Twintig kilometer menselijkheid

Een ervaring hoeft niet altijd direct haar volledige betekenis prijs te geven. In juli schreef ik over een nacht waarin mijn auto het begaf en ik onverwacht afhankelijk werd van anderen om uiteindelijk thuis te komen. Destijds bleef vooral hangen hoe systemen en procedures op een gegeven moment hun grens bereiken en mensen vervolgens het verschil kunnen maken. Inmiddels zijn we maanden verder en merk ik dat één klein onderdeel van die nacht nog steeds af en toe in mijn gedachten terugkomt.

Waarschijnlijk komt dat doordat het zo dicht bij mijn eigen werk ligt.

Ik ben zelf taxichauffeur, al ziet mijn werk er anders uit dan dat van de chauffeur die je belt wanneer je na een avond uit naar huis wilt, op het station staat of ergens met autopech strandt. Mijn dagelijkse werk ligt voornamelijk in het groepsvervoer. Toch delen we hetzelfde vak en dezelfde verantwoordelijkheid: iemand stapt bij ons in en vertrouwt erop dat wij hem of haar veilig naar een bestemming brengen.

Die nacht zat ik ineens aan de andere kant.

Nadat mijn auto het had begeven en uiteindelijk veilig op een goed verlichte parkeerplaats stond, moest ik vanaf Steenwijk nog naar huis in Ruinen. Ongeveer twintig kilometer. Geen wereldreis, zeker niet voor iemand die beroepsmatig heel wat kilometers maakt. Midden in de nacht, zonder eigen vervoer, voelt zo’n relatief korte afstand ineens heel anders.

Ik begon verschillende taxibedrijven te bellen. Een bedrijf wekte online de indruk volop beschikbaar te zijn. Aan de telefoon bleek alleen een voicemail te wachten met de mededeling dat het bedrijf gesloten was. Een ander bedrijf nam wel op. Twee jonge mannen hadden hoorbaar plezier met elkaar en mijn vraag om vervoer leek onderdeel te worden van hun nachtelijke joligheid. De ritprijs ging van tachtig euro naar honderd euro en vervolgens weer terug. Uiteindelijk heb ik vriendelijk bedankt.

Achteraf vind ik vooral interessant waarom.

Het bedrag speelde daarin nauwelijks een rol. Ik had op dat moment eenvoudigweg geen vertrouwen meer in de rit. Dat is een opmerkelijke ervaring wanneer je zelf chauffeur bent. Ineens voel je aan de andere kant hoe snel vertrouwen ontstaat en hoe snel het ook kan verdwijnen. Nog voordat er één kilometer gereden is, heeft een chauffeur of taxibedrijf al invloed op de manier waarop een passagier de komende rit ervaart.

Via WhatsApp kwam ik uiteindelijk in contact met Wim Janz. Zijn antwoord was helder. Hij was nog onderweg met een andere rit en verwachtte dat het ongeveer anderhalf uur zou duren voordat hij mij kon ophalen. Dat was langer dan ik had gehoopt en hij liep met die eerlijkheid zelfs het risico dat ik verder zou zoeken. Toch gaf juist zijn antwoord rust. Ik wist waar ik aan toe was.

Uiteindelijk stond hij aanzienlijk eerder voor mijn neus dan hij zelf had verwacht.

Daarmee gebeurde iets interessants. Een voorspelde wachttijd van anderhalf uur werd geen teleurstelling, de werkelijkheid werd een positieve verrassing. Wim had niets beloofd wat hij niet zeker wist. Hij had ruimte genomen in zijn verwachting en leverde uiteindelijk meer dan hij had toegezegd. Dat is verwachtingsmanagement in een heel eenvoudige vorm, zonder ingewikkelde theorie of training.

Toch was het niet alleen zijn aankomsttijd die mij is bijgebleven. Het was vooral zijn houding. Hij informeerde hoe het met mij ging, luisterde naar het verhaal van de autopech en leefde mee met alles wat daarna nog geregeld moest worden. We hadden een prettig gesprek en een kleine twintig minuten later zette hij mij veilig thuis af.

Tijdens die kilometers keek ik niet alleen als passagier naar de chauffeur voor mij. Ik keek ook als collega.

Dat maakt deze herinnering voor mij interessant binnen Taxi Life. Ik rijd zelf voornamelijk groepsvervoer en mijn dagelijkse praktijk verschilt behoorlijk van het gewone taxivervoer. Toch ligt onder die verschillende vormen van vervoer dezelfde menselijke werkelijkheid. Een passagier stapt nooit alleen met een bestemming in.

Een kind dat naar school wordt gebracht, neemt zijn ochtend mee de auto in. Iemand die naar een ziekenhuis rijdt, kan onzekerheid meenemen. Een reiziger die zijn aansluiting probeert te halen, brengt haast mee. Iemand die midden in de nacht met autopech staat, neemt vermoeidheid en zorgen mee. Als chauffeur kennen we lang niet altijd het hele verhaal en dat hoeft ook niet. Voor een klein stukje van dat verhaal zitten we wel samen in dezelfde auto.

Daar ligt voor mij een belangrijk deel van ons vak.

Veilig rijden, op tijd komen, de juiste route kiezen en afspraken nakomen vormen vanzelfsprekend de professionele basis. Toch herinneren passagiers zich lang niet altijd welke route we hebben genomen of hoeveel minuten een rit precies duurde. Ze herinneren zich vaak wel hoe zij zich onderweg voelden.

Dat kan zitten in een gesprek en net zo goed in het aanvoelen dat iemand behoefte heeft aan stilte. Het kan zitten in eerlijk zeggen dat iets langer duurt dan gehoopt, in plaats van een tijd te beloven die waarschijnlijk niet haalbaar is. Het kan zitten in belangstelling die niet ingestudeerd voelt en in het besef dat degene achter je op dat moment voor een deel afhankelijk is van jouw houding.

Maanden na die nacht is dat uiteindelijk wat van die twintig kilometer is blijven hangen.

Niet de autopech zelf en ook niet de vraag hoe ik uiteindelijk thuiskwam. Wat bleef, was het besef hoe bijzonder het is om ons eigen vak een keer vanaf de andere stoel te ervaren. Ik voelde hoe snel vertrouwen kan verdwijnen wanneer je niet serieus genomen wordt en hoe eenvoudig een chauffeur datzelfde vertrouwen kan opbouwen door helder, betrouwbaar en menselijk te zijn.

Sindsdien neem ik die ervaring ook mee in mijn eigen werk. Mijn passagiers zijn andere mensen en hun reizen hebben vaak een ander karakter. De verantwoordelijkheid voelt daardoor niet kleiner. Iedere keer wanneer iemand instapt, krijg je voor een bepaalde afstand een klein stukje van iemands leven toevertrouwd.

Op de kilometerteller stelde die rit van Steenwijk naar Ruinen weinig voor. Twintig kilometer later stond ik thuis en ging Wim verder met zijn nacht.

Maanden later reist iets van die rit nog steeds met mij mee.

Want uiteindelijk vervoeren we in ons vak geen adressen. We vervoeren mensen.

En iedere kilometer geeft ons opnieuw de mogelijkheid om daar ook naar te handelen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.