De Russen houden ook van hun kinderen

In 1985 bracht Sting het nummer “Russians” uit. De Koude Oorlog was geen historisch hoofdstuk, maar dagelijkse realiteit. Er stonden kernkoppen gericht op steden. Er waren schuilkelders, noodplannen, kaarten met cirkels van vernietiging. Kinderen leerden op school wat ze moesten doen bij een nucleaire aanval. De dreiging was geen metafoor, maar tastbaar.

En midden in die tijd zong Sting geen politiek pamflet. Hij koos geen kamp. Hij analyseerde geen machtsblokken. Hij zong over iets wat tegelijk zo klein en zo allesomvattend is dat het bijna te simpel klinkt: de liefde van ouders voor hun kinderen.

Ik was nog jong toen ik het nummer voor het eerst hoorde. De melodie droeg iets plechtigs in zich, iets breekbaars. Alsof hij niet alleen een lied zong, maar een vraag stelde. Een hoop uitsprak die hij zelf ook niet kon bewijzen.

What might save us, me and you, is that the Russians love their children too

Geen zekerheid. Geen garantie. Alleen een mogelijkheid. Een menselijk aanknopingspunt in een wereld die zichzelf kon vernietigen. Die vernietiging kwam er niet. De wereld is veranderd, regimes zijn gevallen, grenzen zijn verschoven. De Muur in Berlijn staat niet meer. Maar als ik het lied nu luister, raakt het me misschien wel meer dan toen.

Niet omdat de dreiging van een kernoorlog het dagelijks gesprek is. Niet omdat wereldleiders elkaar openlijk uitdagen – hoewel ook dat gebeurt. Wat mij vandaag de dag raakt, is iets anders. Iets dat dichterbij voelt. De manier waarop we elkaar steeds vaker benaderen als tegenstander in plaats van als medemens.

Ik zie het in discussies over migratie, over geloof, over identiteit. Ik zie hoe snel we spreken over “zij” en hoe vanzelfsprekend “wij” wordt. Hoe makkelijk mensen worden teruggebracht tot statistiek, tot probleem, tot dreiging. Hoe woorden soms al het voorwerk doen dat ontmenselijking nodig heeft.

En dan denk ik aan die zin van Sting.”We share the same biology, regardless of ideology

Wat betekent dat eigenlijk, in deze tijd? Dat we allemaal bloed hebben dat stroomt. Dat we allemaal wakker liggen als ons kind ziek is. Dat we allemaal hopen dat onze zoon of dochter veilig thuiskomt. Dat de angst van een moeder in Moskou niet wezenlijk verschilt van die van een moeder in Rotterdam. Dat de vader die zijn kind vasthoudt in een opvangcentrum hier, dezelfde spanning in zijn borst voelt als iedere andere ouder die vreest voor de toekomst.

We spreken vaak over “gelukszoekers” alsof het een beschuldiging is. Maar wie van ons is dat niet? Wie van ons probeert niet, op zijn eigen manier, een veilig en betekenisvol leven te bouwen? Wij hier in Nederland, met onze stabiliteit en onze zorgen over huizenprijzen en zorgkosten. De vluchteling die hier aankomt, na geweld of uitzichtloosheid, met niets anders dan de hoop dat zijn kinderen niet hoeven te leven in angst. Het verlangen is hetzelfde, ook al is de context anders.

Natuurlijk zijn er verschillen. Cultureel, religieus, historisch. Natuurlijk zijn er spanningen. Natuurlijk moeten we grenzen stellen waar dat nodig is. Maar als we beginnen vanuit wantrouwen, vanuit het idee dat de ander fundamenteel anders of minder is, dan verliezen we precies datgene wat ons kan redden.

Sting schreef zijn lied in een tijd waarin twee machtsblokken elkaar als existentiële vijanden zagen. Hij durfde te hopen dat onder die lagen van ideologie iets diepers lag: menselijkheid. Niet romantisch, niet naïef, maar basaal. Biologisch bijna.

Dat is vandaag opnieuw onze opdracht. Niet om verschillen weg te poetsen. Niet om alles goed te praten. Maar om te weigeren de ander te reduceren tot karikatuur. Om achter iedere mening een mens te blijven zien. Achter iedere mens een verhaal. En achter ieder verhaal een kind dat wordt vastgehouden.

Als we ons dat werkelijk zouden realiseren, als we elkaar zouden blijven benaderen vanuit die gedeelde kwetsbaarheid, dan verschuift er iets. Dan wordt het debat minder een gevecht en meer een zoektocht. Dan wordt politiek weer wat het zou moeten zijn: een manier om samen te leven, niet om elkaar uit te sluiten.

Wat ons kan redden, mij en jou, is misschien nog steeds hetzelfde als in 1985.

Dat wij allemaal van onze kinderen houden!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.