaal niet aan de mensen die een deel daarvan met mij hebben gedeeld.
Ik was niet verloren omdat eerdere liefdes verkeerd waren. Ik was niet onderweg naar Mimah terwijl andere mensen toevallig een tijdje met mij meeliepen. Zo eenvoudig en zo zelfgericht wil ik mijn geschiedenis niet maken.
Toch begrijp ik inmiddels wat die woorden voor mij persoonlijk betekenen.
Je kunt een leven leiden dat werkelijk waarde heeft en toch later een vorm van thuiskomen ontdekken die je daarvoor nog niet kende. Het nieuwe maakt het oude niet onwaar. Het voegt iets toe wat er eerder eenvoudigweg nog niet was.
Pas wanneer je ergens aankomt, kan de afgelegde weg daardoor een andere betekenis krijgen. Niet omdat die weg verkeerd was, wel omdat je ontdekt dat er nog een bestemming bestond waarvan je niet wist dat je haar zocht.
Dat is voor mij het lost uit dat lied. Niet verloren in de betekenis van hulpeloos of richtingloos. Het is het achteraf herkennen van een gevoel waarvoor ik vroeger nog geen bestemming kende.
En dan kom ik opnieuw uit bij die oude gedachte over toeval.
Ik geloof nog steeds dat toeval niet bestaat. Eigenlijk heeft alles wat sindsdien is gebeurd die overtuiging alleen maar sterker gemaakt. Tegelijk geloof ik niet dat ons leven voorbestemd is. Voor mij zijn dat geen twee tegenovergestelde mogelijkheden, alsof alles óf toevallig gebeurt óf vooraf al vastligt.
Een leven ligt niet klaar om door ons uitgevoerd te worden. We maken keuzes, iedere dag opnieuw. We kiezen voor mensen en nemen afstand van anderen. We zeggen ja en zeggen nee. We blijven, vertrekken, spreken, zwijgen, houden vast en laten los. We maken keuzes waar we trots op zijn en keuzes waarvan we later beseffen dat we een ander daarmee pijn hebben gedaan. Ook niets doen is uiteindelijk een keuze, met gevolgen die net zo werkelijk kunnen zijn. Iedere keuze verandert iets aan wat daarna mogelijk is, dat is voor mij de reden waarom toeval niet bestaat.
Niet iedere gebeurtenis is vooraf bepaald, maar iedere gebeurtenis ontstaat in een werkelijkheid die mede gevormd is door alles wat eraan voorafging. Door onze keuzes, door de keuzes van anderen, door omstandigheden waarop we geen invloed hadden en door wat wij vervolgens met die omstandigheden deden. Het ene moment opent een mogelijkheid voor het volgende, waarna wij opnieuw moeten bepalen wat we daarmee doen.
Mijn ontmoeting met Mimah was in die zin geen eindbestemming die al ergens op mij lag te wachten. Wij hadden elkaar kunnen mislopen. En zelfs toen we elkaar hadden gevonden, hadden we elkaar nog steeds kunnen verliezen. Ik hield haar lange tijd op afstand. Zij had op enig moment kunnen besluiten dat het genoeg was geweest. Ik had kunnen blijven vasthouden aan mijn overtuiging dat ruim vijfentwintig jaar leeftijdsverschil een grens was die ik niet wilde oversteken.
Dat gebeurde echter niet. En dat was niet omdat ergens geschreven stond dat wij uiteindelijk samen zouden komen. Het gebeurde doordat levens zich ontwikkelden en wij daarin keuzes maakten. Keuzes die weer nieuwe situaties creëerden, waarin opnieuw iets van ons werd gevraagd.
Daarom wil ik ook niet achteraf zeggen dat alles wat eraan voorafging nodig was om uiteindelijk bij Mimah terecht te komen. Daarmee zou ik alsnog van mijn leven een voorbestemd verhaal maken en mensen reduceren tot schakels in een keten waarvan ik nu toevallig het einde denk te kennen.
Zo werkt het voor mij niet. De liefdes die eraan voorafgingen waren geen voorbereiding op Mimah. Ze waren liefde! De mensen die mijn leven deelden waren geen tussenstations. Ze waren mensen van wie ik heb gehouden en die van mij hebben gehouden. De keuzes die ik maakte waren echte keuzes en de fouten die ik maakte hadden echte gevolgen waarvoor ik zelf verantwoordelijkheid draag.
Ook die jaren wil ik niet achteraf veranderen in een noodzakelijke omweg. Ze waren leven. Met echte mensen, echte gevoelens, echte liefde, echte verantwoordelijkheid en ook fouten die van mij waren. Dat alles mag naast elkaar bestaan!!
Juist daarin zit voor mij de betekenis van toeval bestaat niet. Niet dat alles moest gebeuren zoals het gebeurde, wel dat wat wij doen ertoe doet. Iedere keuze neemt iets mee naar morgen. Iedere ervaring verandert iets aan wie wij zijn wanneer de volgende keuze zich aandient. Zo ontstaat een levenspad terwijl we het bewandelen, zonder dat iemand ons vooraf heeft verteld waar het eindigt.
En ergens op dat pad kruisten twee levens elkaar die ruim vijfentwintig jaar na elkaar waren begonnen en duizenden kilometers van elkaar vandaan waren opgegroeid.
We vonden elkaar.
Daarna hadden we nog drie jaar en vele keuzes nodig om werkelijk bij elkaar te komen.
En uiteindelijk zat ik duizenden kilometers van de plek waar ik geboren ben samen met Mimah gewoon thuis. Niet op zoek naar iets wat we nog moesten zien. Niet bezig met alles wat we nog moesten doen. We waren gewoon samen, zonder het gevoel dat we ergens anders moesten zijn.
Toen begreep ik iets wat ik daarvoor niet op die manier had gekend.
We hadden elkaar niet eerder hoeven vinden. En toen we elkaar eenmaal hadden gevonden, hoefden we ook niet onmiddellijk klaar te zijn voor wat daaruit kon ontstaan. Alles wat daarvoor kwam hoeft niet kleiner te worden om waarde te geven aan wat er nu is. Liefde hoeft een vorige liefde niet uit te wissen om echt te kunnen zijn. En een fout die ik zelf heb gemaakt, hoeft nooit bij een ander te worden neergelegd om mijn eigen levensverhaal kloppend te krijgen.
Niets daarvan was een vooraf geschreven route naar elkaar.
Het waren twee levens die werkelijk geleefd werden, met alle vrijheid en verantwoordelijkheid die daarbij horen. Twee levens waarin iedere keuze weer invloed had op wat daarna mogelijk werd. Voorbestemd was het niet, echt toeval was het evenmin.
We moesten allebei leven, liefhebben, groeien, verliezen, leren, kiezen en verantwoordelijkheid dragen voor onze eigen keuzes.
We moesten eerst ons leven leven voordat we samen thuis konden komen.