Na een rustdag is het altijd even schakelen. ’s Ochtends belt mijn vriendin vanuit Ethiopië. Haar reis is op een heel andere manier intensief, maar gelukkig kan ze vandaag uitrusten in een comfortabele hotelkamer. Het doet me goed te weten dat ze veilig is, terwijl ik mijn schoenen weer aantrek voor de volgende etappe.
Na een ontbijt met Marcello – een fijne ontmoeting die nog nagalmde in de ochtend. En dan ook nog die reacties in de krant, wat een dag – Zo vertrek ik fris en vol energie. Twintig kilometer voor de boeg, met tegen het einde de beruchte Duivelsberg. Voor nu is het vlak en heerlijk wandelweer.
Na vijf kilometer neem ik een eerste pauze. Ik ontmoet Wieke en Joep. Wieke loopt het Pieterpad in 26 dagen verspreid over een jaar, een manier om tijd voor zichzelf te maken naast haar drukke bestaan als ondernemer. Vandaag loopt Joep, een vriend uit Arnhem, met haar mee. Als ik mijn verhaal deel, willen ze me iets lekkers geven. Maar ik heb genoeg. “Volg en deel mijn verhaal,” vraag ik. “Dat zou mijn mooiste cadeau zijn.”
Tijdens de lunch, net over de Duitse grens, schuift een echtpaar uit………. Apeldoorn (daar kom ik dus ook gewoon vandaan) aan. Ook zij wandelen stukjes van het Pieterpad. Ze hebben hem al eens helemaal gelopen,maar als ze in de buurt zijn lopen ze graag weer even een etappe. Ze lopen daarnaast ook al het Limespad. Het vele wandelen heeft voor meneer zijn vruchten afgeworpen. Bijeen operatie een tijdje terug, waren de doktoren positief verrast over de conditie. Dat is een van de grote voordelen, veel blijven bewegen: “Het is overal goed voor, en niet in de laatste plaats ook voor het hoofd”, stellen zij terecht! Hun enthousiasme is herkenbaar. Ze willen me wat toestoppen, maar ook hier kies ik liever voor het delen van mijn verhaal.
En dan is daar de Duivelsberg. De naam klopt: een pittige trapachtige klim. Hier ontmoet ik een vrouw die me waarschuwt dat ik bijna verkeerd loop. We hebben elkaar al meerdere malen gekruisd en ingehaald op ons pad, maar nu raken we in gesprek. Ze vertelt dat ze wandelt ter nagedachtenis aan haar veel te jong overleden broer. Haar man fietst en fungeert als taxi. Het raakt me hoe ze elkaar de ruimte geven, samen en toch los van elkaar. “Samen lopen is mooi,” denk ik. “Elkaar (af en toe) loslaten is liefde.”
Even later kom ik de studente weer tegen. Ik dacht dat ze ondertussen een dag voor me uitliep, maar niet dus. Het gaat goed met haar, dat vind ik fijn om te horen. We lopen een tijdje samen en in Groesbeek nemen we afscheid. Zij wordt zo opgehaald door haar ouders. Ik voel dat ik ook dat heel mooi vind.
Daarna zoek ik een plek om te eten en te overnachten. Bij Pandje 4 voelt het meteen goed. De eigenaar, Dennis, blijkt in 2019 te zijn gestart en vertelt hoe zwaar corona was. Zijn personeel werkte in die tijd vrijwillig, zonder salaris, om het bedrijf draaiende te houden. Dat zegt alles over de menselijkheid en het vertrouwen dat hij uitstraalt. “Het personeel is het belangrijkste wat ik heb,” zegt hij trots. En die trots is terecht.
Op het terras raak ik aan de praat met een man, laat ik hem Marc noemen. Hij spreekt lovend over mijn tocht en vertelt zelf betrokken te zijn bij een goed doel in Gambia. Het gesprek is luchtig en soms zelfs humoristisch. Als mijn eten komt – werkelijk het lekkerste tot nu toe, Dennis overtreft alles – lijkt de avond compleet.
Toch krijgt de dag nog een wending. Wanneer Marc’s dochter en een buurvrouw aanschuiven, draait zijn houding plots. Waar hij mij eerder met lof overspoelde, noemt hij me nu een nietsnut. Ik besluit hem niet te confronteren, zeker niet in het bijzijn van zijn dochter. Het kost me energie, maar ik laat het los. Misschien is het een les, misschien slechts een bevestiging dat sommige wolven zich hullen in schaapskleren.
Gelukkig eindigt de dag in rust. In Hotel Wolfsberg vind ik een prachtige plek met uitzicht. Na een douche zit ik in de bar mijn blog bij te werken. Morgen wacht een kortere etappe van vijftien kilometer. Dat moet lukken.