Wie krijgt een naam in onze geschiedenis

Normaal gesproken verschijnt op woensdag een blog over onderwijs. Die stond ook voor vandaag gepland. Toch voelt het niet goed om die vandaag te publiceren. Morgen krijgt dat onderwerp de aandacht die het verdient. Vandaag wil ik stilstaan bij een gebeurtenis die vijftien jaar geleden diepe littekens achterliet in Noorwegen en die nog altijd iets belangrijks vertelt over onze samenleving.

Op 22 juli 2011 werden in Oslo en op Utøya zevenenzeventig mensen vermoord. Het waren kinderen, jongeren en volwassenen met dromen, plannen en een toekomst die hen werd ontnomen. Vijftien jaar later wordt in Noorwegen nog altijd herdacht. Niet vanuit wraak, niet vanuit sensatie, en evenmin vanuit de behoefte om de dader centraal te stellen. De aandacht blijft gericht op de mensen die hun leven verloren en op de waarden die met hen werden aangevallen.

Dat raakte mij al toen ik anderhalf jaar geleden Noorwegen bezocht. Ik merkte hoe zorgvuldig men met deze geschiedenis omgaat. In nieuwsberichten, documentaires en herdenkingen wordt de naam van de terrorist nauwelijks nog uitgesproken. Hij krijgt geen podium meer. Geen plaats in de herinnering waar hij zelf zo nadrukkelijk naar verlangde. De geschiedenis draait niet om degene die haat bracht. Zij draait om de mensen die werden geraakt door die haat.

Dat is een opmerkelijke keuze.

In een tijd waarin geweld vaak automatisch leidt tot eindeloze aandacht voor de dader, kiest Noorwegen bewust een andere weg. Die keuze kreeg onlangs opnieuw vorm met de opening van een nieuw nationaal monument in Oslo. Op het monument staan de namen van alle zevenenzeventig slachtoffers. Iedere naam vertegenwoordigt een mens, een familie, een leven dat ertoe deed. Niet één naam ontbreekt nog. De herinnering is daarmee eindelijk compleet geworden.

Het monument toont een kleine vogel die ook op Utøya voorkomt. Een kwetsbaar dier dat tegelijkertijd kracht uitstraalt. Het beeld voelt bijna eenvoudig, alsof juist eenvoud het meest passende antwoord is op een gebeurtenis die nauwelijks te bevatten valt. Geen indrukwekkend machtsvertoon, geen monument dat overweldigt. Alleen een stille uitnodiging om stil te staan bij mensenlevens.

Juist daarin schuilt voor mij een belangrijke les.

Samenlevingen laten door hun monumenten zien wat zij belangrijk vinden. Sommige monumenten verheerlijken macht of overwinning. Andere herinneren ons aan verdriet, verlies en verantwoordelijkheid. Dit monument kiest heel bewust voor de mens. Voor namen. Voor gezichten. Voor verhalen.

Die keuze raakt aan een bredere vraag die vandaag misschien wel actueler is dan ooit.

Hoe ontstaat een samenleving waarin geweld uiteindelijk denkbaar wordt?

Het antwoord begint zelden bij een wapen. Het begint veel eerder. Het begint bij woorden. Bij taal die groepen mensen steeds vaker tegenover elkaar zet. Bij het voortdurend aanwijzen van mensen die anders zijn als oorzaak van maatschappelijke problemen. Bij het langzaam verschuiven van grenzen van wat normaal gevonden wordt.

Dat proces verloopt bijna altijd geleidelijk. Een grap die nét iets verder gaat. Een politieke uitspraak die net iets harder klinkt dan gisteren. Een vijandbeeld dat steeds vaker terugkeert. Iedere afzonderlijke stap lijkt klein. Gezamenlijk veranderen ze het klimaat waarin mensen naar elkaar kijken.

Juist daarom dragen politici, opiniemakers en iedereen met een publiek podium een bijzondere verantwoordelijkheid. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed binnen een democratie. Die vrijheid vraagt tegelijkertijd om het besef dat woorden gevolgen hebben. Taal kan mensen dichter bij elkaar brengen. Taal kan ook wantrouwen voeden en verdeeldheid versterken.

Dat betekent niet dat scherpe politieke discussies vermeden moeten worden. Democratie leeft juist van verschillen van inzicht. Tegenspraak houdt een samenleving gezond. Het verschil ontstaat op het moment dat ideeën plaatsmaken voor vijandbeelden en mensen steeds vaker worden gereduceerd tot een label of een afkomst. Vanaf dat punt verdwijnt langzaam de nieuwsgierigheid naar de ander. De mens achter de mening raakt uit beeld.

Misschien ligt daarin wel de grootste kracht van de Noorse manier van herdenken.

Door de dader geen plaats meer te geven in het publieke verhaal, verschuift alle aandacht naar degenen die werkelijk herinnerd moeten worden. Hun namen blijven klinken. Hun levens blijven betekenis houden. Hun dromen blijven onderdeel van onze geschiedenis.

Ik denk dat iedere samenleving zichzelf die vraag regelmatig zou moeten stellen.

Aan wie geven wij onze aandacht?

Aan degene die haat verspreidt, of aan degenen die menselijkheid blijven vertegenwoordigen?

Geschiedenis wordt uiteindelijk geschreven door de verhalen die wij blijven vertellen. De keuze welke namen wij blijven noemen, zegt misschien nog wel meer over onszelf dan over het verleden dat wij herdenken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.