Waarderen wij wat wij zeggen te willen?

Deel 2 – Selectie- en waarderingscultuur

In het vorige deel stond de bedoeling van onderwijs centraal, de onderwijsvisie. Onderwijs kwalificeert, vormt, socialiseert en selecteert. De manier waarop die doelen zich tot elkaar verhouden bepaalt het karakter van het systeem. Die verhouding ontstaat niet alleen uit visie, zij groeit uit wat een samenleving waardevol vindt.

In de blog van Daan Krijnen over het Noorse succes op de Winterspelen werd zichtbaar hoe diep waardering kan doorwerken. Noorwegen organiseerde sport niet rondom vroege selectie, het organiseerde sport rondom brede deelname. Plezier, gemeenschap en langdurige ontwikkeling kregen prioriteit. De prestaties volgden uit die cultuur. Wat daar werd gewaardeerd, werd versterkt.

Die gedachte reikt verder dan sport. Zij raakt aan elk systeem dat wordt gestuurd door meetlatten en beloningen.

Geen enkel systeem beweegt op intenties alleen. Het beweegt op prikkels, op definities van succes, op de maatstaven waarmee prestaties worden beoordeeld. Wat zichtbaar wordt gemaakt, krijgt betekenis. Wat wordt gemeten, krijgt gewicht. Wat wordt beloond, krijgt richting.

Wanneer scholen worden vergeleken op slagingspercentages en doorstroom naar zogenoemd hogere vormen van onderwijs, ontstaat er een helder signaal over wat telt. Dat signaal werkt door in bestuurskamers, in teamvergaderingen, in oudergesprekken en in de hoofden van leerlingen. Het vormt verwachtingen nog voordat er een bewuste keuze is gemaakt.

Welke boodschap geven wij eigenlijk af wanneer wij spreken over hoog en laag? Wat hoort een kind wanneer het die woorden opvangt aan de keukentafel of in de klas? Wat zegt het over onze overtuigingen wanneer doorstroom naar een bepaald type onderwijs als vanzelfsprekend wordt gevierd, terwijl een andere route uitleg vraagt?

Ouders willen kansen voor hun kinderen. Scholen willen kwaliteit leveren. Bestuurders willen verantwoording kunnen afleggen. In dat krachtenveld ontstaat een cultuur waarin meetbaarheid zwaar weegt. De meetlat wordt norm. De norm wordt verwachting. De verwachting wordt werkelijkheid.

Wat gebeurt er wanneer een leerling vooral leert dat zijn waarde samenhangt met cijfers? Wat gebeurt er wanneer een school vooral leert dat haar reputatie samenhangt met doorstroompercentages? Wat gebeurt er met creativiteit, met praktische intelligentie, met sociale sensitiviteit wanneer zij minder zichtbaar bijdragen aan de dominante maatstaf?

Een samenleving die sterk gelooft in meritocratie hecht vanzelfsprekend gewicht aan prestaties die vergelijkbaar en rangschikbaar zijn. Dat geloof heeft mobiliteit vergroot en deuren geopend. Tegelijkertijd roept het een fundamentele vraag op. Wat reduceren wij wanneer wij waarde koppelen aan positie op een ladder?

Stel dat wij onze waardering verbreden. Stel dat scholen worden erkend om hun vermogen om leerlingen binnenboord te houden, om veiligheid te creëren, om uiteenlopende talenten zichtbaar te maken en om zelfvertrouwen te versterken. Hoe zou het gesprek tussen ouders en leraren dan klinken? Hoe zouden bestuurders hun prioriteiten formuleren? Hoe zouden leerlingen zichzelf zien?

De vraag is niet alleen hoe wij onderwijs organiseren. De vraag is wat wij als samenleving werkelijk willen belonen. Zolang de meetlat onveranderd blijft, vormt zij het gedrag van het systeem.

Durven wij onze definitie van succes ter discussie te stellen? Durven wij te onderzoeken welke overtuigingen schuilgaan onder de woorden die wij dagelijks gebruiken? Durven wij het gesprek te voeren over wat wij werkelijk waardevol vinden in de ontwikkeling van een kind?

Die vragen raken aan mensbeeld en cultuur.

En wanneer cultuur richting geeft aan organisatie, krijgt zij ook vorm in de ruimte waarin onderwijs plaatsvindt. In muren, in gangen, in lokalen, in de plekken die ontmoeting mogelijk maken of juist beperken.

In het derde en laatste deel (verschijnt 29 april) verschuift de blik naar die tastbare werkelijkheid. Naar de vraag hoe onze gebouwen weerspiegelen wat wij zeggen te waarderen, en hoe zij het onderwijs bevestigen dat wij in stand houden.

[i4l_calendar]