Vrijheid vs Vrijheid

Vandaag is het bevrijdingsdag. Een dag waarop we kunnen vieren dat we in vrijheid leven. Een vrijheid die we nu alweer 75 jaar kennen, voelen en ervaren. “Maar wat is nou die vrijheid”? Een zinnetje uit een prachtig liedje van Klein Orkest over de toen nog gescheiden stad Berlijn….

Vanmorgen liep ik een rondje met onze hond en zie her en der de vlag uithangen. Ook ik heb deze vanmorgen uit gehangen. En het doet mij goed, vooral omdat het lijkt alsof er steeds meer gevlagd wordt. Op 5 mei vieren we onze vrijheid, de vrijheid die tussen 1940 en 1945 ons was ontnomen door een nietsontziende oorlog. Een regime dat onze vrijheid weg nam, en een regime dat vele mensen niet alleen hun vrijheid ontnam, maar ook hun (recht op leven) ontnam. Na de aangekondigde capitulatie van de Duitsers op 5 mei 1945 (de formele capitulatie was op 6 mei), vallen er in de eerste dagen van vrijheid nog steeds velen slachtoffers door geweld van de bezetters. Op 7 mei schieten Duitse soldaten op feestende Nederlanders op de Dam in Amsterdam. Op Texel is het pas na 20 mei vrede en vrijheid. Er sterven in die dagen nog honderden Texelaren en Georgische gevangenen. Kortom de vrede is getekend, maar vrij waren we nog allerminst.

Nu 75 jaar later vieren we wél dat we vrij zijn. We kunnen zeggen wat we willen, geloven wat we willen, denken wat we willen, we kunnen kiezen wie we willen bij onze verkiezingen. De dag ervoor herdenken we hen die gevallen zijn in de oorlog, in hun strijd voor onze vrijheid. Niet alleen herdenken we hen in de periode van de tweede wereldoorlog, maar ook hen die vielen in de jaren daarna, tot nu toe. We herdenken een ieder die vecht (op welke wijze dan ook) voor onze vrijheden, waar ook ter wereld.

Ikzelf ben nooit in dienst geweest. Toen ik gekeurd moest worden wilde ik een goede testuitslag, want ik ging studeren aan het CIOS. Een goede uitslag was voor mij belangrijk, althans dat dacht ik, voor mijn toekomst in “de sport”. Ik deed derhalve mijn uiterste best, ik zette mij in, en dat viel op. Aan het einde van de ochtend, de reguliere test zat erop, was ik opgevallen. Ik werd benaderd door een officier (vraag me niet welke rang…) en hij bood mij een nieuw kopje koffie of thee aan. Hij wilde met mij in gesprek, want mijn uitslagen waren zo goed. Hij wilde met mij in gesprek omdat hij interesse had om mij in mijn diensttijd te plaatsen bij de luchtmacht. Ik had de lengte, de gezondheid, de intelligentie (??) voor een diensttijd/carrière bij de luchtmacht… “Wie wil dat nou niet”, zei hij, ”in plaats van bij de zandhazen” voegde hij er smuilend aan toe. Mijn antwoord was ongezout: “Nou, ik niet….”. zijn kaak viel open van verbazing en trachtte opnieuw mij om te halen met mooie verhalen over o.a. het vliegen in een F16 (zal het toen wel geweest zijn…), maar mijn reactie: “Ik wil helemaal niet in dienst”, bracht een andere blik in zijn ogen, en in een laatste poging mij om te halen werd mijn reactie nog smakelozer: “Een militair wordt opgeleid om een ander om het leven te brengen voor een stukje land. Geen enkel stukje land is het leven van een ander waard”. Dit waren ongeveer mijn woorden, of in ieder geval wel de lading die het had.

Ik stond toen snel buiten, en ongepast trots ging ik terug naar huis. Ik had een positieve uitslag en de bodem gelegd voor mijn aanstaande dienstweigering. Van dienstweigeren is het nooit gekomen, eerst kwam uitstel i.v.m. studie, later was mijn lichting de eerste die niet meer werd opgeroepen voor de dienstplicht. Ondertussen ben ik ouder en verstandiger (althans dat wil ik graag geloven). Mijn woorden van toen, brengen nu spijt in mijn gedachten. Mijn reactie van toen maakt mij nu minder trots. Een militair is niet wat ik toen dacht/voordeed dat het was. Nog steeds ben ik geen voorstander van de dienstplicht, maar ik heb wel enorm respect voor hen die strijden voor onze vrijheden. Tegenwoordig ben ik 2 minuten stil en deck ik aan hen die voor ons gevallen zijn. Tegenwoordig hang ik de vlag uit, trots op waar we wonen en wat we in 75jaar bereikt hebben.

Terug naar mijn rondje met mijn hond. Behalve Nederlandse vlaggen zag ik een andere vlag. Één van mijn buren hadden een andere vlag uitgehangen. Een vlag met een mooi groot rood hart en de tekst: “Wij maken ons hart voor Vrijheid”. In eerste reactie vond ik het wel mooi. Je hart (niet met een D maar met een T) maken voor Vrijheid, dat willen we toch allemaal, daar gaat het toch ook om? Dat is toch wat we willen met ons allen? Maar tijdens mijn rondje gingen mijn gedachten verder. Als ‘iedereen’ de Nederlandse vlag uithangt op deze nationale dag van de vrijheid, en je besluit daarvan af te wijken, dan wil je een statement maken. Althans zo ervoer ik deze vlag al mijmerend over de redenen achter deze afwijkende vlag van dat wat doorgaans gedaan wordt. Thuisgekomen verdiepte ik mij in de vlag en de achtergrond. Ik kwam erachter dat de vlag staat voor een beweging, zelfs een politieke beweging (namelijk Lijst30). De url www.hartvoorvrijheid.nl linkt direct door naar www.lijst30.nl.

Op die site aangekomen zie ik wat prominente gezichten welke geregeld in het nieuws zijn gekomen met hun strijd tegen de Corona-maatregelen.  Nu gaat mijn blog niet over het wel en wee van de huidige Anti-Corona-Regels of mijn mening over hoe we omgaan met Corona en wat dit doet met de maatschappij. Waar het mij om gaat is dat er in de maatschappij een beweging is ontstaan die met woorden als “hart voor vrijheid”, “geef ons onze vrijheid terug” en recent de poster van Forum voor Democratie dat de vrijheid die in 1945 is geboren in 2020 is omgekomen. Kortom een beweging die de letterlijk zwaar bevochten en verworven vrijheden van toen gelijk stelt aan de vrijheden die zij zeggen kwijt te zijn geraakt door de Anti-Corona-Maatregelen. En deze vergelijking baart mij zorgen, enorme zorgen….

De vrijheid die wij vandaag vieren, en waarvoor we gisteravond nog een herdenking hadden, gaat om juist die vrijheid waarin je je kan uitspreken over de huidige regels, de vrijheid om te kunnen zijn wie we zijn, om te kunnen zeggen wat we willen. Vrijheid waarin wij onze meningen kunnen ventileren. En waardoor het mogelijk is om juist zo’n vlag op te hangen. Om politiek gezien een partij op te richten om een tegengeluid te kunnen geven. Om ondanks de regels en beperkingen demonstraties te houden om ‘jouw mening’ te laten zien. En ja, als dan het moment waarin je dat mag doen voorbij is, je ook weer moet ophouden en moet vertrekken, en als je dat niet doet, er opgetreden wordt… Datje petities mag starten, websites mag openen, je mening mag delen, verkondigen aanprijzen… Zonder dat je bang hoeft te worden opgepakt, gefusilleerd,  achtervolgt te worden. Zonder dat je huis wordt beklad/belaagd/bekogeld dat je ‘verkeerd’ bent, zonder dat je verplicht wordt om op je jas een teken te dragen tot welk geloof, welke beweging, of wat dan ook behoort.

Gelukkig hebben we die vrijheid. Ik zal dan ook niet aankloppen/aanbellen om te vragen deze vlag te verwijderen. Ook niet om deze websites op zwart te zetten, of om anderszins de mening te kuisen, of zelfs maar aan te passen. Ik neem wel de vrijheid om aan iedereen die dergelijke uitingen doet eens goed na te denken over wat voor signaal je geeft met deze uitingen. Of het terecht is om de bewegingsvrijheid (die echt wel vervelend is) te vergelijken met de vrijheid waarvoor destijds zo gestreden is. Of het terecht is om over de rug van de gevallenen te strijden om jouw stukje beweging weer op te eisen. Of het terecht is om te zeggen dat de vrijheid die in 1945 is geboren ook echt overleden is in 2020. Of het niet schofferend is tegen alle mensen die over de hele wereld vechten voor de vrijheid waarmee jij dit signaal hier en nu gewoon kan geven en toch te zeggen: “we zijn het kwijt”. Ik denk, hoop en heb er vertrouwen in dat als zij diep van binnen kijken, ze maar oh zo blij zijn met de vrijheden die we hebben en dat we daarvoor mogen vlaggen. Maar dan wel met onze nationale vlag, elke andere vlag is, naar mijn bescheiden mening, een schande voor hen die voor ons gevochten hebben en voor hen die gevallen zijn en hun nabestaanden, vrienden, maten, collega’s, medestrijders…