Wanneer woorden olie op het vuur zijn

Over framing, verantwoordelijkheid en de uitspraken van Annabel Nanninga bij Nieuws van de Dag

Een politieagent wil een moslima arresteren, maar zij verzet zich. In het filmpje zien we de agent verwikkeld in een soort gevecht met twee vrouwen. Alle context ontbreekt. Toch wordt de agent online en offline belaagd. Door veel mensen – niet alleen moslims.

Dat is natuurlijk belachelijk en op geen enkele manier goed te praten. Laat dat helder zijn. Bedreigingen aan het adres van een agent en zijn gezin zijn onacceptabel. Punt.

Maar daar stopt het verhaal niet.

Want hoe we over zo’n gebeurtenis spreken, doet ertoe. Woorden creëren richting. Frames bepalen wie dader is en wie slachtoffer. En precies daar gaat het mis.

In het programma wordt gesteld dat “islamitische jeugd” massaal “in het geweer” komt, dat zij ineens hun “zusters” willen beschermen, terwijl vrouwen zonder sluier volgens Annabel Nanninga normaal gesproken juist door “dat soort mensen” worden belaagd. Vervolgens wordt geconcludeerd: straat is de baas. Filmen is intimideren. Plaatsen is intimideren. Ophitsen is intimideren.

En ja – online ophitsing ís intimiderend. Het delen van contextloze beelden kan gevaarlijk zijn. Maar wat hier gebeurt, is iets anders. Hier wordt een hele groep neergezet als één blok. “Islamitische jeugd.” “Dat soort mensen.” Alsof het een homogene massa betreft met één moreel kompas, één gedragspatroon, één agenda.

Dat is geen analyse. Dat is framing.

Het is precies deze manier van spreken die de samenleving verder opdeelt. Niet door te benoemen wat individuen doen – maar door identiteit centraal te zetten. Niet door gedrag te veroordelen – maar door groepen te labelen. Wat mij daarin raakt, is de achteloosheid waarmee wordt gesuggereerd dat moslimjongeren alleen opkomen voor vrouwen als ze gesluierd zijn. Alsof solidariteit per definitie hypocriet is wanneer zij wordt geuit door mensen met een islamitische achtergrond. Alsof verontwaardiging automatisch verdacht wordt zodra die uit “de verkeerde hoek” komt.

Dat is niet alleen ongenuanceerd. Dat is gevaarlijk. Want hiermee verleg je de aandacht van wat werkelijk telt:

– Wat was de aanleiding van de arrestatie?
– Wat gebeurde er vóór dit fragment?
– Wie verspreidde de beelden, en met welk doel?
– En waarom reageren mensen zo fel?

Die vragen verdwijnen volledig. In plaats daarvan krijgen we een cultureel wij-zij-verhaal geserveerd. En precies dát voedt polarisatie.

Wat hier belangrijk is om te benoemen, is dat er geen keuze hoeft te worden gemaakt tussen twee kampen. Je hoeft niet óf achter de agent te staan óf kritisch te zijn op de woorden van Annabel Nanninga. Die twee kunnen – en mógen – naast elkaar bestaan. Het bedreigen van een politieagent en zijn gezin is onacceptabel. Daar bestaat geen discussie over. Wie iemand opjaagt, intimideert of tot onderduiken dwingt, overschrijdt een grens. Punt.

Maar tegelijk mag je ook benoemen dat de manier waarop politici en media hierover spreken invloed heeft op hoe mensen reageren. Woorden doen iets. Ze vergroten emoties, zetten groepen tegenover elkaar, bevestigen beelden die al leven. Wanneer een politicus hele groepen aanduidt met termen als “islamitische jeugd” of “dat soort mensen”, verschuift de aandacht van individueel gedrag naar collectieve schuld. Dan wordt niet meer gekeken naar wat concrete personen doen, maar naar wie ze zijn.

En precies dát werkt polariserend.

Dus ja: je kunt het geweld en de bedreigingen veroordelen – én tegelijkertijd zeggen dat generaliserende taal olie op het vuur gooit. Dat is geen tegenstrijdigheid. Dat is verantwoordelijkheid nemen voor het geheel. Want spanningen ontstaan niet in een vacuüm. Ze groeien in een klimaat waarin gebeurtenissen worden geframed als culturele strijd, waarin wij-zij-denken wordt versterkt, en waarin nuance plaatsmaakt voor soundbites.

Wie werkelijk geeft om veiligheid – van agenten én van burgers – moet niet alleen agressief gedrag afwijzen, maar ook kritisch durven zijn op de woorden die dat klimaat voeden. Dat is wat leiderschap vraagt: niet harder roepen, maar zorgvuldiger spreken. Leiderschap vraagt om precisie. Om verantwoordelijkheid in taal. Om het vermogen om spanning te dempen in plaats van op te voeren. Niet om snelle soundbites die goed scoren bij een achterban, maar groepen verder uit elkaar trekken. Wat hier ontbreekt, is menselijkheid.

Geen oog voor het gezin van de agent én geen oog voor hoe generaliserende uitspraken hele gemeenschappen onder verdachtmaking plaatsen. Geen poging tot verbinden. Alleen bevestiging van bestaande tegenstellingen.

En dat is wederom een pijnlijke constatering van het verschrikkelijke gedrag van JA21.

Want uiteindelijk winnen niet “zij” of “wij”.
Alleen de verdeeldheid wint.

En precies dát is koren op de molen van radicaal en extreem rechts.

De vraag is niet wie hier gelijk heeft.
De vraag is: wie stopt deze dynamiek?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.